Column Rob van Vuure: Niet-gewone fietsen

Column Rob van Vuure: Niet-gewone fietsen
© Archief
Rob van Vuure.

Wat je allemaal kunt verzamelen, we weten het. KLM-huisjes. Alle jaargangen van tijdschrift De Lach. Krantenverslagen waarin de naam van voetballer Faas Wilkes voorkomt. Maar ook, om eens wat anders te noemen: onvergetelijke dichtregels.

’De jongen die ik eenzaam zag te Woudsend’ (G.K. van ’t Reve). ’Zij die vielen rezen juichend uit hun graf’ (Jules Deelder, over een belangrijk naoorlogs doelpunt tegen West Duitsland). ’De kroketten in het restaurant zijn aan de kleine kant’ (C. B. Vaandrager over Madurodam). Breng mijn vroegere achterbuurman Frans K. snel op andere gedachten want zijn mooie regeltjes-collectie bestaat uit meer dan tachtig kavels.

Ik verzamel fietsen.

Ik koester gewone fietsen die door een bepaalde gebeurtenis niet-gewoon zijn geworden, zelfs iconisch zijn geworden. Ik bezit die fietsen niet, ze staan in stalling in mijn hoofd, links achterin. De gewone-niet-gewone fiets die Fanny Blankers-Koen kreeg toen ze in 1948 op één Olympische Spelen (Londen) vier gouden medailles won. Vier keer Dafne Schippers. De burgemeester van Amsterdam zei: ’Wij schenken u een fiets, u hebt genoeg gelopen’.

Natuurlijk de fiets van Joop. De fiets waarop Joop Zoetemelk eindelijk eindelijk zijn Tour de France won. Hoeveel anekdotes kan een fiets aan? Ik ga even door met wielrenners. De fiets van Jan Janssen. Jan Janssen won in 1968 als eerste Nederlander een Tour de France. Een huilende Jan aan de finish in Parijs, 38 seconden voorsprong, hele stukken van het radioverslag ken ik nog uit mijn hoofd.

De fiets waarmee Tom Dumoulin in 2017 de Giro d’Italië won? Eerlijk gezegd, die fiets moet zich nog bewijzen, de heroïek is nog niet bestorven, de fiets van Tom heeft nog niet de Zoetemelk-status. Daarentegen, Wim van Est! ’IJzeren Willem’ van Est schreef op 17 juli 1951 historie: in de Pyreneeën kieperde hij met fiets en al, met de gele trui aan, van de steile Col d’Aubisque in een ravijn, zeventig meter naar beneden.

De gele truidrager bleef ongedeerd. Een dichterlijk iemand zei: ik miste Wim, ik keek over de railing en zag in de diepte een bosje boterbloemen liggen. Zijn horlogesponsor maakte de geschiedenis compleet door de volgende dag te adverteren met: ’Zeventig meter viel ik diep. Mijn hart stond stil maar mijn Pontiac liep’.

Trouwens, een mooi regeltje voor de collectie van achterbuurman Frans K.!

De fiets waarop ik Hanny Schaft zie rijden. De kinderfiets uit het liedje (’Hé, kleine meid’) van Herman van Veen. De beroemde tandem van prinses Juliana en prins Bernhard waarmee ze op 6 september 1936 vanwege hun verloving een ererondje reden. De ’verlovingstandem’.

En natuurlijk: de gewone-niet-gewone fiets uit de openingsscène van Turks Fruit. Rutger Hauer laverend door Amsterdam, Monique van de Ven achterop, bosje bloemen in haar hand. Terwijl ik dit toets hoor ik Toots Thielemans.

Als je voetbalplaatjes verzamelt, blader je af en toe door een ordner. Als je eerste drukken verzamelt, trek je soms een boek uit de kast.

Soms zit ik ergens en haal ik een fiets van het slot.

Wil je niks missen van Noordhollands Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws