Gratis geluk op de somberste dag van het jaar, het bestaat | column

Nhung Dam

Ik moest bekennen: ja, gratis geluk bestaat toch wel.

Omdat ik werd gewaarschuwd voor de meest deprimerende dag van het jaar, en de persoon in kwestie dat behoorlijk overtuigend deed: „Ja, het wordt écht de meest neerslachtige dag”, besloot ik de aangekondigde depressie preventief te bevechten. Blue Monday valt ieder jaar op de derde maandag van januari. Met de feestdagen achter de rug, de voornemens overboord, weinig vooruitzicht op goed weer of vakanties, blijkt dit de somberste dag van het jaar te zijn.

Nee, mij ging het niet gebeuren dat ik met een bak slagroomijs naar de grijze wolken zou staren op zoek naar de zin van het leven. Ik maakte een antidepressieplan voor mezelf. Uit mijn miniresearch bleek dat sporten, lekkere muziek, sociale contacten, en een hoop gefermenteerd voedsel de sleutel was. Dan maar met Beyonce wat pirouettes draaien in de woonkamer. Eerst een Spotify abonnement afsluiten om toegang tot alle happy en motiverende playlists te krijgen. Een weckpot met biologische kimchi stond al klaar op het aanrecht. Ik kocht potjes Omega-3 en vitamine D, en omdat ik me liet wijsmaken dat bepaalde merken beter waren, betaalde ik er de hoofdprijs voor. Voor geluk moet je wat over hebben.

Tijdens mijn antidepressieproject belde mijn regisseur of ik mee ging op zoek naar een vogel. ,,Is ie kwijt?’’

,,Nee’’, lachte hij. Er bleek een parelduiker te zijn gespot bij de Diemervijfhoek. Ik weet vrij weinig van vogels, maar omdat het vakje ’sociale contacten’ nog niet was afgevinkt, ging ik mee.

Aan het meer was het koud. De wind blies dwars door onze kleding. Maar geen parelduiker. We fietsten een stukje verder. Ook niet. Niets meer dan wat puntjes in het water, wat meerkoeten bleken te zijn. ,,Kun je daar niet blij om zijn?’’, vroeg ik terwijl ik op mijn vingers blies. ,,Nee’’, zei hij. ,,We zoeken de parelduiker.’’

Terwijl de mist neerdaalde, pakte mijn regisseur ietwat verslagen zijn verrekijker in. Op het pad liepen een jongen en meisje, beiden met lang golvend elfenhaar, alsof ze regelrecht uit ’Lord of the rings’ waren gestapt. Niet ouder dan een jaar of zeventien, allebei met een zware verrekijker om de nek. ,,Hebben jullie hem gezien?’’, vroeg mijn regisseur. ,,Ja’’, zei de jongen. ,,Hij zit daar verderop. Maar omdat hij zijn nek steeds omdraait, herken je hem niet.’’ Ik keek ze stomverbaasd aan, wat gebeurde er hier? Een soort elfentaal onder elkaar? Hoe wisten zij dat het over de parelduiker ging?

,,Nog een poging dan!’’, riep mijn regisseur. Inmiddels voelde ik mijn tenen niet meer en fantaseerde over al het slechte voedsel waar ik trek in had, totdat mijn regisseur opsprong. ,,Dáár!’’ Hij gaf me de verrekijker. Daar was hij, de parelduiker. Een vogel met een naam als titel van een gedicht, met zijn opvallend witte vlek op de achterflank, en de vreugde die hij iemand kon brengen. Ik moest bekennen: ja, gratis geluk bestaat toch wel. En de ellendigste dag was voorbij nog voor hij kans kreeg toe te slaan.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.