Kogels op de filmset, ook ik was er niet gerust op | column

Joost Prinsen

Mijn filmdebuut, als mijn schamele loopbaan op het witte doek tenminste die term verdient, maakte ik ruim vijftig jaar geleden. Mijn aandeel was bescheiden. Ik was getuige van een moord en moest daarom ook uit de weg geruimd worden.

Daartoe was een klein zakje bloed op mijn voorhoofd geplakt tussen mijn ogen. Naast de camera stond een scherpschutter met een soort minibuks. Tijdens de opname moest hij dat zakje bloed stuk schieten, ’Er kan niks gebeuren Joost’, het bloed zou over mijn neus druipen en ik moest dood ter aarde storten. Einde van de rol.

Ik was er niet gerust op. Vlak voor de camera ging draaien, kwam er een mannetje van de productie, ik had hem daar de hele ochtend al zien rondlopen, die de regisseur iets in het oor fluisterde. Deze wendde zich even later tot mij en zei: „We doen het toch anders. We zien de moordenaar schieten en in het volgende beeld lig jij dood op de grond met bloed tussen je ogen.” Ik opgelucht. Tijdens de lunch vroeg ik dat mannetje wat hij toch gezegd had. „Dat u niet verzekerd was”, zei hij.

Ik vertel dit natuurlijk naar aanleiding van de gebeurtenissen op de set van de film ’Rust’ waar Alec Baldwin een camera-assistent doodschoot en de regisseur verwondde. Volgens Martin Koolhoven, gelauwerd regisseur in binnen- en buitenland, zijn er strenge protocollen om de veiligheid op de filmset te waarborgen. Hoe er dan toch kogels in een revolver kunnen komen in plaats van losse flodders wist hij natuurlijk ook niet.

Volgens het productiebedrijf van de film was ’de veiligheid van de crew onze topprioriteit’. Volgens de leden van de crew kwam echter snelheid vóór veiligheid.

Dat is ook mijn ervaring in filmland. Een paar jaar na mijn debuut, ik was inmiddels als Erik Engerd wereldberoemd in Nederland, speelde ik een scène voor een televisiefilm. Ik moest in een salon rustig een krantje lezen. Onverwacht zou er dan een kast of dressoir ontploffen, ’Kan niks gebeuren Erik’, aan de andere kant van de kamer. Op het beslissende ogenblik knalde die kast zo hard uit elkaar dat de splinters me om de oren vlogen. Ik moest razendsnel dekking zoeken. De regisseur was laaiend enthousiast, zo levensecht had hij het nog niet eerder meegemaakt.

De man van de special effects, hij was zelden nuchter, nooit eigenlijk, werd kort daarna ontslagen. Enige dagen later vond men in zijn opslagplaats op het NOS-terrein voldoende explosieven om heel Hilversum op te blazen.

Maar dat was lang geleden. Inmiddels zal het al dan niet dankzij protocollen een stuk veiliger zijn op de filmsets van het Hollywood aan de Noordzee.

Al steek ik er mijn hand niet voor in het vuur.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.