Eric Schneider, acteur met een tomeloze liefde voor theater | column

Joost Prinsen

Eric Schneider. Maandag overleden, 87 jaar oud. Hoeveel onder u zullen zijn naam nog kennen? U mag ik eigenlijk niet meerekenen want u leest kranten dus u interesseert zich ergens voor. Maar bij hoeveel Nederlanders roept zijn naam nog iets wakker?

Ik maak me geen illusies. Kort geleden werkten twee jonge journalisten aan een podcast bij mij thuis. De dag ervoor was Henny Vrienten overleden. Ik vroeg of ze van zijn liedjes hielden maar ze wisten niet over wie ik het had. Dus nee, ik denk niet dat de naam Eric Schneider veel bellen doet rinkelen.

Hij was de laatste der Mohikanen. Ik zeg dat niet omdat het romantisch is om over een oud iemand zoiets op te schrijven maar omdat het een feit is. Want hij hoorde bij de toneelreuzen van de generatie vlak voor de mijne. Een generatie waarvan hij en Bram van der Vlugt de laatste belangrijke vertegenwoordigers waren.

Ook in de dagelijkse omgang had hij iets van vroeger tijden. Negentiende eeuw, fin de siècle. Anton Tjechov, Oscar Wilde. Die laatste heeft hij trouwens tot leven gebracht op het toneel. En in stukken van de eerste heeft hij gespeeld.

Technisch heb ik nooit een betere acteur gezien dan Schneider. En ik reken iedere filmster of buitenlandse acteur, dat is trouwens lang niet altijd hetzelfde, gerust mee. Zijn dictie, zijn bewegen, zijn aanwezigheid op het toneel werd gekenmerkt door een grote mate van precisie.

Ton van Duinhoven heeft me ooit geleerd dat toneelspelen even helder moest zijn als het stoepje van een huisvrouw: netjes aangeveegd en geschrobd. Geen onnodig oh of hè of gestotter. Die helderheid van spelen had Schneider tot het kwadraat verheven. Soms had zijn techniek wel eens de overhand maar meestal diende die de rol en de voorstelling.

Zijn Hamlet is nog steeds de beste die ik ooit gezien heb. Ik ben twee keer wezen kijken en dacht: als dit toneelspelen is, kan ik beter iets anders gaan doen. Het was, nu ik eraan terugdenk, vooral het gemak waarmee hij die precisie uitstrooide. Ik bevind me in goed gezelschap want ook Pjotr Sjarov, Russisch regisseur overgewaaid uit de tijd van Tjechov zelf, gaf hoog op van Schneiders Hamlet vertolking: „Grossartig!” Dat is me tenminste ooit verteld, waarschijnlijk trouwens door Eric zelf. Want hij wist natuurlijk wel dat hij niet de eerste de beste was.

Eric Schneider speelde honderdvijftig hoofdrollen. Misschien een wereldrecord. Om u een indruk te geven: ikzelf kom tot ongeveer de helft en dat waren lang niet allemaal hoofdrollen. Zo’n aantal wordt alleen bereikt door een acteur met een tomeloze liefde voor theater. En misschien was dat nog het meest kenmerkende voor deze laatste Mohikaan.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.