MER’s schotelen je een vertekend beeld voor | opinie

Niet alleen in de Flevopolder komt een datacenter. Deze van Google staat in Middenmeer.© Foto Sem van der Wal

Michiel S. de Vries

Facebook is van plan in Zeewolde een hyperscale datacenter te bouwen. Het zou gaan om een terrein van 69 hectare, dat wil zeggen circa 100 voetbalvelden. Een meerderheid van van de gemeenteraad lijkt van zins het bestemmingsplan te wijzigen opdat die plannen mogelijk worden. 16 december valt de beslissing die onder andere gebaseerd is op een milieueffectrapportage (MER) van Arcadis. Daarin staan echter bevindingen die er op duiden dat de onderzoekers en de opdrachtgever er alles aan hebben gedaan om de milieueffecten van de komst van de datacenters zo positief mogelijk te doen voorkomen.

In totaal zijn zes datagebouwen voorzien met een totale dakoppervlakte van 140.000 m2. Dat wil zeggen enorme blokkendozen. En wat lezen we in de MER? Dat door de plaatsing van groeperingen van bomen rondom de bebouwing het beeld wordt opgeroepen van een typische boerderij in een uitgestrekt agrarisch veld. [...] De blokken creëren een ritme en trekken de aandacht weg van de gebouwen in een visueel aantrekkelijk patroon (pagina 69). En op pagina 65 lezen we: ’In het ontwerp van de campus hebben de belangrijke polderkwaliteiten een plek gekregen zoals een grote openheid, sterke en ritmische boomstructuren en een orthogonale verkaveling. Alle toekomstige boombeplanting en veldvegetatie zal in Nederland en de polder inheems zijn. De typische poldersfeer wordt ingebracht door vlakke velden en bloeiende grasvelden en waterranden als dominante kenmerken in het campusontwerp, waardoor het campuslandschap wordt verbonden met het omringende landschap.’

Deze paar zinnen in de MER maken al duidelijk waar het in dat rapport om gaat. De beschrijving moet zo zijn dat negatieve effecten van de datacenters minimaal moeten lijken en de positieve effecten worden uitvergroot. De besluitvormers moeten ervan worden overtuigd dat die datacenters zo erg nog niet zijn. Op verfoeibare wijze wordt iets foeilelijks voorgesteld als iets moois dat prima past in het landschap.

Tijdens de aanleg worden per etmaal 1400-1500 voertuigbewegingen naar het terrein verwacht, waarvan de helft zware vrachtwagens. Je zou toch denken dat dit als een negatief verkeerseffect wordt gezien tijdens de aanlegfase. Maar wat stelt de MER? ’De wegen hebben voldoende capaciteit om een tijdelijke toename als gevolg van bouwverkeer te kunnen verwerken. Voor de bouwactiviteiten is het niet nodig om doorgaande wegen af te sluiten. Hinder in de aanlegfase is daarom neutraal beoordeeld’ (pagina 19). Het is alsof je een huis van 5 ton koopt en de makelaar zegt: ’Past het binnen je budget?’ Dan moet je de aankoop eigenlijk als kostenneutraal zien.” Het is een drogredenering waar deze MER vol mee staat.

Om nog een voorbeeld te noemen. Facebook wil graag een eigen aansluiting naar de N305 waar de datacenters naast komen te liggen. Dat is met het oog op de beveiliging van de datacenters wel handig. Het MER voegt daar zonder argumenten allerlei voordelen aan toe. Zo zou volgens het MER een rechtstreekse verbinding op de N305 het hightechkarakter van de ontwikkeling weerspiegelen en een prominent visueel aantrekkelijke aansluiting tot stand brengen. Het ontgaat mij geheel waar zulke claims op zijn gebaseerd. Ze dienen mijns inziens alleen om te suggereren dat de komst van de datacenters positief moet worden bezien.

Dat geldt ook voor de geluidsoverlast gedurende de aanlegfase. Al dat extra verkeer brengt extra geluid voort. Zoals in een tabel in de MER-bijlage weergeeft gaat het tijdens de aanleg continu om een geluidsbelasting tot 60 decibel en gedurende 100 dagen zelfs (ver) boven de 60 decibel. Niettemin staat in de samenvattende tabel dat er geen negatieve geluidseffecten tijdens de aanlegfase zijn te verwachten.

Gegeven de beperkte ruimte heb ik een veelheid aan problemen in het MER nog niet benoemd, zoals de toename van de stikstofproductie en de geluidsoverlast. Beide effecten in de samenvatting van het MER niet als negatief worden beoordeeld, maar als neutraal. Alleen omdat de betreffende effecten binnen de wettelijke limieten vallen.

Besluitvormers

Besluitvormers worden op het verkeerde been gezet door MER’s die er alleen toe dienen om hen warm te maken voor de komst van de datacenters. Besluitvormers denken goed te worden geïnformeerd, maar krijgen een compleet vertekend beeld voorgeschoteld.

Ik ben geen aanhanger van complottheorieën en eigenlijk geheel afkerig daarvan, maar na het lezen van MER’s die oorspronkelijk waren bedoeld om de milieueffecten goed in beeld te krijgen en die effecten een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming, begin ik toch te twijfelen.

Michiel S. de Vries is hoogleraar bestuurskunde op de Radboud Universiteit Nijmegen

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.