De QR-code heeft de meest bizarre gevolgen omdat we een dergelijk tastbaar onderscheid niet gewend zijn | column

Joost Prinsen

Ik lees een smartelijke slotzin in een NRC-column van Marcel van Roosmalen. Hij spreekt met de eigenaar van een restaurant: „Hij liet me in zijn telefoon kijken. ’Nee, ook geen takeaway’, schreef een vrouw, ’wij zijn tegen tweedeling’. De restauranthouder: „Dat waren ooit normale mensen. Iedereen radicaliseert.”

Natuurlijk waren het normale mensen. Het waren mensen die vroeger wel maaltijden kochten om mee te nemen en die van tijd tot tijd in een restaurant aten. Wat voor een restauranteigenaar al gauw het criterium is voor normale mensen. En uiteraard zijn het nog steeds normale mensen. Alleen niet zo verstandige normale mensen.

Tweedeling is er in de maatschappij natuurlijk altijd geweest. Voor of tegen de griepprik, drie keer modaal of bijstand, stad of platteland, blauwe- of witte boorden, vult u zelf maar aan. Het is een onderscheid waar we aan gewend zijn.

Het is immers al jaren zo dat een bijstandsmoeder, bijstandsvaders zullen er ook wel zijn maar je hoort er zelden over, zich minder kan veroorloven dan een miljonair. Dat vrouwen last hebben van het glazen plafond en dat allochtonen soms een andere naam onder hun sollicitatiebrief zetten. Het is de soort onzichtbare tweedeling waar iedere maatschappij vol van zit.

Maar nu is er die QR-code. En ineens is tweedeling concreet geworden. Door een lidmaatschapskaart die de ene bevolkingsgroep op zak heeft en die de andere niet heeft of niet wil hebben. En die code heeft de meest bizarre gevolgen omdat we een dergelijk tastbaar onderscheid niet gewend zijn.

En zo gaat een zanger niet meer op tournee omdat er ’gediscrimineerd’ wordt. Of een arme restauranthouder krijgt het verwijt van tweedeling omdat hij van de overheid naar die QR-code moet vragen.

En erger nog: de hele overheid, die zich met de epidemie nauwelijks raad weet, krijgt krankjorume verwijten naar het hoofd geslingerd. Zoals vergelijkingen met de Jodenster. Alsof je zonder code op zak aangehouden kunt worden en daarna ergens ver weg wordt vermoord.

Er is één vergelijking met de oorlog die opgaat. Vaak heb ik van de generatie vóór de mijne gehoord ’Als we in 1940 geweten hadden dat de oorlog vijf jaar zou duren, hadden we het nooit volgehouden’.

In maart van het vorig jaar dachten we dat ergens in september van dit jaar de klus geklaard zou zijn. Nu we weten dat dat niet zo is en we geen stip aan de horizon meer vertrouwen, begint ons geduld op te raken. We radicaliseren en vertonen reacties waarvan het niet bestellen van een takeaway maaltijd nog de meest onschuldige is.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.