Chansons door Frédéric Dorfmann worden begrepen en gewaardeerd

Frédéric Dorfmann zingt een ratjetoe van geliefde chansonniers.© Foto Regina Arbouw

Regina Arbouw
Enkhuizen

Het optreden van Frédéric Dorfmann, zondagmiddag in het Zuiderzeemuseum, maakte deel uit van een reeks korte concerten die het museum voor deze winter op de zondag programmeerde.

De belangstelling was zeer groot, het atrium was tot de laatste stoel bezet. Dit is inmiddels de derde keer dat de zanger gehoor gaf aan de uitnodiging van het museum, deze keer met een vrij programma.

„Mijn eerste optreden hier stond helemaal in het teken van Jacques Brel”, vertelt Dorfmann. „In de tweede keer figureerde de geschiedenis van Frankrijk, vanaf de Revolutie. Nu is het tijd voor een heel gevarieerd programma, met chansons van grote, geliefde chansonniers. Niet chronologisch, niet thematisch, gewoon een ratjetoe. Dat is de ruggengraat van mijn optreden. Soms is er tussen de chansons ruimte voor een kleine verklaring of een luchthartige anekdote en een paar dichtregels, van mijn eigen hand en een gedicht van Arthur Rimbaud.”

Tijdens het programma verklapte de zanger bovendien een paar leuke, persoonlijke feitjes, zoals dat ’Ma liberté’ van Georges Moustaki deze keer voor Frédéric Dorfmann een heel bijzondere lading had. Pas sinds vorige week is hij met pensioen en viert hij hierin ook zijn eigen vrijheid.

Al een paar lichtingen richtte de zanger zijn zoeklicht - een heel optreden lang - op Jacques Brel, de Franstalige Vlaming. Ook zondag lag Brel meteen vanaf het openingsnummer voor het grijpen. Het is altijd fijn om diens chansons te horen, vooral als ze gaan over ’Het platteland’ (’Le plat pays’) of Amsterdam, maar ook die typerende schurende zangstem en niet te vergeten de kenmerkende ritmes van Jacques Brel - virtuoos vertolkt op gitaar - worden nog steeds herkend en gewaardeerd.

Het gaat bij Frédéric Dorfmann niet zonder humor, blijkt uit zijn beoordeling van naar het Nederlands vertaalde chansons, zoals ’La Montagne’ van Jean Ferrat, in ons land succesvol vertaald en vertolkt als ’Het dorp’ van Wim Sonneveld. Herman van Veen kreeg een veegje uit de pan bij Ferrats ’On ne voit pas le temps passé’. Leuk, die gespeelde verontwaardiging om het putten uit deze Franse bron.

In oktober vorig jaar presenteerde Dorfmann zijn programma over Serge Reggiani, ook deze smaakmakende chansonnier ontbrak niet in de selectie. Heel erg leuk was ’Le barbier de Belleville’, een kapper die helaas geen stem heeft voor belcanto. Hierin laat de stem van Fréderic Dorfmann zich in alle richtingen sturen, ook de verkeerde. Knap. Hier trok ook even de geluidskwaliteit van het atrium de aandacht, zo ruimtelijk en duidelijk, tot in de verste uithoek merkbaar.

Ook van Reggiani is ’Les loups’, de Duitse wolven die in mei 1940 Parijs binnenvielen en leegvraten. Grimmige woorden, bijpassende muziek. Het thema van dit chanson sluit naadloos aan bij het sober voorgedragen sonnet ’Le dormeur du Val’ van Arthur Rimbaud, in de vertaling van Elly de Waard. Het is heel toepasselijk in deze tijd, zo goed thuis in dit programma, waarin de veelzijdigheid, de humor en de nauwkeurigheid van Frédéric Dorfmann werd begrepen en gewaardeerd.

Muziek

Miniconcert door Frédéric Dorfmann. Bijgewoond op zondagmiddag in het atrium van het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen.

Meer nieuws uit West-Friesland

Meest gelezen