’Het is geen fuckboy of zo’ | column

1 / 2
Robbert Minkhorst

De taalkloof tussen ouder en puberkind kan enorm zijn – bruh – en daar probeert deze krampachtig hip doende vader dus wat aan te doen. Maar hij werd laatst toch weer met de pijnlijke waarheid geconfronteerd. Lessen in de liefde waren het dit keer meteen.

Het verschil in vocabulaire is best een dingetje (soms moet ik appjes vijf keer lezen om het nog steeds niet helemaal te begrijpen, en dan doe ik maar alsof) en taal is zeg maar echt mijn ding, maar wij post-boomers kunnen moeilijk terugvallen op het boekje ’Turbotaal’ uit onze tijd. Doe ff niet zo random man, dat was in de stone age het woordenboek voor hippe taal.

Als iets sick is, of ziek, is het gaaf of tof. Ben je een Annefleur, dan ben je een hockeymeisje. Met wat stigma’s en logica kom ik daar zelf ook nog wel op. Bruh is het nieuwe wtf (of whatever). Lol is dus allang niet meer alleen een woord, maar ook een afkorting. Wist ik heus wel. Laughing out loud. Als je echt helemaal vlak gaat, heet het roflol (rolling on floor, laughing out loud). Maar misschien is dat intussen suf.

Lmao was de term die mijn dochter er laatst ingooide. Laughing my ass off. „Roflol, dat zegt echt niemand.”

Ik was degene die werd uitgelachen. Dat zit zo. Zij heeft tegenwoordig verkering, al mag dat natuurlijk absoluut niet zo heten. Terwijl ik mezelf bespotte met het cliché van de overbezorgde vader die zijn dochter ging kwijtraken aan de eerste de beste onbetrouwbare hork, kreeg ik les van mijn tienerdochter in de app.

’Het was echt heel onnodig om je zorgen te maken dat ik iets ging doen, ik ben rustig 15 hahaha’. En: ’Ik hoef nog niet die talk hoor, we labelen het niet eens als vriendje vriendinnetje, want dat vind ik tuttig klinken tis geen fuckboy of zo’.

Dat laatste hoefde ik niet eerst vijf keer te lezen.

Meer nieuws uit IJmond

Meest gelezen