Flipperen ideaal tijdverdrijf als de patat ligt te spetteren | Eureka

© Foto WireImage

Peter de Jong

De flipperkast. Voor de flipperista’s een magische machine die hen tot het uiterste drijft. In de jaren zeventig bereikte hij zijn absolute hoogtepunt. In elke zichzelf respecterende snackbar stond zo’n kast, ideaal om de tijd te doden die gemoeid was met het bakken van de patat, berehap en frikandel speciaal.

Opzwepend, het gebel en gerinkel als er weer een bumper was getroffen, het ronddraaiende vlaggetje, de telrollen en natuurlijk de verlossende - pok - als je een vrij spel bij elkaar had gespeeld. Iets minder leuk was het als de kast op tilt sloeg - als je de kast wat al te enthousiast tegen de muur had geduwd, om de speelbal in de juiste richting te krijgen. ’To tilt’ betekent kantelen. Een kast die stopt met spelen is dus gekanteld. Het verhaal gaat dat men oorspronkelijk uitstekende spijkertjes onder de kast had geslagen, om te voorkomen dat (vals)spelers daar een klap zouden geven.

De eerste flipperkasten waren schuinstaande biljarttafels, waarbij de bal met een keu in het spel werd gebracht en de bal weer terugliep via in het speelveld geslagen spijkertjes, pins. Vandaar de naam pinball. Waarom het dan in Nederland flipperen heet, is niet helemaal duidelijk. Daarom hebben we maar even met opperflipperista Jim Jansen gebeld, auteur van de flipperbijbel ’No Balls, No Glory. „De eerste kast met flipper bumpers was de Humpty Dumpty uit 1947. Een flipper is in het Engels een vin waarmee een dolfijn zwemt.” De wat oudere tv-kijker herinnert zich vast nog wel de jaren 60-avonturenserie over een dolfijn met de naam, jawel, Flipper. Jansen: „Omdat het spel pas na de Tweede Wereldoorlog van de States naar Europa is overgewaaid, is het hier flipperen gaan heten, terwijl de Engelstaligen het op pinball houden.”

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.