Teruggefloten door covid-19, nog geen ploeg voor 2022. Toch denkt profwielrenner Niki Terpstra niet aan stoppen

Kees van Dalsem
Bergen

Hoeveel pech kan je hebben. Nadat Niki Terpstra de afgelopen jaren door verschillende zware valpartijen werd teruggeworpen, kreeg de Noord-Hollander vlak voor de start van het voor hem belangrijke naseizoen covid-19. En dat terwijl hij nog geen ploeg heeft voor 2022. Terpstra is echter nog niet klaar met fietsen.

Niki Terpstra had willen schitteren op het WK wielrennen in Vlaanderen, om daarna nog te kunnen genieten van Parijs-Roubaix en Parijs-Tours. De prof van het Franse Total Energies rijdt vaak uitstekend in het najaar, maar achter zijn naam staat nu een groot vraagteken. „Of ik weer in orde ben voor Roubaix? Ik weet het niet.”

Het is alweer 2,5 jaar geleden dat Terpstra regelmatig voorin de uitslag te vinden was. Dit jaar had hij begin augustus een opleving in de Artic Race of Norway, waar hij in de laatste etappe zijn klasse weer ziet zien. Het coronavirus wierp hem daarna weer ver terug. En dat terwijl Terpstra nog een keer wilde scoren. „Er zijn nu veel koersen, iets wat ik goed aankan. Hopelijk ben ik weer fit voor Parijs-Roubaix en de wedstrijden die daarna nog komen, zoals Parijs-Tours en Parijs-Bourges. Wanneer ik weer een wedstrijd rijd, is nog onbekend. Ik heb vorige week woensdag pas weer voor het eerst op de fiets gezeten.”

Griepje

Terpstra dacht dat hij een griepje had en hij meldde zich af voor het EK wielrennen in het Italiaanse Trento. Hij werd echter niet beter en na verschillende tests bleek hij positief op het coronavirus. „Het zou kunnen dat ik snel herstel, maar ik heb het nog niet eerder gehad, dus weet ik niet hoe mijn lichaam reageert. Sommige renners hebben juist ’supercompensatie’ en rijden pijlsnel na een verplichte rustperiode. Maar ik was afgelopen weekend in ieder geval nog niet goed genoeg om een koers te rijden.”

De Noord-Hollander staat daarom ook niet op de deelnemerslijst van het WK wielrennen in zijn geliefde Vlaanderen. Zondag start de wielerelite in Antwerpen voor de bikkelharde titelstrijd van 268 kilometer naar Leuven. De renners worden over tientallen heuveltjes en kasseistroken gestuurd. De kans is uiterst klein dat de wedstrijd eindigt in een massasprint. „Ik stond op de ’longlist’ voor het WK, dus het was ook nog maar de vraag of ik geselecteerd zou worden. Ik had er graag bij geweest, ook al was het waarschijnlijk in een dienende rol. Nu kan ik de wedstrijd vanaf de bank bekijken, dat is ook wel een keer leuk.”

Dienende rol

Die dienende rol is voor hem als kopman zeker niet vreemd. „Bij Quick-Step heb ik wel vaker moeten knechten. De afgelopen jaren was ik in Franse dienst natuurlijk de man die het af moest maken, maar ik vind het ook geen probleem om voor mijn ploeggenoten te werken.”

Wie volgend jaar zijn ploeggenoten zijn, weet Terpstra nog niet. Hij heeft nog geen contract voor 2022. Na drie jaar voor de ploeg van Jean-René Bernaudeau gereden te hebben loopt zijn verbintenis af. Hij maakt zich echter nog geen zorgen. „Ik wil nog wel blijven fietsen. Of dat bij Total Energies of bij een andere ploeg is, kan ik nog niet zeggen.”

Sagan

De Franse ploeg heeft in ieder geval al flink geïnvesteerd in het team voor volgend jaar. Peter Sagan komt samen met zijn gevolg – onder anderen de Italiaan Daniel Oss en de Pool Maciej Bodnar – over van Bora-Hansgrohe.

De Slowaak heeft al aangegeven dat hij met Terpstra wil praten, als hij zijn loopbaan bij Total Energies wil voortzetten. „Zelf heb ik niks met Sagan, maar dat is niet negatief bedoeld. Ik ken hem alleen als een concurrent in de koers. Voor het team is het in ieder geval goed dat er renners van zijn niveau worden aangetrokken.”

Meer nieuws uit Sport Alkmaar

Meest gelezen