Een beginzin kan ook te goed zijn | column

Joost Prinsen

Google snijdt je soms de pas af. Zo wilde ik een column schrijven over de beste beginzinnen die ik ken uit de literatuur. Maar Google staat vol met dat soort zaken. Met alle soort zaken eigenlijk.

Een paar jaar geleden vroeg ik de lezers om tips die het dagelijks leven vergemakkelijken. Dat leverde me een brief op van een meneer die schreef dat al die tips op Google te vinden zijn en dat ik mijn tijd en die van hem beter kon besteden.

Ik laat die beginzinnen dus maar voor wat ze zijn en bepaal me tot de vraag: kan een begin ook te goed zijn? Daar ken ik twee voorbeelden van.

Het eerste stamt uit het interview dat Hitchcock gaf aan François Truffaut. In boekvorm verschenen. Het behandelt in détail alle films die de master of suspense geregisseerd heeft. Ook het onderwerp ’hoe begin je een film’ komt aan de orde.

Hitchcock geeft een spannend voorbeeld: een gids geeft een rondleiding in de autofabriek van Ford. De camera volgt de lopende band die begint meteen paar schroeven en moeren en eindigt met een kant en klare auto. De gids opent het portier en zegt: „Stapt u maar in dames en heren” en jawel op de bestuurdersstoel zit een lijk.

„Schitterend begin van een thriller”, zegt Truffaut.

„Toch gebruik ik hem niet”, antwoordt Hitchcock, „het begin is te goed. Je bent een uur kwijt om uit te leggen hoe dat lijk in die auto komt. Je komt aan je film niet meer toe want je hebt het hoogtepunt al weggegeven.” Leerzaam, vind ik.

Mijn andere voorbeeld maakte ik zelf mee. Het jaar is 1977. Twee highlights: Joop den Uyl heeft tien zetels gewonnen bij de verkiezingen maar een half jaar later regeren Van Agt en Wiegel. En maandenlang beheerst het Smurfenlied van Vader Abraham de hitlijsten: ’Waar komen jullie toch vandaan / Waar de smurfenhuisjes staan’.

Ergens tegen het einde van het jaar bezocht ik in Amsterdam de voorstelling van Wim Kan, de meest politieke cabaretier die Nederland gehad heeft. Zijn begin die avond was aldus: „Het lied van Vader Andries en zijn zestien Smurfen”, zei een stem. Het licht ging op en Kan zong: ’Waar komen jullie toch vandaan / Uit de stembus onderaan!’

Het zeer linkse Amsterdam, 1977 mensen, gaf hem meteen een ovatie. Kan heeft daarna een voorstelling lang tegen zijn eigen succes staan werken maar hij kwam er niet meer overheen. Toen heeft hij op verzoek van het publiek het lied uiteindelijk nog maar een keer gezongen.

Kan dat met die beginzinnen ook zo gaan? Te goed, de rest valt tegen? Troost u: schrijvers die beroemde beginzinnen schrijven (Tolstoi, Kafka, Márquez!), schrijven vrijwel altijd ook beroemde boeken.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.