Column | Wonen voor de poorten van de hel? Nee dus!

Ies van Rij

Dertig jaar geleden kwam ik voor het eerst in de IJmond. Met een verse aanstelling in de achterzak voor een baan bij Dagblad Kennemerland reden mijn vrouw en ik op een zondag van Harderwijk naar Beverwijk. Op zoek naar een koopwoning in een voor ons totaal nieuwe regio.

Omdat water nu eenmaal altijd trekt, ging het al snel richting Wijk aan Zee. We woonden destijds mooi aan het Wolderwijd, maar het zoete water van de Veluwse randmeren verruilen voor het zoute van de zee leek een inkoppertje. De golven die brullend het strand oprollen! We hebben het strand die zondag niet eens gehaald. Al bij de dorpsweide maakten we snel rechtsomkeert, toen donkere wolken boven de duinen geen slecht weer bleken aan te kondigen, maar ’gewoon’ uit de schoorstenen van Hoogovens kwamen. Wonen voor de poorten van de hel!? Nee dus.

Zeker met de wetenschap die we nu hebben over de uitstoot van de staalfabriek, was dat achteraf een wijs besluit. Na wat omzwervingen en een tijdelijke woning in Limmen, kwamen we uiteindelijk in Uitgeest terecht. Gelegen aan het Uitgeestermeer, ook water maar wel weer zoet. En geen dag spijt van gehad.

Toch kreeg ik in de loop der jaren door de verhalen die we schreven voor de krant steeds meer bewondering voor de inwoners van Wijk aan Zee met haar artistieke paradijsvogels en dwarsdenkers. Dankzij hen hield het dorp dapper stand tegen grote bedrijven en overheden met hun onzalige plannen voor een slibdepot op het strand of een vliegveld in zee.

Nu ik met ingang van volgende week weer wat anders ga doen bij de krant, besef ik des te meer dat we zuinig moeten zijn op Wijk aan Zee. Ik verruil het kantoor in Beverwijk voor de centrale redactie in Amsterdam, maar dat eigenwijze dorp blijf ik volgen. Je hoeft er niet te wonen om het toch in je hart te sluiten.

Meer nieuws uit IJmond

Meest gelezen