Herstel van de paling: meer jonge aal in IJsselmeer

Herstel van de paling: meer jonge aal in IJsselmeer
© Foto Rien Floris
Flink meer paling, maar ook duntjes.

IJsselmeervissers vangen dit seizoen (van mei tot september) steeds meer jonge paling. Volgens Derk Jan Berends van de Nederlandse Vissersbond wijst dat op een duidelijk herstel van de paling.

Palingrokers hebben graag vette aal en kunnen weinig met ’de duntjes’ die nu ook worden aangeboden. Maar Berends ziet de aanwas van dunne aal juist als een gunstig teken. ,,De laatste tien jaar werd alleen nog maar dikke aal gevangen. Dat betekent in feite dat je alleen de oude paling aan het opvangen bent. Nu worden er meer verschillende maten aal gevangen en dat is gunstig. Die dunne aal is jonge aal en duidt er op dat de toenemende intrek van glasaal effect heeft en dat de stand van jonge paling ook toeneemt. Ik ben er heel blij mee.’’

Berends heeft nog geen totaalcijfers, maar hoort overal dat de vangsten veel hoger zijn dan vorig jaar. Ook toen was er al een toename. Voor deze eeuw stevenen we misschien wel af op een record, maar de palingvangsten in de vorige eeuw waren vele malen hoger. ,,We moeten de stand kritisch blijven volgen’’, zegt Berends.

De IJsselmeervissers hebben volgens hem een flinke duit in het zakje gedaan voor het herstel van de palingstand. ,,Het seizoen is beperkt van mei tot september en de schieraalvangst van september tot december is helemaal stilgezet.’’ Dit zorgt er voor dat schier (volwassen) aal weer naar zee kan trekken om daar voor nakomelingen te zorgen. Berends maakt zich nog wel zorgen over de illegale glasaalvangsten bij Spanje, Portugal en Frankrijk voor de Aziatische markt.

IJsselmeer wordt te warm voor palingvisserij

De zon is nog niet op als de Volendammer vissers Patrick, Gerrie en Jack Schilder in Breezanddijk uit de werkbus rollen. Ratten schieten weg over de kade waar hun schip, de VD64, ligt afgemeerd. De palingkwaliteit in dit deel van het IJsselmeer is beter dus vissen ze hier in plaats van op het Markermeer.

Patrick, Jack en Gerrie Schilder
Patrick, Jack en Gerrie Schilder

Vader Gerrit van 75 is ook mee. 61 jaar visserservaring, want hij ging op zijn veertiende al varen. Zoon Sem van Patrick stapt ook aan boord samen met een vriend: Tom Schilder (geen directe familie).

Te warm

Buiten is het in het ochtendgloren 15 graden. Maar de watertemperatuur van het IJsselmeer is wel 23 graden. Veel te warm. En dat merken we later als er fuiken vol vis worden opgehaald die in het warme zuurstofarme water dood naar boven komen. De meeuwen hebben een feestmaal. ,,Vijf graden te warm’’, bromt Gerrit. Patrick: ,,De spiering gaat drijven, zeggen we dan. Vorige week hadden we daardoor 200 pond aal dood in de fuiken.’’ Het is een kunst koele zuurstofrijke plekjes in het meer te vinden zodat de vis overleeft in de schietfuiken die drie tot vijf dagen blijven staan.

Dobbers

We koersen richting Hindeloopen en Stavoren waar vier en vijf lijntjes worden gehaald. Vissersjargon: Een lijntje bestaat uit twintig fuiken. Te herkennen op het water aan grote stokken (dobbers) met vlaggen er aan. Niet overheen varen met het zwaard van een platbodem graag.

Het vangt goed dit jaar (het seizoen is van mei tot september). ,,Vorig jaar hadden we 25 procent meer paling dan het jaar daarvoor en dat lukt dit jaar ook wel’’, verwacht Patrick. Al zakt het de laatste weken wat in. ,,In het voorjaar hadden we megaveel paling. Wel drieduizend pond per week. Ik denk dat we nu de duizend pond niet halen’’, schampert Gerrie.

Wolhandkrab

Ze vissen amper met de helft van hun fuiken. Want behalve paling komt er ook veel wolhandkrab in de fuiken terecht.

Wolhandkrabben brengen net zoveel op als paling.
Wolhandkrabben brengen net zoveel op als paling.

En die knippen met hun scharen nogal wat stuk. Maar ze krijgen er ook goed geld voor: tien euro per kilo voor de krab en dat is net zoveel als voor paling. De krab belandt voornamelijk in Chinese restaurants. Jack heeft ze nog nooit gegeten en bedankt voor de eer. ,,Ik loop liever geen gevaar.’’

De visgronden worden steeds meer beperkt voor de vissers. De Marker wadden hebben viswater ingenomen. Voor de Friese kust zijn zandwinplekken gekomen en laatst kregen ze een boete omdat ze bij de Tabbert visten. ,,Dat is een plek in het IJsselmeer waar we altijd visten, maar nu mag dat niet meer. Dit meer kan het rijkste water ter wereld worden als we de visserij spreiden’’, zegt Patrick.

Toen vader Schilder begon waren er 400 vissers en nu nog zo’n 30. Zoon Sem van Patrick is mee voor de vakantie, maar peinst er niet over om visserman te worden. ,,Absoluut niet.’’ Patrick: ,,Hij mag niet van mij. Ik wil hem niet in de ellende storten waar wij in zitten.’’ Even daarna: ,,Wij moeten zelf wel blijven vissen, dan hebben al die ambtenaren tenslotte ook werk om ons te controleren.’’

Sem (links), Patrick en Tom zetten de fuiken weer uit.
Sem (links), Patrick en Tom zetten de fuiken weer uit.

Patrick en Sem halen de fuiken omhoog en spuiten ze gelijk schoon. Vader Gerrit, sjekkie in de mond, maakt de knoop van het fuikeinde - de cup - los. Opstappertje Tom en Jack legen de fuik en Gerrie selecteert de vis. Intussen worden de mannen opgevreten door de IJsselmeermuggen. Het barst er van. Tussen het halen door spuiten ze de meeste muggen weer van het schip. Haal je te diep adem dan heb je je neus en mond vol… Als ze zoveel paling zouden vangen als muggen dan waren ze vandaag allemaal miljonair.

Maar vandaag zit het tegen. De eerste fuiken zitten vol dode vis. Balen. De vissers discussiëren over de oorzaak en hebben allemaal hun eigen waarheid. Ze hebben te lang gestaan (5 dagen). Het is hier te diep waardoor er geen zuurstof is. Het water is te warm. De grond is de slap, denkt Gerrit. ,,Als ze op hardere grond staan gaat het beter.’’

Fosfaat

Dat het niet goed gaat in het IJsselmeer weten ze al jaren. ,,Je hebt nu heel veel kleine snoekbaars die allemaal dood gaat omdat er te weinig voedsel is in het water.’’ En dat komt natuurlijk door ’de biologen’ die fosfaat uit de wasmiddelen hebben laten halen, zo zeggen ze in koor.

Even later wordt het beter. Levende vis en aal. ,,Deze liggen op schelpengrond’’, bromt Gerrit. Het barst van de snoekbaarsjes en grondels in de fuiken. Zo nu en dan een aal. Maar Gerrie is met dertig in een fuik al best tevreden. Tussen het halen van fuiken door repareert Patrick de netten die door de wolhandkrabben zijn beschadigd. ,,Gisteren heb ik er zeventig moeten boeten.’’

Gesorteerd

De paling gaat in de visbun en de wolhandkrab in tonnen op het dek. In Breezanddijk wordt de paling gesorteerd op dikte en lengte overgeladen in een bak op de aanhanger en gaat mee naar Volendam.

Gerrie en Patrick sorteren de aal.
Gerrie en Patrick sorteren de aal.

De vissers van de VD119 die in de vishandel zijn gestapt kopen de paling op. De prijs ligt nu op zo’n elf euro per kilo en voor de vettere rookaal vangen ze 14 tot 15 euro per kilo. Een Urker haalt de krabben op. ,,Alles bij elkaar zo’n 200 pond aal, maar het had eigenlijk 300 moeten zijn’’, zegt Patrick.

Droge grond

Na het fuiken halen, koersen we een stukje naar wat ’drogere grond’: ondieptes. Want daar lijkt het water zuurstofrijker dan het diepere water. De fuiken gaan er schoongespoten weer te water. De mannen hopen op een betere vangst.

Wil je niks missen van Noordhollands Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws