Nagekomen kerstkaarten | column

© Rien Poortvliet

Bert Jan van Oel

De kerstspullen alweer opgeruimd? Bij mij in de buurt zag ik de afgelopen dagen kinderen dapper met bomen rond zeulen. Op Facebook plaatsten mensen oproepjes: ’Iedereen is welkom om onze kerstboom te komen ophalen. Adres: ..... Ligt in de voortuin’.

Mijn kunstkerstboom staat alweer op zolder, met een vuilniszak eroverheen, tegen het stof. Ik geef niet om zo’n boom, maar de Goedheid Zelve vindt het fijn en gezellig. En ik dan opeens stiekem ook, als het dingetje er staat en ’s avonds de lichtjes aangaan.

De kerst- en nieuwjaarskaarten liggen nu in de papierbak. Sommigen afzenders hebben echt een persoonlijke boodschap gestuurd en dan aarzel ik even bij het weggooien. Maar ook zij moeten eraan geloven. De boodschap is aangekomen en onthouden. Dank!

Tussen het stapeltje kaarten, dat steeds kleiner wordt omdat velen inmiddels via Whatsapp en andere sociale media hun wensen overbrengen, zitten er ook altijd een paar van ’spijtoptanten’. Ik moet daar altijd een beetje om lachen, want ik herken het verschijnsel.

Ik heb een aantal familieleden, vrienden en kennissen mijn kaarten gestuurd, maar ik sta niet overal op hun lijstje. Uit (misplaatst?) schaamtegevoel sturen sommigen nog snel even een kaartje terug. Nog net voor oud en nieuw of soms in januari, ploft zo’n nagekomen kaart dan op de mat.

Het goedmakertje, vaak een oudere kaart, nog ergens in een hoekje van de kast gevonden. ’Die dan maar naar Bert-Jan en de Goedheid Zelve’. Een floddertje, met ’gelukkig nieuwjaar’.

Daar moet je niet te min over denken, je kunt het ook beschouwen als goede omgangsvormen. Ik voel me trouwens nooit beledigd als ik een ’nakomertje’ krijg, en ook niet als ik niets ontvang. Dat jullie het maar weten, kerstkaartenstuurders en niet-stuurders.

Meer nieuws uit Gooi

Meest gelezen