Wopke Hoekstra, gekrakeel om een zielig geval | column

Joost Prinsen

Wopke Hoekstra. Zielig geval eigenlijk. Hij was binnen de eigen partij al niet de eerste keus, wat met zijn charisma van een bovenmeester niet zo verwonderlijk is. Nu moet hij vanuit Buitenlandse Zaken leiding geven aan een club waarvan steeds minder mensen lid willen zijn. Zielig toch.

Hij heeft dan geroepen dat wat de stikstof betreft het jaar 2030 voor hem niet meer heilig is. Het is het soort kreet waardoor je je vertrouwen in de politiek verliest. Ik schrijf dat niet zomaar op. Ik ben een burgemeesterszoon, er werd thuis veel over politiek gepraat, ministers stonden in hoog aanzien, in een geur van heiligheid bijna. ’De politiek? Of je door de kat of door de hond gebeten wordt’. Zo ben ik niet groot gebracht. En zo wil ik er ook niet over denken.

Maar zo’n gratuite uitspraak van Hoekstra doet kwaad. Zieltjes winnen op zijn domst. Proberen de verkering die de boeren hebben uitgemaakt weer aan te krijgen.

Rutte boos: „Met zijn uitspraken is Hoekstra langs het staatsrechtelijke randje gegaan. ’Een zeldzame tik op de vingers binnen de top van het kabinet’, lees ik in onze krant.

Kan zijn. Maar misschien ook van tevoren doorgesproken met de premier: „Jij hebt er toch ook belang bij Mark dat die malle opvolgers van Boer Koekoek niet te groot worden in de Kamer. Zeg maar dat ik als partijleider ook wat ruimte moet hebben. Of bedenk wat anders.” Geen niveau allemaal.

Wat me nog meer ergert, of eigenlijk pas echt ergert, is de reactie van heel politiek Den Haag. Achterste poten! Waarom? Hoekstra’s truc is even oud als het oudste beroep ter wereld. En zo doorzichtig dat zelfs ik hem in de gaten heb. Dus waarom ’de zichtbaar ingehouden woede’ van minister Van der Wal, zoals ik in de krant lees? Waarom de opwinding tijdens de minsterraad? Waarom moet de hele Kamer terugkomen van reces op verzoek van Wilders?

Hoekstra is vicepremier dus misschien zie ik het allemaal iets te simpel. Maar negeren was beter geweest: ’Wopke gaat bijna kopje onder net als zijn club, dus hij spartelt wat tegen. Laat hem maar even’. Zo’n reactie had ik adequater gevonden.

Maar dat gekrakeel, dat met zijn allen schieten op een haas die al bijna in de etalage ligt, dat maakt me zo moedeloos. Alsof ik de enige ben die dit hele gedoe in het juiste perspectief ziet. En hoe meer ik erover nadenk, hoe banger ik ben dat dat ook zo is.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.