Telkens de vraag: doen we dit fysiek of online? | column

Maaike van der Plas

Soms ben ik bang dat ik de corona-epidemie heimelijk heb veroorzaakt. Niet in een laboratorium of met een kraampje exotische dieren op de markt van Wuhan, maar door in december 2019 als kerstgeschenk van het ziekenhuis te kiezen voor een weekendtas speciaal voor het fysiek bijwonen van congressen en symposia. De goden verzoeken, heet dat.

Ik was net een jaar bezig met de opleiding tot neuroloog en had (bij gebrek aan betere opties) tot dan toe met een grote backpack de jaarlijkse onderwijsdagen en het landelijke neurologencongres bezocht, waardoor het leek alsof ik van plan was enkele weken te blijven. De nieuwe weekendtas arriveerde in februari 2020. Omdat in maart de eerste lockdown werd afgekondigd, zit de tas nu, bijna twee jaar later, nog steeds in het plastic. Toch proberen mijn collega’s en ik nog plezier te halen uit de huidige situatie. We spelen nu bij elke gelegenheid het spel: is dit beter fysiek of online?

De jaarlijkse onderwijsdagen voor arts-assistenten neurologie lenen zich bij uitstek voor dit tijdverdrijf. Aanvankelijk lijkt online meteen een voorsprong te nemen op fysiek, als we op de eerste dag uit ons bed rollen en om 8.30 uur achter de laptop in ons eigen huis plaatsnemen. Dit is zonder twijfel beter dan, zoals voor de coronapandemie, afreizen naar een locatie in het midden van het land, die alleen te bereiken is door minstens vier keer over te stappen. Toch zijn we al snel gedwongen om een half puntje af te trekken als blijkt dat het programma nog steeds rekening houdt met ’inloop en welkom’, waardoor de voltallige groep een halfuur te vroeg klaarzit.

Gedurende de dag wisselen de voor- en nadelen zich in rap tempo af. De techniek hapert regelmatig (puntje voor fysiek), je kunt onbeperkt koffie pakken (puntje voor online), ik heb geen lunch in huis (puntje voor fysiek), het is mogelijk om tussendoor een pakketje aan te nemen (puntje voor online), het is moeilijker om een vraag te stellen (puntje voor fysiek), af en toe kun je de kat aaien (puntje voor online), de kat laat graag haar achterste zien aan de camera (puntje voor fysiek) en het is makkelijker om gedurende een lezing te kolven (volgens een recent bevallen collega: puntje voor online).

Halverwege het programma wordt de groep in verschillende ’break-out rooms’ verdeeld om gezamenlijk een opdracht te maken. Dit blijkt een sterk pleidooi voor fysiek onderwijs te zijn. Voor de gezelligheid volgen sommige arts-assistenten uit één ziekenhuis het onderwijs vanuit dezelfde ruimte, met wel een individuele laptop. Wanneer deze mensen echter over verschillende break-out rooms worden verdeeld, betekent dit dat je ingewikkelde berekeningen moet maken terwijl je op de achtergrond nog vier personen net andere getallen hoort roepen. Na een uur heeft iedereen migraine.

Aan het eind van de dag gaan fysiek en online ongeveer gelijk op in de puntentelling. Gelukkig geeft één van de docenten op het laatste moment de doorslag. In een onfortuinlijke poging het programma humoristisch af te sluiten, kondigt hij aan dat hij een borrel gaat drinken en dat wij (een groep van voornamelijk vrouwelijke artsen) ’weer snel voor de kinderen kunnen gaan zorgen’. Onze verbijsterde blikken verbergen we door snel de camera uit te zetten. Puntje voor online.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.