Ruud Kersten wilde getuigen in voordeel van verdachte van dubbele moord, ’mijn heldhaftigste daad tijdens diensttijd’ | Einde oefening

Peter Schat

Ruud Kersten uit Alkmaar blikt terug op ’mijn heldhaftigste daad tijdens diensttijd’. Anderen denken terug aan in de steek gelaten Papoea’s of mijmeren over hun verblijf in Suriname, zoals Niek Faas uit Leiden: ,,Ontmoetingen met bevolkingsgroepen en culturen in de overzeese gebiedsdelen zijn zeer bijzonder.”

Op dat hij aantoonbaar harder nodig was in de maatschappij en na twaalf in plaats van zestien maanden de dienst al mocht verlaten is Ruud Kersten uit Alkmaar, lichting 75-6 nog steeds trots. De hoofdredacteur van deze krant speelde daarin een rol, want Kersten werkte net twee jaar als leerling-journalist voor de editie Den Helder. Dienstplicht was en blijft voor hem een zinloze exercitie. Maar, stelt hij ook: „De enige keer dat ik me echt militair én nuttig voelde was tijdens een gijzelingsactie die ergens in Nederland gaande was. Ik lag in de Oranje Nassaukazerne in Amsterdam. We moesten ’s nachts wachtlopen. Mét karabijn én scherpe munitie. We mochten het magazijn met de kogels niet in het geweer doen. Het zou eens per ongeluk afgaan. Dat deden we toch, natuurlijk, al redenerend dat als we belaagd zouden worden, echt geen tijd zouden krijgen om het karabijn schietklaar te maken.”

„Het meest geleerd van mezelf heb ik van een incident van een heel andere orde. In de Oranje Nassau in de compagnie waarvan ik onderdeel was (646 Werktroepen) trok ik op met een ruwe bolster van wie ik vermoedde dat zijn pit best wel blank was. Hij keerde geregeld terug van weekeindverlof met een blauw oog, kapot geslagen lippen dan wel danig ontvelde knuisten. Dan had hij, stevig onder invloed van wat dan ook, weer gevochten. Ik was beducht voor hem, tegelijkertijd mocht ik hem wel.”

„Op een maandag stonden de kranten vol van een dubbele moord die op het Spui in Amsterdam was gepleegd. Een jong paar was met fietskettingen doodgeranseld. De daders, twee broers, werden al snel gearresteerd. Een van de twee bleek Peter M., ’mijn ruwe bolster, blanke pit’. Ik werd heen en weer geslingerd tussen geloof en ongeloof. Toen de kazernecommandant vroeg of er soldaten uit 646 bereid waren eventueel in het voordeel van M. te getuigen, heb ik me gemeld. Opgeroepen ben ik niet, maar had dat wel graag willen doen. Ik vond en vind dit nog steeds mijn heldhaftigste daad tijdens diensttijd.”

(Tekst gaat door onder foto)

Dré Lemmers ging als matroos naar Nieuw-Guinea.

Dré Lemmers ging als matroos naar Nieuw-Guinea.© Collectie Dré Lemmers

In november 1961 meldde Dré Lemmers zich bij de Marinekazerne in Hilversum, waar hij de eerste zes weken van zijn diensttijd verbleef. „Was nog nooit van de boerderij weg geweest, dus dit was erg lang voor mij.” Als matroos der 2e klasse ging hij naar Nieuw-Guinea. „Onder politieke druk van Amerika moesten wij de Papoea’s in de steek laten. Nederland had ze zelfbestuur beloofd! Ik heb een geweldige diensttijd meegemaakt en denk er nog vaak aan terug. Maar ook aan de Papoea’s, die wij voor mijn gevoel in de steek hebben gelaten.”

In Leiden kreeg Han Kaan de opleiding tot kok in 1956 en hij had daar ’een mooie tijd’. Hij wilde naar Nieuw-Guinea maar het werd Suriname. „Ook goed. Het was er warm maar dat wende snel.” Op kamp Zanderij schoten ze van alles in het oerwoud, van kaaimannen tot apen. Hij zat elke maand in een andere plaats of op een van de buitenposten bij de grens. „Albina in het oosten en Nikerie in het westen.” Met zijn koksmaat Sjors maakte hij in de ochtend de lunch voor het peloton en ’s middags het avondeten. „Geweldige tijd.”

Arie van der Made hield aan zijn diensttijd over, dat hij in Naarden altijd even langs het Arsenaal en de Weeshuiskazerne lopen moet, dat nu appartementen herbergt. „In Naarden verbleven we op drie locaties, behalve die ook in de Kloosterstraat, waar de eetzaal was. Met Frank en Bertus werkte ik op de administratie. We zaten de hele dag in de kaartenbakken en bonnetjes, nu ondenkbaar. Tijdens oefeningen ging dat allemaal mee in vrachtwagens met lades. Vanuit Duitsland konden we daarin ook ander, ’niet technisch’, materiaal vervoeren. En maar hopen dat de auto op de terugweg niet werd gecontroleerd.”

(Tekst gaat door onder foto)

Korporaal Arie van der Made bij zijn kast.

Korporaal Arie van der Made bij zijn kast.© Collectie Arie van der Made

Niek Faas uit Leiden, lichting 63-6: „Materialistisch ingestelde mensen rekenen uit hoe groot de financiële aderlating is, als je voor je nummer onder de wapenen moet. Vrij veel dienstplichtigen hebben het er ook nog eens behoorlijk saai gehad. Voor mij gold dat in het geheel niet, met een uitzending naar Suriname. Van de ijsdeken in het tentenkamp naar de klamboe. Als infanterist komt je door de vele detacheringen op vele plekken. Ontmoetingen met bevolkingsgroepen en culturen in de overzeese gebiedsdelen zijn zeer bijzonder.”

Lastig was het opvolgen van commando’s niet voor Jan Dekker uit Sint-Maartensbrug, lichting 54-3. „Dat was ik gewend van thuis en op school, met onze strenge hoofdonderwijzer van de lagere school.” Zijn vuurdoop herinnert hij zich nog goed: „Op de Harskamp, het was heel heftig. In tijgersluipgang tweehonderd meter op je buik door het zand, terwijl over onze hoofden met scherp geschoten werd.”

Als sergeant werd hij overgeplaatst naar de Ripperdakazerne in Haarlem en kreeg hij dertig soldaten onder zich. „Die je moest wekken en commando’s geven tijdens het marcheren.” Veel munitieschepen hebben ze gelost, die in Zijkanaal C lagen. „Dat brachten we naar de forten van de Stelling van Amsterdam.”

’s Nachts werden ze gewekt met de vraag wie een burger vrachtwagenrijbewijs had. „Ik stak mijn hand op. Met nog tien jongens van de kazerne werden we naar Amsterdam gebracht. Wat bleek, daar was een staking van buschauffeurs. Wij moesten dat oplossen. In dat weekend was er een interland in het Olympisch Stadion. Reed ik dan in zo’n grote bus met allemaal juichende sportievelingen aan boord.” Dekker had in zijn loopbaan als leidinggevende profijt van wat hij in dienst geleerd had. „Ik kan me ergeren aan wat de jongelui van tegenwoordig uitspoken. Ze hebben geen respect voor politie en leidinggevenden. Jammer dat de dienst is afgeschaft, daar had je geen commentaar te leveren of een rel te schoppen op niets af.”

In 1963 is Guus van Ditzhuijzen uit Heemstede dienstplicht en defensie ’echt gaan haten’. Drie maanden vrijstelling vroeg hij om bijtijds aan de Technische Hogeschool in Delft te beginnen en dat kreeg hij niet. „Je houdt het niet voor mogelijk, ik werd onmisbaar verklaard! Ik deed haast niks daar.” Hij vond dienst een waardeloze tijd. „Ik heb er weinig geleerd. Het waren twee verloren jaren.” Het steekt hem dat hts’ers in dienst Amerikaanse tankonderdelen moesten natekenen. „Die werden vervolgens door DAF nagemaakt. Mijns inziens niet netjes. En dan nog eens voor één gulden per dag, wat onze soldij was, misbruik maken van goedkope soldaten.”

Ook Rink Nieuwland, die in 1963 in dienst moest, vond het een ’verloren tijd’. ,,Je krijgt er echter wel wat voor terug. Meer belangstelling voor je medemens. Je bent sneller behulpzaam en daardoor evenwichtiger. De huidige jeugdigen een half jaar of een jaar iets belangeloos laten doen voor de gemeenschap zou korte lontjes ook wat langer maken, denk ik.’’

Lees ook: Diensttijd ook na kwart eeuw letterlijk ’onvergetelijk’. Wat betekende dat eigenlijk, militaire dienstplicht? | Einde oefening

Lees ook: Gewild aandenken aan militaire dienst: het rijbewijs | Einde oefening

Lees ook: Ruud Kersten wilde getuigen in voordeel van verdachte van dubbele moord, ’mijn heldhaftigste daad tijdens diensttijd’ | Einde oefening

Lees ook: Jargon en afko’s: de hospik zorgde dat de bospik een hotno kreeg | Einde oefening

Lees ook: Dienstkeuring: Poedelnaakt naast elkaar, blazen op je pols en indien nodig een tik met een lineaaltje | Einde oefening

Lees ook: Uzi spuwde kogelregen over de Croeselaan | Einde oefening

Lees ook: Walter Haentjes onderging ’wat een wapen met je doet’ toen hij bij wijze van afsluiting van dienst een hele vaandrigsklas mocht ’uitmoorden’ | Einde oefening

Lees ook: De postbode te paard bleek een Franse generaal | Einde oefening

Lees ook: De grap die Wout Booij en zijn groep met de adjudant uit wilden halen, pakte anders uit dan verwacht | Einde oefening

Lees ook: ’Tegenwoordig boeken jongeren survivaltochten, wij kregen dat allemaal van de staat’ | Einde oefening

Lees ook: De vriendin van Chris IJzelenberg maakte het terecht uit toen hij zich door militaire dienst vrijer ging gedragen. Na veertig jaar nog altijd spijt | Einde oefening

Lees ook: In dienst ontdekten jongens dat ze eigenlijk in een bubbel hadden geleefd | Einde oefening

Lees ook: ’Wij waren de eerste dragqueens in het leger, in 1987 al’ | Einde oefening

Lees ook: Opinie: Kan er niet eindelijk eens een bedankje af voor al die dienstplichtigen? | Einde oefening

Lees ook: Mijn levensverwachting in oorlogstijd was vijf minuten | Einde oefening (slot)

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.