Als René Diekstra heeft gedroomd, sluipt hij naar zijn werkkamer en schrijft hij alles op | column

René Diekstra

Het komt regelmatig voor dat ik midden in de nacht wakker word uit een droom waarin zich een heel verhaal of relaas in woord en beeld heeft afgespeeld. Ik ga dan zo stilletjes mogelijk mijn bed uit, mijn werkkamer in, schrijf ’m zo precies mogelijk op en slaap dan kort daarop weer gewoon in. Alsof mijn psyche iets heeft willen uitwerken en het resultaat als een brief op de bus heeft gedaan.

Het gebeurt vooral als zich kort tevoren iets emotioneels confronterends heeft voorgedaan. Zoals enige tijd geleden, na een bezoek aan een vriend die op sterven ligt maar nog absoluut niet wil. Ik werd na een uur of wat wakker uit een ’rare’ droom, een waarschuwing aan mezelf?, die ik hier zo integraal mogelijk weergeef. Een man sterft plotseling. Hij heeft zijn hele leven netjes geleefd en door oplettendheid en matigheid een flink vermogen vergaard, waar zijn kinderen het nodige profijt van zullen hebben.

De geestelijke die de uitvaartplechtigheid leidt en de mensen die middels een korte toespraak afscheid van hem nemen, prijzen hem de hemel in. Maar zo gemakkelijk gaat dat niet. Bij de hemelpoort aangekomen blijkt de man voor een toelatingscommissie te moeten verschijnen. De commissie adviseert Petrus over wie wel en niet in de hemel op te nemen. In dit geval luidt het advies: niet opnemen. De wanhopige man, die voorziet dat hij nu tot in eeuwigheid in de hel moet verblijven, smeekt Petrus om een persoonlijk onderhoud om zijn zaak alsnog te bepleiten.

Dat wordt hem toegestaan. Tijdens het gesprek vertelt hij Petrus hoe netjes en oppassend hij altijd heeft geleefd. „Met alle respect”, roept hij aan het eind van zijn pleidooi vertwijfeld en bozer uit dan hij zich ooit tijdens zijn leven heeft getoond. „Ik snap niet waarom iemand als ik niet de hemel in mag.”

„Als het u helpt”, antwoordt Petrus onderkoeld, „wil ik u, bij hoge uitzondering, wel vertellen waar de commissie haar advies op heeft gebaseerd.” Petrus slaat het dossier open dat hij voor zich heeft liggen: „Hier staat het volgende, ik citeer: ’De commissie baseert haar negatief advies op haar oordeel dat betrokkene niet gelukkig en betekenisvol genoeg geleefd heeft en ook in andere opzichten niet optimaal gebruik heeft gemaakt van de hem geboden mogelijkheden.” De man hoort Petrus stomverbaasd aan. Als hij weer enigzins bij zinnen is, zegt hij bijna hakkelend: „Maar dat kan je....., dat kan je toch van zoveel mensen zeggen, dan komt er toch praktisch geen mens meer de hemel in!.”

„Daar hebt u meer gelijk in dan u denkt”, antwoordt Petrus. „Want er wordt hier inderdaad niemand tot de hemel toegelaten. Sterker nog, er is hier helemaal geen hemel! De hemel is waar u zojuist vandaan bent gekomen. Of althans, daar had ie kunnen zijn. Mensen scheppen de hemel. Of niet. Tegen de tijd dat wij er aan te pas moeten komen, is het in ieder geval te laat.”

Mijn droominterpretatie? De beloning voor wat je doet in dit leven is het leven zelf.

Reageren? diekstra.rene@gmail.com

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.