Uniek ’Zaans’ huisje wordt in Enkhuizen monument

Uniek ’Zaans’ huisje wordt in Enkhuizen monument
© Foto Theo Groot
Vader Kees (links) en zoon Jelle Botman aan het slopen in Westeinde 118. In het midden Melissa.
De oorspronkelijke eigenaren waren ’not amused’, maar toch heeft het college van Enkhuizen besloten een bijzonder pandje aan het Westeinde 118 aan te wijzen als gemeentelijk monument. Het is inmiddels verkocht.

In het kleine, pal op de weg staande houten huisje dat in de negentiende eeuw in de Zaanse stijl werd gebouwd, woonde jarenlang Dirk Braakman. Hij vertrok vorig jaar naar een verzorgingstehuis. Zijn familie besloot vervolgens een sloopvergunning aan te vragen. Volgens zoon Jaap Braakman was dat al min of meer in kannen en kruiken, maar toen kwam het plan Vereniging Oud Enkhuizen ter ore.

Die nam een kijkje, ook in het huis, en vond dat het behouden zou moeten blijven en dus de monumentenstatus moet krijgen. Volgens voorzitter Klaas Koeman is het een bijzonder pandje, exemplarisch voor dit deel van de stad. Er is zelfs nog even overwogen het pand te verplaatsen naar het Buitenmuseum, maar dat bleek niet haalbaar.

Oud Enkhuizen informeerde de stichting het Cuypersgenootschap over het unieke pandje. Ook dat bleek doordrongen van de bijzondere waarde van het pand en vroeg de gemeente de monumentenstatus te verlenen. Dat is volgens Braakman gebeurd buiten de familie om. Dat neemt hij Oud Enkhuizen en de gemeente zeer kwalijk. ,,Wij wisten niet beter dan dat gekeken werd of er nog elementen in het pand waren die behouden moeten blijven.’’

’Jammer’

Gemeentewoordvoerster Jade Koster in een reactie: ,,Het is jammer dat de verkoper moeite heeft met hoe het allemaal verlopen is. In het allereerste stadium van dit proces is een en ander misgelopen in de behandeling van de sloopaanvraag, wat bij nader inzien een sloopmelding had moeten zijn. Dit spijt ons, maar heeft verder geen invloed op het verdere proces gehad.’’

Volgens Koster heeft Oud Enkhuizen zelf een verzoek bij de koper ingediend om het pand te mogen bekijken. ,,Als dan blijkt dat een pand wellicht een monument is, verdient dat een onderzoek. Als gemeente zijn wij overigens verplicht medewerking te verlenen als een partij - in dit geval het Cuypersgenootschap - een aanwijzingsprocedure start.’’

Overgrootmoeder

Zijn oma weet nog hoe zijn overgrootmoeder vaak met haar winterjas aan stond te koken in het smalle boetje achter het huis. Zo koud was het in het niet geïsoleerde pandje.

Jelle Botman (27) heeft Westeinde 118 niet gekocht om sentimentele redenen. Hij wilde gewoon een leuk oud huis met flink wat grond op een fraai punt. Dat er weer een generatie Botman terugkeert aan het Westeinde is mooi meegenomen. Dat hij en zijn vriendin Melissa de Nijs straks in een heus monument wonen, vinden ze allebei geweldig.

Deze zaterdagochtend zijn ze druk bezig om van alles te slopen in het verouderde interieur, dat nog sporen draagt van een lang verleden. Vader Kees helpt mee. ,,Mijn overgrootvader heeft hier gewoond. Opa Kees Botman is hier geboren, maar mijn vader Cees weer niet. Verderop woonden ook Botmannen, in de Snouck van Loosenboerderij.’’

Maar zijn voorouders trokken er weg, dus concrete herinneringen heeft Kees noch Jelle aan het Zaanse pandje. Suus Messchaert heeft een boek geschreven over de Botmannen, dat moet zijn zoon maar eens lezen, adviseert hij terwijl Jelle de spijkers uit de vloer trekt.

Ambitieus

Een aantal oude deuren bewaren ze, maar het meeste wordt gesloopt en uitgebroken. Achter het pand wordt, geheel in stijl, een stuk in donker hout aangebouwd, met een tussenstuk in glas en zink. Het bouwplan is ambitieus. ,,We maken er een super geïsoleerd, modern woonhuis van, zonder gas. We gaan drie eeuwen vooruit.’’ Maar de oude stijl koesteren ze.

Jelle verwacht heel wat weekeinden kwijt te zijn aan de klus. Dat vindt hij geen punt. ,,Gelukkig zijn wij handig en kunnen we hulp vragen. We hebben wel een jaar nodig, maar dan heb je ook wat bijzonders.’’ De scheve vloer wordt met beton rechtgetrokken, het keukenboetje verdwijnt, maar het Zaanse monument zelf blijft behouden. Wordt zelfs fraaier. En daar is Klaas Koeman van Oud Enkhuizen heel blij mee. ,,Het stond ooit op de monumentenlijst, maar is er op een of andere manier vanaf geraakt.’’

Het bescheiden huisje oogt misschien niet bijzonder, maar is historisch gezien uniek, benadrukt Koeman. ,,Juist om z’n simpelheid. Dit is houtskeletbouw. Monumenten zijn niet altijd indrukwekkend. En dit pandje is nog redelijk gaaf.’’ Dat de eigenaren niet blij zijn dat de sloopvergunning er niet kwam, vindt hij jammer. Maar over het eindresultaat na de samenwerking met de Cuyperstichting is hij goed te spreken. ,,Daar hebben we wel een klein glaasje limonade op gedronken, ja.’’

Privémuseum

Vrachtladingen met oud landbouwgereedschap heeft Jaap Braakman verhuisd van Enkhuizen naar Hoogkarspel. Maar het privémuseumpje van vader Dirk blijft intact.

Dirk Braakman was trots op zijn verzameling. In de oude bollenschuur op het erf aan het Westeinde 118 had hij van alles: een indrukwekkende collectie aan ploegen, schoffels en schrapers, bonen en erwtenzeven van varkersleer. De zaaitrommel van zijn grootvader, maar ook de stikketrommel, waarin de lunch ging als je naar het land moest.

Een tarwemolen, een zeis, de bloemkoolmaat. Een zeefmachine uit Zwaag die zeker honderd jaar oud is. Op zijn dertigste begon hij met zijn verzameling. Het werd een heus museum. Vader Dirk was toch thuis, dus als er bezoek kwam voor het museum was dat geen probleem.

Nu Dirk is verhuisd, moest ook de verzameling weg. Die is verhuisd naar de schuur bij Jaaps woning in Hoogkarspel. En wordt weer een museum, zoals hij zijn vader beloofd heeft. Ook daar zijn mensen welkom, maar niet zo regelmatig als bij vader Dirk. ,,Ik heb het druk, ik werk, ben er niet altijd. Maar als mensen het leuk vinden om een kijkje te nemen, dan kloppen ze maar aan. Als je het alleen voor jezelf houdt is het ook niet leuk.’’

Monument

Het belangrijkste vindt hij dat Dirk zelf op zondag eens een kijkje kan nemen bij zijn verzameling. ,,Dan haal ik mijn vader gewoon hierheen.’’

Jaap is blij dat de verzameling landbouwspullen intact blijft. Minder blij is hij met de procedure die heeft geleid tot de monumentenstatus van het oude pandje aan het Westeinde. ,,Daar valt nogal wat op aan te merken. In de jaren zeventig vroegen ze mijn vader of het pand monument mocht worden. Dat wilde hij niet.’’ Toen vader verhuisde, besloot de familie een sloopvergunning aan te vragen, zodat het huis mét vergunning verkocht kon worden. ,,Het pand is oud en staat pal op de weg. Ze rijden er de vouwen uit je broek. Het groene schot aan de zijkant is leuk, maar er is niet veel meer authentiek. Wij handelden als bewindvoerder in de gedachte van mijn vader.’’

Volgens Jaap was de sloopvergunning eigenlijk al binnen. ,,Er zou een bouwkundig onderzoek komen om het gecontroleerd te slopen, toen kreeg het per kerende post ineens monumentenstatus. Speel dan open kaart en zeg waar je op uit bent, maar dat gebeurde niet. Wij hadden helemaal geen zeggenschap meer als eigenaar. Ik voel me wel belazerd, ja.’’

Wil je niks missen van Noordhollands Dagblad? Like ons dan op Facebook!

Het laatste nieuws