Richard Kemper vindt mannenclubjes verschrikkelijk: te grof, te schreeuwerig, te schaamteloos. Ja, ook de boeren | Column

Richard Kemper

Als mannen bij elkaar komen en een clubje vormen is dat altijd verschrikkelijk. Altijd? Ja. Die opvatting plantte zich diep in mij toen ik als Heemskerks jochie op voetbal moest bij ADO ’20.

Het spelletje was leuk, maar waarom het hele team elkaar voor- en na de wedstrijd per se met natte handdoeken keihard op elkaars billen moest slaan heb ik nooit begrepen. Dat was stoer ofzo. Ik was er diepongelukkig. Het leukste van mijn tijd bij ADO ’20 was de indianenfilm in de kantine tijdens de kerstvakantie.

Mijn pubertijd in hetzelfde dorp was vooral leuk door de meisjes. Als ik al eens een avondje met ’de jongens’ biertjes dronk, zette iemand steevast de video ’Porky’s Pikante Pretpark’ op die we dan samen moesten kijken. Super ongemakkelijk om met zeven jongenspubers onder luid ’whoehoe-geroep’ te loeren naar een scène waar ’Pee Wee’ door een spleet de meisjeskleedkamer in gluurde. Wat dat allemaal deed met al die jongenslijven… ik wilde het niet weten en nog steeds niet!

In mijn studententijd werd het niet veel beter. Los waren sommige gasten nog wel te pruimen, maar als ze gingen samenscholen bij een studentenvereniging werden ze afschuwelijk. Op avonden van het corps zag ik ze schreeuwen, hossen, aan elkaar trekken en van alles slopen, waaronder zichzelf. Om over de ontgroening nog maar te zwijgen. Want als je zes weken hebt rondgelopen met slagroom op je kruis en kak op je wang, moet elke nieuwe student dat natuurlijk ook doormaken. Het liefst een tandje erger. Lachen man! Pas als je voor lul kan lopen, hoor je erbij. En als je diezelfde corpsballetjes van inmiddels 50 jaar nu nog steeds bij elkaar ziet klitten in dezelfde overhemdjes, instappertjes en polokraagjes is dat kennelijk nog steeds hun devies: „Nam culus simul ambulas!” Voor lul loop je samen!

Waar ik de rest van mijn leven ook mannenclubjes ben tegengekomen, ik vind het altijd ongemakkelijk. Te grof, te schreeuwerig, te schaamteloos. Kennelijk halen mannen het slechtste in elkaar naar boven. De vastgoedfraude? Mannen. Hell’s Angels? Mannen. Alle corrupte FIFA-functionarissen? Mannen. The Voice? Mannen. Of zou Chantal Janzen toch… Nee. Voetbalhooligans? Mannen. Gay Pride? Mannen (de meesten). Oekraïne? Mannen. Need I say more? Ja, de boeren natuurlijk. Mannen! Althans, ik heb nog geen boerin voorop in de trekkeroptocht zien rijden en ook Yvon Jaspers is nergens te bekennen, maar dat riep ik vorige week al met nul resultaat.

Ik zeg trouwens mannen, maar het zijn vooral jongens. Net boven de leeftijd waarop ik Porky’s Pikante Pretpark moest kijken en natte handdoeken op m’n reet kreeg. Waarschijnlijk zijn ze terecht getergd door het vooruitzicht dat zij niet zomaar in de voetsporen van hun familie kunnen treden, maar verder gewoon net als alle andere mannenclubjes. Stijf van de testosteron en piepend en krakend onder de groepsdruk. Net zo schaamteloos als jongens met handdoeken in een kleedkamer, net zo rellend en slopend als voetbalhooligans in een Italiaanse fontein en net zo grof als corpsballen op bezoek bij een meisjesdispuut. Want of je nou klompen draagt of suède loafers, mannenclubjes zijn uiteindelijk allemaal hetzelfde: horken.

Gelukkig komt er een bemiddelaar. Niet dat het iets zal veranderen, dat heeft Rutte al gezegd. Maar boeren moeten zich ’gehoord en gezien voelen’. Ik denk dat ze daar tussen het strobalen in de fik steken en stront over het binnenhof uitrijden wel open voor zullen staan. Misschien met een kopje verse muntthee en een flipover waarop ze een cijfer kunnen geven aan hun frustratie.

De bemiddelaar moet onpartijdig zijn en over veel tact beschikken. Mmm… Johan Derksen? Angela de Jong? Ali B? Allemaal druk met zichzelf. Bovendien, hij of zij moet veel tijd hebben en vooral compassie met de publieke zaak. Ah natuurlijk: Sywert, kom er maar in!

Instagram: @richardkemper

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.