’Wij kregen een tweeling met een bonus’

’Wij kregen een tweeling met een bonus’
© Foto Erik Rietman
Sander Verheijen.

Na flink wat teleurstellingen en (uiteindelijk) hulp van de vruchtbaarheidskliniek werden Sander en zijn vrouw Jip ouders van een tweeling. Willem werd geboren met een zware hersenbeschadiging en Maurits heeft autisme. In ’Ik kan er nét niet bij’ vertelt Sander het verhaal van zijn eerste jaren als vader van dit bijzondere tweetal.

„Willem heeft een herseninfarct gehad en Maurits is autistisch. Voor ons klinkt dat zinnetje inmiddels net zo gewoon en bekend als ’Adriaan is acrobaat en Bassie zit vol kattenkwaad’. Als je een gezonde tweeling krijgt, komt je leven al flink op zijn kop te staan. Wij kregen een bonus, heb ik tegen een vriend gezegd. Want wij hebben een officiële zorgtweeling.”

Een ontmoeting met Sander Verheijen (1974). Hij woont in Lisse en is hoofdredacteur en general manager van de drukbezochte boekensite Hebban. Daarnaast ontwerpt hij boekomslagen voor een groot aantal Nederlandse uitgeverijen. Nu heeft hij voor het eerst zelf een boek geschreven. Sander had over zijn zorgtweeling al eerder een aantal blogs gepubliceerd. „Toen ik door Heleen Buth van uitgeverij HarperCollins Holland werd gevraagd een boek te schrijven over Maurits en Willem, dacht ik met mijn blogs al wel een goed begin te hebben. Maar een boek is zo anders dan een blog. Ik wilde ook een verhaal vertellen, met een kop en een staart. Het is overigens nooit mijn doel geweest om ons levensverhaal van me af te schrijven met dat boek. Dat is uiteindelijk wel gebeurd.”

Strohalm

Aan het einde van het boek schrijft Sander een brief aan zijn zoons. Daarin staat onder meer: „Ik hoop dat we jullie nu kunnen vertellen dat we met ons verhaal heel veel andere mensen hebben geholpen. Nu ik dit schrijf, weet ik dat nog niet, maar al is er maar één iemand die er een strohalm uit heeft getrokken, dan is onze missie geslaagd. Want ons verhaal staat voor de verhalen van vele anderen die in hun leven tegenslagen te verwerken krijgen, ouders die erachter komen dat de roze of lichtblauwe wolk zomaar kan veranderen in een donderwolk, en die toch door moeten. Juist door moeten. Door met leven, door met hopen, door met liefhebben. Want als er al een boodschap in dit boek zit, dan gaat het om de kracht waarvan je zelf geen idee hebt dat die in je zit, tot je hem keihard nodig hebt.”

Een paar maanden na de geboorte van de tweeling wordt duidelijk dat dat er iets mis is met Willem. ,,We wilden de jongens niet met elkaar vergelijken, maar automatisch doe je dat toch. We zagen dat Maurits steeds beweeglijker werd en van alles wilde ondernemen. Bij Willem zat dat er totaal niet in.’’ Uit het boek: ,,’Dat is toch gek’, zeg ik tegen Jip. Willem kan niet rechtop zitten. Soms zetten we hem klem in het hoekje van de bank. Dan zien we hem blij om zich heen kijken, totdat hij omvalt. We zien ook dat zijn rechterarm achterblijft. Of eigenlijk meer, we zien dat-ie daar niks mee doet. Maurits begint zijn eigen flesje vast te houden, maar Willem krijgt dat niet voor elkaar.’’

Gek

Al snel worden de verschillen groter. Het zinnetje ’Dat is toch gek’ valt steeds vaker. Dan valt de keiharde diagnose: cerebrale parese. ,,Voor de uitreiking van het eerste exemplaar van het boek wilde ik geen bekende Nederlander vragen. Door de vlogs van Matijn Nijhuis hadden we ontdekt dat hij net als Willem een enorme hersenbeschadiging heeft. Dankzij Matijn weten we dat een CP’er een mooi leven kan opbouwen. Voor mij en Jip betekent dat hoop. Daarom heb ik hem gevraagd voor de presentatie. En hij zei ja. Dankzij de ontmoetingen met Matijn besef ik wel dat Willem meer moet knokken op een plek in de maatschappij te verwerven dan leeftijdsgenootjes die helemaal gezond zijn. Ik schrok er bijvoorbeeld behoorlijk van dat Matijn ruimtelijk inzicht mist. Hij heeft altijd iemand nodig die hem de weg wijst. Dat kan dus ook nog, drong het tot me door. Hoe het bij Willem uitpakt, valt nu nog niet te voorspellen. Maar hé, nieuwslezer bij Radio 2 is toch wel een prachtig beroep.’’

Bij Willem is een bloedpropje de oorzaak van zijn CP. Sander schrijft in het boek: ,,’Een bloedpropje,’ zei dokter Petersen en ik dacht opgelucht: ’o, een bloedpropje’. Maar wat een bizar slechte naam voor iets wat levensbedreigend is. Een misplaatst lief verkleinwoordje voor iets wat levens volledig op zijn kop zet. ’Het komt vast goed!’ riep ik nog als mijn nieuw verworven mantra. Maar, lieve god, wat heb ik dit onderschat. Want het komt namelijk niet goed, niet vanzelf en al zeker niet vast.’’

,,Met Maurits gaat het gelukkig goed’’, denken Sander en Jip een tijdje. Dat wordt gelogenstraft. Als Willem drie dagdelen per week naar het revalidatiecentrum gaat, begint het Sander en Jip op te vallen dat Maurits bovenmatig geïnteresseerd is in structuren. Rode vormen en rechte lijnen, bijvoorbeeld. Wanneer Maurits stopt met praten, wordt het tijd ook met hem naar de dokter te gaan. Het kind krijgt buisjes in de oren om beter te kunnen horen. Uit het boek: ,,We zijn een aantal dagen verder als we concluderen dat het gehoopte wonder een beetje uitblijft. We hebben zeker de indruk dat Maurits beter hoort, maar nog steeds lijkt hij vaak onbereikbaar en negeert hij ons volkomen wanneer we aandacht van hem vragen.’’ Autisme oftewel een stoornis in het autistisch spectrum, luidt de diagnose. ,,Als je hardop uitspreekt welk lot je treft kan dat best confronterend zijn. We stonden samen aan de afwas toen Jip plots zei: ’We hebben gewoon twee gehandicapte kinderen’. Dat kwam op dat moment keihard binnen.’’

Afzeggen

Kinderen veranderen je leven. Bij Sander en Jip radicaal. ,,We zijn vrienden verloren. Best begrijpelijk. We moesten zo vaak afspraken afzeggen. Onze ouders moesten afscheid nemen van hun dromen over het grootouderschap. Een dagje naar de dierentuin is niet te doen. En ik werd gedwongen meer vader te zijn, ik kon niet op de achtergrond blijven. Ik ben nooit een stoere man geweest maar Willem en Maurits hebben mij nog softer gemaakt. Ik ben nu veel meer betrokken bij de dingen die ik doe.’’

’Ik kan er nét niet bij’

In ’Ik kan er nét niet bij’ vertelt Sander Verheijen een hartverscheurend verhaal. Over zijn rol als vader en dan in het bijzonder als vader van een zorgintensieve tweeling. Hij schrijft niet alleen vlot en openhartig over de (vele) tegenslagen die het gezin treffen, maar ook over de euforie op het moment dat er een nieuwe mijlpaal is bereikt. ’Elke strohalm is er één. Elke strohalm is van ons’.

ISBN 9789402700466

Uitgever HarperCollins

Lees meer: Nijhuis: ’Cerebrale parese betekent harder knokken’

Wil je niks missen van Noordhollands Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws