In tegenstelling tot een aantal oud-ploeggenoten heeft Jetse Bol zijn schaapjes niet op het droge gefietst. Voorlopig gaat hij nog niet ’gewoon’ aan het werk, maar trapt hij lekker door | Column

Jetse Bol.

Jetse Bol.© Archieffoto Orange Pictures

Jetse Bol

De wielerwereld draait weer op volle toeren. Jetse Bol rijdt voor de Spaanse ploeg Burgos-BH en vertelt op deze plek over zijn ervaringen in dit wielerseizoen. Vandaag de laatste aflevering.

Dit seizoen reed ik met de Vuelta mijn zesde grote ronde. Gekscherend zei ik laatst tegen mijn vrouw dat het me wel mooi leek om na tien grote rondes te stoppen. Afgaand op het aantal dat ik er nu rij per seizoen moet ik dan nog vier jaar fietsen. De blik die ik van mijn vrouw terugkreeg deed vermoeden dat zij dat niet zag zitten.

Maar goed, één grote ronde kan er in ieder geval nog bijkomen want ik ga nog zeker een seizoen door bij deze ploeg. Mijn nieuwe contract heb ik inmiddels getekend. Dat deed ik alweer even geleden, maar het is toch een primeurtje. Laten we zeggen dat de ploeg dit soort dingen gefaseerd naar buiten brengt. En dat ze het beste voor het laatst bewaren...

Soms vragen mensen mij waarom ik bij een Spaanse ploeg fiets. Nou heb ik het bij Burgos ook gewoon goed naar mijn zin, maar wielrennen is geen voetbal: er zijn niet veel teams waar je als prof terecht kunt. Veel te kiezen is er dus niet.

Ik ben nu 32 en natuurlijk weet ik dat ik al meer jaren heb gefietst dan dat ik er nog zal fietsen, maar ik vind het nog veel te leuk om al over stoppen na te denken. Ik ben ook nog niet over mijn top heen. Oud, maar niet roestig zeg maar. Uiteindelijk hoop ik het moment dat ik stop zelf te kunnen bepalen.

Voorlopig heb ik het langst gereden voor de opleidingsploeg van Rabobank. Daar zat ik vier jaar. Daar ga ik met mijn nieuwe contract bij Burgos straks overeen, hier rij ik na volgend seizoen vier een half jaar. In mijn laatste jaar bij de opleidingsploeg van Rabobank fietste ik met jongens als Tom Dumoulin, Wilco Kelderman, Ramon Sinkeldam, Dylan van Baarle en Rohan Dennis. Ik maakte samen met Wilco de stap naar de WorldTour-ploeg. Dat betekent dat ze mij er eerder klaar voor vonden dan die andere jongens. Jammer dat ik het talent dat mij werd toegedicht minder heb kunnen waarmaken dan die mannen, maar zo loopt het soms nou eenmaal.

Mijn schaapjes heb ik in de afgelopen jaren dan ook niet op het droge gefietst. Na mijn carrière moet ik dus gewoon aan het werk. En daar is niets mis mee. Soms denk ik daar wel eens over na, maar omdat ik nog volop aan het koersen ben, kan ik er nog niet mee aan de slag. Ik hoop wel dat het in de wielrennerij zal zijn want daar liggen mijn interesses en zit mijn netwerk. Het pad naar het leven na de fiets is dus nog niet uitgestippeld. Eerst nog lekker fietsen.

Meer nieuws uit Sport West-Friesland

Meest gelezen