De poezen zitten al klaar wanneer ik tegen de schemering een visje ga vangen | column

Ate Vegter© Foto Ella Tilgenkamp

Ate Vegter

Omdat we een tuin aan het water hebben, ga ik elke dag een uurtje vissen. Omdat ik het prettig vind om even helemaal tot mezelf te komen, ga ik elke dag een uurtje vissen. Omdat we twee hongerige poezen hebben, ga ik elke dag een uurtje vissen.

Dat is in elk geval allemaal niet waar, al klinkt het plausibel. De waarheid is dat ik elke dag tegen de tijd dat de avond valt ga vissen, net zo lang tot ik letterlijk één vis gevangen heb. Voor Tommy.

Wanneer ik een vis gevangen heb, meestal een klein voorntje, gooi ik hem in een oude wastobbe met een laagje water, waar Tommy hem dan weer uit vist zodat hij het gevoel heeft dat hij hem zelf gevangen heeft.

Meestal heeft hij hem snel te pakken, sleept hem mee over het gras, zoekt een rustig plekje en vreet hem met huid en haar op, of hoe zeg je dat bij vissen, met schubben en graat, van kop tot staart, met ingewanden en al. Afijn, er blijft niets van over.

Lilly, de poes die veel vaker muizen vangt, kan de vis nog wel uit het water halen, maar eet hem niet op. Hij speelt er alleen mee tot de vis uitgespeeld is. Dat is niet de bedoeling. Alleen Tommy mag de vis hebben omdat hij hem ook opvreet, wat de bestemming is van elke vis.

Ik heb een paar keer een heel grote vis aan de lijn gehad. Twee keer kostte dat mij een tuigje en de derde keer haalde ik hem met een schepnet boven water, waarna ik een foto maakte en het bakbeest voorzichtig weer terugzette. Het was een baars.

Ook ving ik een keer een flinke voorn, die ik in de wastobbe liet glijden, maar waar Tommy toch niet aan durfde te beginnen.

Ik zette hem weer terug. Zo weet de natuur goed maat te houden.

Al die tijd houden zes eenden en een meerkoet ons gezelschap. Wanneer ik klaar ben met vissen geef ik ze het overgebleven brood.

Meer nieuws uit Zaanstreek-Waterland

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.