Tommy Wieringa ten strijde tegen opsporingsmethode SyRI

Tommy Wieringa ten strijde tegen opsporingsmethode SyRI
© foto Matthew Henry
Controle over burgers, niet alleen met camera’s, maar ook met data.

De Wet SyRI moet worden ingetrokken. „Dit is het monster van alle monsters. De datahonger van de overheid in een overtreffende trap”, legt schrijver Tommy Wieringa uit waarom hij de komende rechtszaak steunt. „Ik wil niet repressief gemonitord worden.”

Al in 2014 maakte Wieringa zich zorgen over deze nieuwe wet, ook in zijn columns in deze krant. „Zonder een spoor van kritiek gingen de Eerste en Tweede Kamer akkoord. Ik ben echt verontwaardigd over wat de overheid zich allemaal aanmatigt. Als er al een onzichtbaar contract is tussen burgers en overheid, dan staat dit daar niet in.”

Alles draait om SyRI, Systeem Risico Indicatie. Een nieuw opsporingsinstrument dat gebruik maakt van gegevens van het UWV, de Belastingdienst, de Sociale Verzekeringsbank, vergunningen, studiebeurs, schulden, energieverbruik, boetes, inburgering, pensioen en huisvesting.

Fraude

„Natuurlijk is het goed om fraude met uitkeringen op te sporen. Dat doen gemeenten al en daarvoor hebben ze sociale rechercheurs. Dan is er ook een vermoeden van fraude. Maar met SyRI is in principe iedereen verdacht. Dan wordt een hele wijk of stad gecontroleerd en hopen ze dat er enkele fraudezaken uitrollen. Dat is van de zotte. Je kan beter zorgen dat die wijken op orde zijn in plaats van al die bewoners te monitoren”, stelt Wieringa voor. „Eindhoven en Capelle aan de IJssel hebben hiermee al gewerkt. De enige aanleiding voor de overheid was om te kijken of er iets afwijkt van wat normaal is. Dat is toch tamelijk repressief.’’

Auteur en columnist Tommy Wieringa.
© foto ANP
Auteur en columnist Tommy Wieringa.

Behalve dat iedereen bij zo’n onderzoek als verdachte wordt aangemerkt en doorgelicht, vindt Wieringa de veiligheid van die privacygevoelige informatie een groot probleem. „De overheid is berucht om hoe ze omgaan met privacy. Ze delen nu al informatie met incassobureaus. En als alle overheidsinformatie wordt gebundeld, ontstaat een compleet profiel van iemand. Dat is echt niet veilig bij die overheid. Ik hoor regelmatig dat digitale dossiers toch worden uitgeprint, in dossierkasten terecht komen die alle andere ambtenaren kunnen inzien en dossiers die soms blijven staan bij een verhuizing. Nee, als je informatie aan de overheid geeft, dan is het openbaar. Daar hoef je je geen illusies over te maken.”

Kabinet Baudet

Toch zijn er maar weinig mensen die zich druk maken over SyRI, al was het maar omdat de onderzoeken geheim zijn. „Maar ook omdat we denken de overheid te kunnen vertrouwen. Dat is geen garantie voor de toekomst. Wat als er een kabinet Wilders-Baudet zou zitten? Krijgen we dan profilering op afkomst? Dan worden hele bevolkingsgroepen op de korrel genomen.”

Al jaren zinspeelde Wieringa op een rechtszaak. Alleen is dat best ingewikkeld en duur. Maar nu ook andere groepen meedoen, wordt dat traject alsnog ingezet. Vrijdagavond wordt in theater De Nieuwe Liefde in Amsterdam de aftrap gegeven van een publiekscampagne. De advocaten Anton Ekker en Douwe Linders zullen de rechtszaak toelichten. Behalve Wieringa spreken ook professor Vincent Icke van de Universiteit Leiden en Aline Klingenberg van de Rijksuniversiteit Groningen.

De discussie heeft overeenkomsten met de sleepwet, waarbij de inlichtingendienst hele wijken of groepen kan doorlichten en aftappen in de hoop ergens een potentiële terrorist te vinden.

Rechten van de mens

Douwe Linders van Deikwijs advocaten is al een jaar bezig met het proces. „Het klopt dat deze opsporingsbevoegdheid in 2014 in een wet is vastgelegd. Maar hogere rechten kunnen dat overtreffen. Daarom doen we een beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en op regels van de Europese Unie.”

Door een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur weten de advocaten nu dat SyRI twee keer is toegepast. ,,Het ging om een hele wijk die een gemeente liet doorlichten. Daar werd vermoed dat er sprake was van illegale bewoning en illegale bedrijven. Maar wat precies is onderzocht en waarom, is geheim, net als welke gegevens zijn gebruikt.”

Linders zegt dat je niet zomaar een hele wijk kan doorlichten. „In feite wordt iedereen dan als verdachte bestempeld. Dat werkt stigmatisering in de hand en betekent een grove schending van de privacy. We weten dat in de ene wijk 137 risicoadressen zijn gevonden en in de andere 67. Maar wat dat heeft opgeleverd, is geheim. Dat is zeer bezwaarlijk. Je moet de overheid kunnen controleren. De onderzoeken worden bovendien uitgevoerd door een derde partij: de stichting Het Inlichtingenbureau, met wie het ministerie geen duidelijke afspraken heeft gemaakt.”

De gevolgen kunnen wel groot zijn. Overheidsinstanties kunnen naar aanleiding van een risicomelding boetes opleggen, uitkeringen intrekken of een strafrechtelijke procedure starten. Sinds de invoering eind 2014 zijn er al tienduizenden burgers geprofileerd.

Wil je niks missen van Noordhollands Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws