Ik was de opa van het kaasplankje | column

© Foto Dijkstra b.v.

Nico van Straalen

Er komt een moment waarop je alleen nog in de herinnering van een paar mensen voortleeft. Jaren na je overlijden zijn je kleinkinderen de allerlaatsten die je nog in levende lijve meegemaakt hebben. De herinneringen die zij aan je hebben zijn de laatste draadjes van je bestaan.

Ik moest hieraan denken toen ik afgelopen weekeinde met mijn kinderen en kleinkinderen rondliep in een bekend Brabants pretpark. Het is een jaarlijks uitje dat ze zich niet laten ontzeggen, maar dat al twee keer uitgesteld was. Eindelijk gingen we weer met opa en oma naar de Efteling!

Mijn kleinkinderen zijn het sprookjesbos ontgroeid dus de tijd van de achtbanen is aangebroken. Ooit ben ik met ze in de Python geweest, de Vogel Rok en de Vliegende Hollander, maar de Baron 1898 vind ik te erg. Ook die andere achtbanen vind ik vreselijk, maar ja, je doet het voor de kleinkinderen. Eén keer in de Python is genoeg voor de rest van mijn leven, vind ik. Toch vraag ik me af of ze mij later zullen herinneren als een opa die met ze in de Python ging. Dat is namelijk voor mij wel een hele opoffering, maar voor hen niets bijzonders. Iedereen gaat in de Python.

De meeste tijd met de kleinkinderen gaat zitten in de bijles, vooral wiskunde, scheikunde en natuurkunde. Samen maken we het huiswerk en oefenen wat opgaven. De kunst is om het uit te leggen op dezelfde manier als waarop de docent op school het uitlegt. In veel gevallen doen ze het tegenwoordig namelijk anders dan ik gewend ben. Kruiselings vermenigvuldigen, links en rechts van een vergelijking door hetzelfde delen, vierkantsvergelijkingen oplossen met de a,b,c-formule, dat leren ze tegenwoordig anders.

Het heeft totaal geen nut om het op mijn manier uit te leggen en het kan zelfs contraproductief werken. De docent op school rekent de goede uitkomsten fout als het niet gedaan is zoals het moet. Zo worstel ik me met de kleinkinderen door de wiskunde. Toch is het samen maken van wiskundeopgaven heel goed voor een sterke band tussen kleinkinderen en opa. Maar of ze mij later herinneren als opa die zo goed wiskunde kon uitleggen, dat vraag ik me af. Het resultaat is variabel en er worden nog steeds geen tienen gehaald.

Ik denk eerder dat ze mij zullen herinneren als een opa die een kaasplankje bestelde. Dat is mijn favoriete manier om een maaltijd in een restaurant mee af te sluiten. Een plankje met een stuk of zes stukjes kaas, netjes op een rijtje gelegd, van romig tot scherp. Let op de uitleg erbij. In Frankrijk krijg je ook wel eens een groot stuk kaas, waar je dan geacht wordt een stukje van af te snijden (niet de hele homp opeten, wat ik een keertje gedaan heb). Je drinkt het restant van de wijn er bij, of je bestelt nog een apart glas. Voor mij sluit een kaasplankje niet uit dat je daarna ook nog koffie met cognac kunt bestellen, maar ik vermoed dat dat tegen de etiquette is.

Toen ik dit een keer deed in een Italiaans restaurant als afsluiting van een uitje naar de Efteling, keken mijn kleinkinderen hun ogen uit. Ze hadden nog nooit een kaasplankje gezien en ze vonden die kaas zo ongehoord stinken dat ze zich niet voor konden stellen dat je zoiets kon bestellen, laat staan opeten.

Sindsdien is het een vaste gewoonte geworden dat de kleinkinderen bij de maaltijd na het jaarlijkse uitje erop aandringen: „Toe, opa, bestel weer een kaasplankje!” Maar het restaurant serveert geen kaasplankjes meer. Toch weet ik nu hoe ze mij later zullen herinneren: niet als durfal-opa in de Python of als begenadigd docent die zo goed de wiskunde kon uitleggen, maar als de opa van het kaasplankje.

8aa22df6-d1df-11ec-a182-0217670beecd.pdf

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.