Een wandtapijt uit 1629 werd gerestaureerd door een verzetsstrijder | Uit de tijd

Het huidige tapijt in de oude Raadzaal.© Archieffoto United Photos/de Boer

Hein Klemann
Haarlem

In 1629 liet het stadsbestuur een wandtapijt van 10,75 bij 2,40 m. maken, voorstellende de verovering van Damiate. De Egyptische stad Dimyat was in 1219 door Kruisvaarders veroverd. Daaromheen was het verhaal gesponnen van heldhaftige Haarlemmers die een over de Nijl gespannen ketting hadden doorgevaren.

Voor dat tapijt was een ontwerp gekozen van de Haarlemse schilder Cornelis van Wieringen, omdat dit goedkoper was dan dat van zijn leermeester; de zeeschilder Hendrik Vroom. Van Van Wieringen is weinig overgeleverd, maar in het Frans Hals Museum hangt een schilderij van hem voorstellende de Damiate-mythe.

Herstellen

In de vroege 19de eeuw verdween het tapijt naar de zolder van het stadhuis, maar rond 1830 werd het weer in de Raadzaal achter de publieke tribune opgehangen. Die tribune kende toen slechts staanplaatsen, waardoor velen steun zochten tegen het kostbare doek. Rond 1900 was daardoor een opknapbeurt op zijn plaats. Daarbij werd het tapijt op canvas geplakt, bijgesneden en ingelijst. Een geknapte leiding zorgde voor waterschade en omdat de lijm van het canvas het tapijt luchtdicht afsloot, resulteerde dat in schimmel.

In 1939 besloot het college van B&W het zwaargehavende tapijt te laten restaureren. Het enige deskundige tapijtenrestauratie-atelier zat echter in België en het tapijt mocht het land niet uit. In 1940 bood de geboren Haarlemmer Bernard IJzerdraat aan de restauratie te verrichten. De werkzaamheden zouden plaatsvinden in het wegens de oorlog toch gesloten Frans Hals Museum. IJzerdraat was deskundig en vond ingenieuze oplossingen voor allerlei problemen. In verband met de oorlog was bijvoorbeeld zijde schaars, waarop zijn team zelf moerbeibomen ging kweken om zijderupsen te houden. Met mecano en een elektromotortje wikkelde IJzerdraat de cocons af.

Verzet

IJzerdraat was niet alleen restaurator. Hij was ook Nederlands eerste verzetsstrijder. Al op 15 mei 1940, hij was toen leraar te Rotterdam en zag het hart van die stad afbranden, riep hij op tot verzet. Daartoe schreef hij zijn eerste Geuzenbericht dat hij hier en daar in de bus stopte. Enige dagen later verscheen nummer twee, waarin hij voorspelde dat jongemannen zouden worden weggesleept, maar waarin hij ook de hoop verwoordde dat Nederland zou herrijzen.

Rond Rotterdam organiseerde hij Geuzencellen die een blad uitgaven, inlichtingen voor de Engelsen verzamelden (al wist niemand hoe die aan Londen door te geven) en probeerden wapens te verkrijgen. De leden zwoeren alles geheim te houden, maar het was spannend erover te praten en van het gevaar waren weinigen zich bewust.

In juli 1940 werd IJzerdraat restaurator van het Haarlemse wandtapijt en organiseerde hij rond Haarlem ook een tak van zijn organisatie. De Geuzen waren de eersten verzetsstrijders en hadden met illegaal werk geen ervaring. Zo kon het dat een NSB’er stoere verhalen te horen kreeg over wapenopslagplaatsen, waarna hun organisatie werd opgerold. Op 25 november 1940 werd IJzerdraat gearresteerd. Hij werd ter dood veroordeeld en was één van de achttien mensen die op 13 maart 1941 op de Waalsdorpervlakte werden geëxecuteerd. Jan Camperts schreef over hun dood zijn gedicht ’De Achttien Doden’.

Uit de tijd

Historische rubriek van de Haarlemmer Hein Klemann, hoogleraar economische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit.

Meer nieuws uit Haarlem

Meest gelezen