Gaat ik staken? Het zit er bij mij niet van nature in | column

Maaike van der Plas

Als mijn peetvader en ik op mijn eerste vakantiedag in Spanje op de racefiets stappen, is er nog niets aan de hand. Drie uur later stoppen we in een bar in een klein plaatsje voor almuerzo, een soort Spaanse brunch met heerlijk belegde broodjes. Ik haal mijn mobiel uit het achterzakje van mijn wielershirt en zie zesendertig nieuwe berichten in de groepsapp die ik deel met mijn mede-arts-assistenten van de neurologie.

De meest recente bijdragen bestaan uit varianten op ’ik ben voor’ en ’ik doe mee’. Ik scroll naar boven om te kijken waar al de ophef over gaat. Dan zie ik de vraag die al deze antwoorden heeft opgeleverd: „Iedereen akkoord met een staking?”

Staken zit er bij mij niet van nature in. Toen ik een paar jaar geleden begon met werken en af en toe een vrije dag in mijn rooster zag staan, ter compensatie van een weekenddienst, ging ik vaak stiekem toch naar het ziekenhuis. Ik vond het vervelend om mijn patiënten een dag aan een ander over te laten, had plannen voor hen gemaakt die ik zelf ten uitvoer wilde brengen. Omdat het problemen zou opleveren bij het secretariaat of de salarisadministratie liet ik nergens registeren dat ik deze dagen alsnog werkte. Ik deed het gratis en begreep niet waarom andere collega’s moeilijk deden over bijspringen op hun part-time-dag of in hun vakantie als er grote problemen in het rooster waren.

Een deel van mijn onverschilligheid komt door een totaal gebrek aan financieel inzicht. Ik heb me wel eens geprobeerd te verdiepen in mijn salarisstrook, maar terwijl ik neurologische feitjes vrijwel moeiteloos kan onthouden, voel ik alle fiscale kennis altijd als zand door mijn vingers glippen. Mij had de NFU het nieuwe CAO-voorstel voor academische ziekenhuizen dan ook wel kunnen verkopen, maar nadat wijzere zielen me hebben uitgelegd wat het daadwerkelijk inhoudt en hoe bijna alle ziekenhuismedewerkers er op achteruit gaan, besef ik dat het inderdaad niet eerlijk of redelijk klinkt. De geplande structurele salarisverhoging is extreem laag en er zijn geen concrete maatregelen om de werkdruk te verminderen.

Ik begrijp de wens om te protesteren dus goed, al blijf ik het middel van een staking, net als veel van mijn collega’s, lastig vinden. Om ons punt te maken, moeten we namelijk onze patiënten schaden. Hoewel de spoedzorg gewoon doorgaat, worden de poliafspraken en bepaalde geplande operaties afgezegd. Mensen die maanden hebben gewacht om hun onhoudbare migraine te bespreken met een specialist, krijgen nu een week van tevoren te horen dat ze toch niet mogen komen. Enerzijds maakt dat de ernst van de situatie duidelijk, maar anderzijds gaat het ook in tegen alles waar we normaal gesproken voor staan.

Tijdens de eerste staking (28 september) ben ik nog in Spanje en hoef ik niet na te denken over mijn deelname. Op de volgende geplande datum (26 oktober) is dat anders. Ik weet nog niet precies wat ik ga doen, maar waarschijnlijk zal ik die dag de absoluut noodzakelijke neurologische zorg opvangen, zodat andere collega’s vrij zijn om te staken. En dit keer doe ik dat, in tegenstelling tot mijn jongere en naïevere zelf, echt niet gratis.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.