Zo’n gedoe als je columns prikkelen | column

Maaike van der Plas

Op zondagmiddag slaat de twijfel toe. Ik besluit een berichtje te sturen aan zeven man, met voor iedereen dezelfde tekst: „Wat denken jullie van deze column? Kan het, of zou ik er gedoe mee krijgen?”

Er bestaan columnisten die praktisch een abonnement hebben op prikkelen, beledigen, of anderszins ophef veroorzaken. Ik ben daar wel eens jaloers op. Het lijkt me heerlijk om ongefilterd mijn gedachten op papier te zetten in de wetenschap alleen aan de krant verbonden te zijn, en niet ook aan een ziekenhuis. De combinatie van mijn naam en foto leidt echter regelmatig tot herkenning en, helaas, ook af en toe tot gedoe.

In de vijftien jaar dat ik deze stukjes schrijf, heb ik slechts zelden negatieve reacties gehad van niet-medische lezers. Ik ben wel eens een slecht voorbeeld voor de jeugd genoemd, omdat mijn collega’s en ik gin-tonics dronken tijdens een skiweekend. Ook ben ik ooit beschuldigd van het beledigen van het Westland, wat geenszins mijn bedoeling was. En één memorabele keer ben ik aangesproken terwijl ik met mijn fiets voor een stoplicht stond te wachten. „Je mag wel eens wat kritischer zijn in jouw stukjes!”, riep een onbekende man mij streng toe.

Het probleem is wel dat wanneer ik dat advies – bewust of onbewust - volgde, het meestal leidde tot situaties waarin ik voor onbepaalde tijd met een steen in mijn maag naar mijn werk ging, zorgvuldig een medisch specialist of hele afdeling mijdend die mij, op basis van een column, tot persona non grata had verklaard. Het grootste gedoe komt namelijk standaard van vakgenoten.

Sinds mijn laatste ervaring in die categorie ben ik een journalistieke lafaard geworden. Bij elke zin denk ik: kan dit worden opgevat als een belediging? Ben ik hier te kritisch? Leidt dit tot boze blikken? Nog voorzichtiger word ik als ik de vrijdag van of het weekend na de publicatie allerlei leuke plannen heb. Dan is het nog minder aantrekkelijk om op razende e-mails te moeten reageren.

Langzaam druppelen de reacties binnen op het stukje dat ik naar een select gezelschap heb gestuurd met de vraag of ik ermee weg zou komen. Het onderwerp van de column is een reanimatie die ik vrij recent heb meegemaakt. Ik beschrijf het tafereel met de ontluisterende details die erbij komen kijken, maar waar de meeste mensen waarschijnlijk geen beeld bij hebben. „Heftig, maar het kan wel en stemt tot nadenken”, oordelen de twee niet-medici. De dokters die ik heb aangeschreven, zijn echter verdeeld. De cardioloog in opleiding zegt: publiceren, want dit is de realiteit. Maar mijn neurologische collega’s twijfelen. Te gruwelijk voor ’leken’, denken zij.

Een van mijn proeflezers suggereert het onderwerp te behouden, maar alle expliciete beschrijvingen en de verwijzingen naar de specifieke situatie te verwijderen. Persoonlijk zou ik nog liever een lege pagina inleveren. Een goede column hoort te prikkelen en soms te choqueren. Een dergelijke gecensureerde versie is niet alleen betuttelend, maar ook slecht schrijverschap. Bijna negeer ik het advies en verzend ik het stuk toch naar de redactie. Maar uiteindelijk stel ik de man bij het stoplicht opnieuw teleur. Dit weekend ga ik fietsen in de Vogezen. Daar kan ik geen gedoe bij gebruiken.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.