Boeing wekt interesse voor luchtvaartbanen

Boeing wekt interesse voor luchtvaartbanen
© foto frans van den berg
Katja en Tristan maken hun vluchtplan.

Zelf een vluchtplan maken voor je vliegtuig. De 22 leerlingen van de Anne Frankschool uit Leiden hebben er een hele kluif aan. Toch moet het project deze basisschoolleerlingen interesseren voor een baan in de luchtvaart.

Dat is immers de opzet van vliegtuigfabrikant Boeing. „Er is een groeiend tekort aan technisch personeel en in de luchtvaart wordt dat de komende jaren alleen maar groter. Dan gaat het om piloten, onderhoudspersoneel, maar ook onderzoekers die helpen bij de verduurzaming van de luchtvaart. Dat wordt een grote uitdaging”, voorziet Tineke Bakker, directeur van Boeing Benelux.

Tekorten

De komende twintig jaar zijn in Europa 106.000 nieuwe piloten nodig en 111.000 technici, zo voorspelt Boeing. Die mensen zijn nodig ter vervanging van personeel dat met pensioen gaat en om de groei in de luchtvaart in Europa op te vangen. „Nu al lopen we tegen tekorten aan”, constateert Tineke Bakker, directeur van Boeing Benelux. „Dat loopt van mbo tot universitair.”

Bij de luchtvaartopleiding van de TU Delft merk je dat niet meteen. Voor de 440 plaatsen moet jaarlijks worden geselecteerd. Vorig jaar waren er 1100 aanmeldingen. Alleen komen lang niet alle afgestudeerden in de luchtvaartsector terecht.

Project

Om die toekomstige studenten en medewerkers binnen te halen, moet je zo vroeg mogelijk beginnen om hen daarvoor te interesseren. Boeing heeft al samen met Newton International een programma in Noorwegen waar leerlingen opdrachten uitvoeren en in een vluchtsimulator stappen. Dat project wordt nu ook in de rest van Europa uitgerold en Nederland is het eerste aan de beurt. Bij de TU in Delft is drie dagen lang een lokaal beschikbaar gesteld, staan vier vluchtsimulatoren en zijn deze woensdag 22 leerlingen van de bovenbouw van de Leidse Anne Frankschool de uitverkorenen.

Overigens is niet geheel toevallig de keus op de Leidse school gevallen. Niet alleen zit de zoon van Tineke Bakker in deze klas, het is bovendien een klas met hoogbegaafde leerlingen. In dit proefstadium is dat wel zo makkelijk, want het lesprogramma is in het Engels. „Het meeste heb ik wel begrepen, maar niet alles”, geeft Katja toe, die samen met Tristan druk bezig is een vluchtplan te maken.

Rekenen

Iedereen heeft de opdracht gekregen om vanaf een vliegveld te helpen met een zoektocht op zee. Daarbij moeten ze over bepaalde plaatsen vliegen. Dat levert veel meet en rekenwerk op. Van knopen naar meters per seconde, kaart lezen, een route uitzetten, de snelheid berekenen en dan berekenen hoe lang ieder vluchtdeel duurt. De twee leerlingen tegenover hen aan de tafel komen echter uit op andere getallen. Verbazing alom, tot blijkt dat het andere stel de verkeerde zijde van de liniaal afleest. Straks zal in de simulator blijken of het vluchtplan ook klopt.

Medewerkers van Newton International helpen de leerlingen, net als hun eigen leraar Jan Willem van Ipenburg. „Het leuke is dat kennis van de basisschool hier wordt toegepast. Het is niet zomaar een uitje, het past echt bij onze school en klas. Iedereen trekt aan het onderwijs. Er zijn niet alleen tekorten aan technici, maar ook in de zorg en andere sectoren. Natuurlijk hebben we ook techniek op school, maar dit project is wel een buitenkans.”

Die buitenkans willen vast meer scholen, zo weet ook Boeingdirecteur Bakker. „We gaan het programma nog in het Nederlands maken en deze zomer volgt een tweede sessie. Daarna gaan we de komende jaren ook andere provincies aandoen en wellicht komt er net als in Noorwegen een permanente plek met betere simulatoren. We kijken wat mogelijk is.”

Wil je niks missen van Noordhollands Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws