Ieder mensenleven verdient een monument | column

Haroon Ali

Mijn neef deed deze week een spannende ontdekking over het huis van onze grootouders in Bussum. De statige villa waar mijn (Nederlandse) moeder opgroeide met haar negen broers en zussen. Het labyrint waar mijn neven, nichten en ik vroeger verstoppertje speelden. Voordat onze enorme familie hier talloze herinneringen maakte, woonde hier een verzetsheld.

Hij heette Jacob Tobias Poppers, roepnaam Jaap, lees ik in de archieven van Joods Monument en Oorlogslevens. Jaap was handelsreiziger en daarnaast een actief verzetsstrijder. Op twee bewaarde pasfoto’s zie ik een rebelse blik. „Hij nam deel aan aanslagen in Soesterberg en in Amsterdam-Zuid. Een poging om naar Engeland te ontsnappen mislukte; de motor van zijn boot weigerde. Met een trawler is hij teruggebracht en ter hoogte van Noordwijk gearresteerd.” Hij werd opgesloten in de strafgevangenis Scheveningen en op 30 juni 1942 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. Jaap was pas 28 jaar. Zijn ouders en zus werden maanden later vermoord in Sobibor en Auschwitz.

Mijn opa en oma verhuisden begin jaren vijftig naar de woning waar Jaap waarschijnlijk heeft zitten broeden op zijn verzetsdaden. Ik vond het altijd spannend om bij mijn oma te logeren, in dat grote, krakende huis, met al die verborgen hoekjes en kruipruimtes. Na haar overlijden werd het huis verkocht. De familie heeft nooit geweten wie Jaap Poppers was, totdat mijn neef dit op Facebook postte, net in een week waarin de Tweede Wereldoorlog weer onderwerp van gesprek is. Niet alleen omdat het langverwachte Nationaal Holocaust Namenmonument in Amsterdam is onthuld. Maar ook omdat een ontspoorde parlementariër de Holocaust in een tweet tussen aanhalingstekens zette.

Ik ben soms bang voor de erosie van ons historisch besef. Ik zie met lede ogen aan hoe die ontspoorde politicus en zijn volgelingen de uitsluiting en genocide van joden vergelijken met het tonen van een QR-code in cafés – een vergelijking die mank gaat en onze pijnlijke geschiedenis belachelijk maakt. Ik schrik van complotdenkers die zelfs de Holocaust in twijfel in trekken en zich ’afvragen’ of er wel echt zoveel joden zijn vermoord. De mensheid heeft nog nooit zoveel informatie tot zijn beschikking gehad, alles wordt overal vastgelegd. Maar juist de overdaad aan kennis verleidt snode types om de historie op Orwelliaanse wijze in twijfel te trekken of zelfs te herschrijven.

De geschiedenis staat ook niet stil. Zo komen er gruwelen uit de voormalige Nederlandse koloniën aan het licht die niet stroken met de vrolijke ’VOC-mentaliteit’ die op scholen werd onderwezen. Historie bestaat deels uit verhalen die we aan elkaar doorvertellen, van heilige boeken tot anekdotes op sociale media. Maar de wreedheid van de mens mag je nooit tussen aanhalingstekens zetten. De Holocaust heeft miljoenen levens verwoest. De Armeense genocide kun je niet ontkennen. In Syrië en Jemen woeden nog steeds hevige oorlogen, ook al zijn ze niet meer in het nieuws.

Al die pijn verdient een monument, zodat niemand de geschiedenis kan verdraaien voor persoonlijk of politiek gewin. Daarom doet het me goed dat er onlangs vier struikelstenen zijn geplaatst bij het vroegere huis van mijn grootouders, ter nagedachtenis aan verzetsheld Jaap Poppers en zijn familie. Gisterochtend liep ik langs de muren van het indrukwekkende Namenmonument in Amsterdam. „Simon Katz, 58 jaar. Susanne Katz, 3 jaar. Sylvia Katz, 6 maanden.” Gedenktekens voor ruim honderdduizend slachtoffers die geen graf hebben. Zodat ze nooit worden vergeten.

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.