Nederlanders zijn waterratten maar lijden ook aan zelfoverschatting: ’Een zwemdiploma betekent niet dat je goed kunt zwemmen in zee’

Gevaarlijke muien, in augustus 2020. De zee is niet elke dag hetzelfde.© Foto ANP

Annet van Aarsen
Noordwijk

Nederlanders zijn waterratten. We kunnen allemaal zwemmen, we weten hoe we ons moeten redden. Toch? Leon van Went van de Noordwijkse Reddingsbrigade: „Een paar jaar geleden waren hier kampioenschappen Lifesaving. En toen moesten we toch een paar deelnemers uit het water halen omdat ze in problemen waren gekomen. Lifeguards, ja.”

Een geoefende zwemmer die in nood komt: het klinkt misschien gek, maar het is verklaarbaar. Leon van Went van de Noordwijkse Reddingsbrigade noemt een paar factoren die bij zulke incidenten een rol kunnen spelen. Bijvoorbeeld de omstandigheden. Als die een stuk moeilijker zijn dan wat je normaal gesproken gewend bent, kan het mis gaan. „Dat gebeurde met die lifeguards die tijdens de wedstrijd in problemen kwamen. De deelnemers die we moesten helpen, opereerden normaal gesproken in binnenwater. Ze waren de stroming en de golven van de zee niet gewend.”

Net fietsen

Een andere belangrijke: wanneer heb je voor het laatst gezwommen? „Zwemmen verleer je op zich niet. Dat is net als fietsen. Maar je moet het wel bijhouden”, aldus Van Went. „Als je niet regelmatig zwemt, dan zijn je spieren het niet meer gewend. En je conditie is waarschijnlijk niet meer zo goed als de laatste keer dat je in het water lag.”

Er is de de laatste tijd veel aandacht voor (bijna-)verdrinkingen. Het CBS publiceerde een week geleden de voorlopige cijfers van 2021. Tachtig Nederlanders vonden de verdrinkingsdood (27 minder dan een jaar eerder). De nadruk in de nieuwsberichten werd gelegd op een risicogroep: migranten en hun kinderen. Zij zijn verhoudingsgewijs vaker verdrinkingsslachtoffer.

De week die op de publicatie volgde - mooi weer - was er één met flink wat incidenten, waaronder een paar fatale. Op het strand in Sint Maartenszee overleed woensdag een 70-jarige man uit Oldenzaal, die in het water in problemen was gekomen. In Katwijk werden dezelfde dag twee meisjes uit zee gered, die naar het ziekenhuis moesten. Bij Ouddorp redde de Reddingsbrigade zaterdag een 9-jarige jongen die in een opblaasband een behoorlijk stuk was afgedreven.

Traumahelikopter

Op Ameland was het dit weekend twee dagen achter elkaar raak: op zaterdag werd een 50-jarige Duitser uit zee gered en met de traumahelikopter naar het ziekenhuis op het vasteland gebracht. En op zondag kwamen eveneens op het eiland twee badgasten in problemen. Een van hen, een oudere man, overleed nadat hij bij het zwemmen onwel was geworden.

(Tekst gaat door onder de foto)

Een demonstratie van de Reddingsbrigade: hoe red je mensen uit de branding.© Archieffoto ANP

Vijftigplussers zijn volgens deskundigen een duidelijke risicogroep. De Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ) trok een jaar geleden aan de bel: niet kinderen maar ouderen tussen de 50 en 70 jaar oud verdrinken het vaakst. De raad kondigde toen ook een onderzoek aan, in samenwerking met Universiteit Leiden. Titus Visser van NRZ: „Met dat onderzoek worstelen we een beetje. Door de manier van registreren is het lastig om gedetailleerde informatie te krijgen. Ik heb het idee dat er bij deze groep ook veel mensen zitten die per ongeluk in het water raken. Met een scootmobiel bijvoorbeeld. Of zoals Jan Slagter overkwam.”

Slagter, de baas van Omroep MAX, vertelde anderhalve week geleden in zijn podcast dat hij bij zijn boot vanaf de steiger te water was geraakt en dat bijna niet had overleefd. „Ik lag onder die steiger. Hoe ik daar ben gekomen, geen idee. Je moet niet bedenken wat er allemaal had kunnen gebeuren. Ik was best wel in paniek”, zei hij. Slagter kan niet zwemmen, maar heeft besloten dat hij het nu gaat leren.

Zelfoverschatting

Titus Visser noemt naast zulke ongelukken ook het feit dat veel mensen de neiging hebben om hun eigen vaardigheden te overschatten als punt van zorg. „Het is geen gek idee om - als je lang niet hebt gezwommen - eerst een paar keer naar het zwembad te gaan voordat je in open water gaat zwemmen”, zegt hij. „Gewoon om het gevoel weer terug te krijgen.”

Een goede raad, vindt ook voorzitter Shiva de Winter van de Nederlandse Stichting Water- & Zwemveiligheid. „Daarnaast moeten mensen zich goed realiseren dat zwemmen in open water iets anders is dan zwemmen in een zwembad. Je kunt een zwemdiploma hebben maar dat betekent vaak niet dat mensen ook zwemvaardig zijn in open water of in zee. Wees verstandig als je weet dat je zwemslag niet zo sterk is.”

Taboe

Badgasten denken er van te voren volgens hem vaak te weinig over na, over de risico’s. „Ze zijn een dagje vrij, ze hebben een andere mindset. Ze willen lol hebben en niet stilstaan bij de gevaren. Wat ook meespeelt bij mensen die niet of niet goed kunnen zwemmen: het is een taboe om daarvoor uit te komen.”

Hij zou graag zien dat die groep zich net als Jan Slagter aanmeldt voor zwemles. „Het is jammer genoeg een relatief kleine groep die dat doet, terwijl het een hartstikke leuke manier is om je vaardigheden te verbeteren. Misschien moeten we het anders gaan noemen: niet zwemles, maar een cursus verbeter je zwemslag.”

Wat moet je doen als je als zwemmer in nood zit?

Het gaat over iets wat je moet doen, vóórdat je in de problemen raakt: zorgen dat je met een buddy zwemt. En als je dan toch alleen gaat: vraag of je vrienden op de kant een oogje in het zeil willen houden. Of zwem in water waar een lifeguard toezicht houdt.

Maar wat als je eenmaal in het water daadwerkelijk in problemen komt? Drie belangrijke tips geeft de campagne:

1 Raak niet in paniek.

2 Ga op je rug drijven of gebruik - als dat voorhanden is - iets dat je helpt drijven.

3 Roep of zwaai om hulp. Internationaal signaal voor nood is met je arm op het water slaan.

Meer nieuws uit Uitgelicht

Meest gelezen