Voorpublicatie ’Nouri, de belofte’: Appies kicksen gingen nooit uit

Voorpublicatie ’Nouri, de belofte’: Appies kicksen gingen nooit uit
© Foto ANP
Levensgrote muurschildering van Ajacied Abdelhak Nouri op een muur van een pand aan de NDSM-werf.

’Nouri, de belofte’ is het boek van Henk Spaan over Abdelhak Nouri. Het is niet zozeer een biografie, maar meer een ode aan de Ajax-speler die in juli 2017 werd getroffen door een hartstilstand op het voetbalveld en ernstige en blijvende hersenschade opliep. Het boek wordt komende week gepresenteerd. Hieronder een voorpublicatie van een deel van het eerste hoofdstuk: ’De Marokkaan die in Amsterdam informatica zou studeren’.

Mijn eerste interview voor dit boek was met Mohammed Nouri, Appies vader. Vermoedelijk heb ik hem in 2011 voor het eerst de hand geschud toen Appie in het schaduwelftal van Oranje Onder 15 stond opgesteld. Tegen zijn zin, daar kom ik later op terug. Het was ergens in de bossen voorbij Papendal. Oom Abdel was er zoals altijd ook, Appies vader zag je minder. Die moest meestal werken in de slagerij. Maar die ochtend was hij van de partij.

In Marokko noemden ze Mohammed op de middelbare school Newton. Hij blonk uit in wis- en natuurkunde. Ook scheikunde vond hij mooi. Later, in 1990, ging hij naar Nederland om te studeren. Hij schreef zich in bij de UvA voor informatica. Omdat hij tegelijkertijd geld moest verdienen was hij algauw gedwongen de studie op te geven. Hij ging werken bij een oom die hem het slagersvak leerde. In 1991 nam hij de gerenommeerde slagerij Buzhu aan de Haarlemmerdijk over, waar iedereen kwam – ’van minister tot dakloze’, zoals hij zei.

Er was een Nederlandse diplomaat die ambassadeur in Egypte was geweest met wie hij Arabisch kon spreken. En soms, als Appie achter de kassa zat om te helpen, kwam de moeder van Heini Otto, die al vierentwintig jaar lid van de technische staf van Ajax is, jodenkoeken brengen.

In 2013 moest Mohammed om gezondheidsredenen stoppen. Volgens hem was hij te vaak de koelcel in en uit gelopen. Hij kreeg last van zijn longen, moest zelfs een tijdje slapen met een apparaat op zijn gezicht.

Nathan van Kooperen had Mohammed opgehaald in Geuzenveld, op de Aalbersestraat. Het straatleven daar deel ik met Appie, zijn voetbaltalent niet. Nathan is de zoon van Fulco van Kooperen, de zaakwaarnemer van Abdelhak – hoewel Appie zelf een hekel had aan dat woord. Mohammed beschouwt Fulco als familie. Hij heeft Nouri van jongs af aan begeleid. Vanaf zijn zestiende jaar, toen het juridisch mocht, was hij zijn officiële vertegenwoordiger.

Juventus

Fulco zag Appie voor het eerst voetballen toen hij acht jaar was. Ze gingen met Ajax F1 en Legmeervogels naar Italië. Nathan was ook mee. Op een driekwart veld speelden ze tegen Juventus. Het werd 10-0 in een Appie en Stevie Bergwijn-show. Ze waren allebei klein van stuk en razendsnel aan de bal. Stevie (Steven) speelde in de spits, Appie er vlak achter. Het vervelende voor de verdedigers was dat Appie ook regelmatig over Stevie heen ging voor de een-tweecombinatie. Hun behendigheid en symbiose maakten hen praktisch onverdedigbaar. Van meet af aan zette Appie de lijnen uit.

Fulco was meteen verliefd op Appies manier van voetballen. Het was voor het eerst dat hij hem van dichtbij meemaakte. Toen Ajax van het veld ging, stonden de ouders van Juventus te klappen.

Het kantoor van Fulco’s sportmarketingfirma Muy Manero bevindt zich op de Keizersgracht, richting de Raadhuisstraat in het gebied van de Negen Straatjes. Nathan bleef bij het gesprek zitten, op mijn verzoek en dat van Appies vader. Die had een paar koeken gekocht bij de bakker en bood me er een aan. Net als de andere familieleden heeft hij intelligente ogen waarin de lach om de hoek ligt. Af en toe zouden ze tijdens ons tweeënhalf uur durende gesprek vollopen, bijvoorbeeld wanneer hij sprak over de mensen die zijn familie steun hadden geboden.

Mohammed heeft een goed geheugen. Hij weet nog veel over de kinderjaren van zijn jongens die nog niet eens zo ver achter hem lagen, realiseerde ik me.

Toen Mohammed zijn drie zoons ging opgeven bij SC Eendracht in Geuzenveld, bracht hij Appie in tranen. Hij was vijf en mocht geen lid worden. Gelukkig vond de trainer het goed dat hij meetrainde, maar op het spelen van competitiewedstrijden moest hij nog een jaartje wachten. Het was moeilijk te aanvaarden voor het jochie dat uitsluitend aandacht voor de bal had. Mohammed stond vaak uit het raam te kijken naar zijn jongens die aan de overkant van de straat aan het voetballen waren.

’Abderrahim had ook profvoetballer kunnen worden als hij naar mij had geluisterd. Ik vond hem een linksback, fysiek sterk en met een mooie linkervoet. Maar hij wilde altijd aanvallen. Mijn middelste zoon, Mohammed (Mo), is ook linksbenig. Een nummer tien, net als Appie.’

Nagelbijten

Mohammed vertelde dat Appie zich onderscheidde van zijn oudere broers omdat je hem iets maar één keer hoefde te vertellen of voor te doen en hij deed het: ’Hij heeft het voetbal in zijn bloed. Hij ís voetbal. Hij kan niet tegen zijn verlies. Ook als hij gelijkspeelde werd hij boos. Zat hij thuis op zijn nagels te bijten. Dan moest ik hem uitleggen dat verliezen bij het voetbal hoort.’

Toen hij Appie op zijn zevende voor het eerst naar DCG bracht, wilde hij niet lopen. ’Hij wilde op mijn nek zitten zodat hij alles kon zien, van bovenaf had hij beter zicht. Ik dacht aan mijn vader en hoe hij mij op dezelfde manier droeg als we naar Mas gingen, de voetbalclub van Fez.’

Kicksen

Op weg naar zijn eerste training bij DCG had Appie zijn voetbalschoenen al aan, zittend op de schouders van zijn vader. Die kicksen had hij altijd aan, ’s nachts ook. Hij weigerde ze uit te trekken. Pas als hij sliep kon zijn moeder de schoenen van zijn voeten halen. Een buurman van slagerij Buzhu was Frans Schoofs, de tweevoudig Nederlands kampioen tafeltennis. Die eerste voetbalschoentjes van Abdelhak Nouri kwamen uit zijn sportzaak. Hij was het die de drie broers Nouri – Abderrahim, Mohammed en Abdelhak – inschreef voor Ajax’ talentendagen. Alleen Appie werd aangenomen.

’Die voetbalschoentjes heb ik bewaard, als aandenken,’ zei zijn vader. Mohammed schoot in de lach en keek me recht aan: ’Weet je wanneer jij mij voor het eerst opviel? Appie speelde in het Future Cup-toernooi 2014 en ik zat achter jou op de tribune. Mijn zoon had de bal op het middenveld en maakte een of andere beweging met zijn schouders die jij precies zo met hem meedeed. Mijn zwager en ik moesten lachen en hij vertelde me wie jij was.’

Later dat jaar zou ik de hele familie, inclusief zijn moeder en zijn vier zusjes, ontmoeten tijdens een dinertje bij het Italiaanse restaurant Cinema Paradiso in de Jordaan. Appie overhandigde me bij die gelegenheid zijn shirt met nummer 8, gedragen op het Future Cup-toernooi. Hij hield er een toespraakje bij waarin hij mij bedankte voor de ’mooie woorden’ die ik aan hem had gewijd. Abderrahim liep vroeger Het Parool – als ik een stukje over Nouri had geschreven, nam zijn oudste broer vijf exemplaren van de krant mee naar huis. Niet voor het eerst was ik verbaasd over de volwassen manier waarop Appie zich uitte, zonder het ondeugende, het kinderlijke in zijn oogopslag te verliezen. Meestal was hij serieus met een zekere ironische ondertoon die ik heel bijzonder vond voor een voetballer van zijn leeftijd.

Vader Mohammed: ’Hij ging voor het eerst naar de kleuterschool. De juf liet hem alles zien in de klas en vertelde hem wat wel en niet mocht en wat er van hem werd verwacht. Een paar weken later vertelde ze dat Appie haar taak had overgenomen. Nieuwkomers werden door hem rondgeleid en hij legde hun de regels uit.’

Warming-up

Ik zat een keer op de tribune van De Toekomst waar de B1, Onder 17, zou spelen. Tot mijn teleurstelling deed Appie niet mee. Geblesseerd aan zijn enkel. Wel leidde hij de warming-up. Dat was hem ten voeten uit. Als aanvoerder droeg Appie verantwoordelijkheid, dus hij leidde de warming-up. Dat het publiek een jongen van zestien nog nooit zoiets had zien doen, drong niet tot hem door.

Nouri’s verantwoordelijkheidsgevoel hield niet op buiten het veld. Er was een incident met drie spelers van de A1 die in een conflict verzeild waren geraakt met een agente, een voorval dat vooral door De Telegraaf werd opgeblazen tot een buitenproportionele rel. Appie is toen op zijn scooter de politiebureaus afgegaan om die spelers te zoeken, zich afvragend waarom ze met zijn drieën waren weggegaan. Waarom hij niet beter had opgelet toen de training voorbij was. Dan had hij met ze mee kunnen gaan en zou het incident niet zijn voorgevallen. Dat wist hij zeker.

Wil je niks missen van Noordhollands Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws