De bril begon als lens van bergkristal | Eureka

© foto Dariusz Sankowski

Tessa de Wekker

Zo’n duizend jaar geleden bedacht de Arabische geleerde Ibn al-Heitam iets waar nog steeds miljoenen mensen profijt van hebben: hij dacht dat gepolijste glazen wel eens een oplossing konden zijn voor mensen met een visuele beperking.

De beste man zelf maakte de uitvoering van zijn idee echter niet meer mee. Pas in de dertiende eeuw werd de eerste voorloper van de bril uitgevonden door Italiaanse monniken: een halfronde lens van bergkristal. De eerste ’bril’ werd niet gedragen op het hoofd, maar kon de gebruiker over een papier schuiven. Alles onder de lens werd vergroot. De naam ’bril’ stamt ook uit die tijd. Het is zowel in het Nederlands als het Duits (Brille) afgeleid van ’beril’, de naam van het bergkristal dat werd gebruikt om het vergrootglas van te maken.

Aan het einde van de dertiende eeuw lukte het glasmakers in Murano, een eilandje bij Venetië dat nog steeds bekend staat om haar glas, om de lenzen bol te slijpen. Ze pasten precies in een houten ring. Men verbond beide ringen door middel van een steel en een klinknagel aan elkaar: de eerste echte bril was een feit. Hoewel de bril nog steeds niet op het hoofd kon worden gedragen, was het al een verbetering ten opzichte van de halve bol die over papier geschoven moest worden.

Door de uitvinding van de knijpbril (’pince-nez’) werd het mogelijk om de brillenglazen te dragen, in plaats van ze met de hand vast te houden tijdens het lezen. In 1730, was het de Engelse opticien Edward Scarlett die de moderne brillenvorm uitvond: met twee pootjes die op de oren rusten, zodat de bril ook echt constant gedragen kan worden.

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.