Bewegend Verleden: de stranding van de Wan Chun [video]

Jesse van Dijl
Castricum aan Zee

Het Regionaal Archief Alkmaar heeft een kleine, maar interessante amateurfilmcollectie opgebouwd. Alkmaarsche Courant presenteert hier de bijzondere films. Deze maand: de stranding van een schip bij Castricum aan Zee.

Over de stranding van zeeschip Wan Chun in 1972 op het strand iets ten zuiden van Castricum aan Zee, ter hoogte van paal 47, is al heel veel geschreven. Toen de vliegende storm was gaan liggen, lag ‘ie muurvast in het zand. Het gevaarte heeft er maanden gelegen.

Verschillende heel vermakelijke verhalen, foto’s en filmpjes hierover zijn eenvoudig terug te vinden op het internet. Het werd een echte toeristische trekpleister en een prima doel voor een leuk dagje uit. Duizenden hebben mooie herinneringen aan dit spannende avontuur. Inmiddels toch al bijna vijftig jaar terug.

Willem Dijkstra uit Egmond aan Zee heeft destijds ook een filmpje gemaakt van de situatie. Op super 8, in van die typische mooie kleuren die daarbij horen. Het bijzondere is dat hij het heeft gefilmd vanuit zijn eigen vissersbootje.

Filmend en kijkend vanaf zee en richting de kust dus, en niet andersom zoals al die andere beelden. De golfslag zorgt voor wat deinende opnamen, maar wat zijn ze bijzonder vanaf dit unieke gezichtspunt. Bijna surrealistisch af en toe.

(Tekst gaat door onder de video van Willem Dijkstra)

(Dit artikel over de Wan Chun stond 7 september 1999 in het Noordhollands Dagblad:)

Vrachtschip lag twee jaar op strand van Castricum: Wan Chun was ’een lief skepie’

Strandvonder Thijs Bakker was er als een van de eersten bij. Hij zag hoe de op drift geraakte vrachtvaarder vastliep op het strand van Castricum. Hij hielp redders uit Wijk aan Zee de doodvermoeide bemanning van boord halen met een 'whippertoestel'.

Met zijn terreinwagen reed de Bakkumer de Chinezen naar caf De Zon, waar de mannen op krachten konden komen. Bakker kon toen niet bevroeden dat het opruimen van het schip nog twee jaar in beslag zou nemen.

De sporen van de ramp met de Wan Chun zijn na 27 jaar nog steeds te vinden in de woning van de familie Bakker. In de huiskamer staat een koperen petroleumlamp, die op een schip wordt gebruikt als de stroom uitvalt, afkomstig van het ongeluksschip. En tussen de andere op het strand gevonden spullen in zijn schuurtje, hangen een reddingsboei- en vest van het schip.

(Tekst gaat door onder de foto)

Als een gestrande walvis lag de Wan Chun voor het strand van Castricum.

Als een gestrande walvis lag de Wan Chun voor het strand van Castricum.© Archieffoto Henk Honing

Bakker was een verwoed filmer en heeft vele banden over de ramp op de plank liggen. Zijn zoon Dirk, ten tijde van de ramp een opgroeiende jongen, mocht voor zijn hulp een complete hut ontmantelen. Hij richtte met de kooi, het bureau en het tafeltje zijn complete zolderkamertje in.

Strandpaal 47 was de plek des onheils in de nacht van 12 op 13 november 1972. In een heftig noodweer raakte de Wan Chun in nood voor de pieren van IJmuiden. De ankers vonden geen grip en tot overmaat van ramp sloegen de motoren af.

Het schip raakte op drift, maar de reis als spookschip duurde niet lang. Terwijl de schepelingen al door de Wijk aan Zeers van boord waren gehaald, zette de vliegende storm het stuurloze gevaarte op het strand tussen Heemskerk en Castricum. Het begin van een eindeloze stroom toeristen, die twee jaar zou aanhouden.

(Tekst gaat door onder de video)

De Wan Chun was een hot item. Om alles te kunnen herbeleven start Bakker zijn film, die hij ingekort en wel op video heeft laten zetten. De strandvonder vermaakt zich 27 jaar na dato weer om de friet- en haringtenten, die vrijwel onmiddellijk bij het wrak verschenen.

Bakker trok in die dagen veel op met de Haarlemse berger Gerrit Elfrink. Rijkswaterstaat had het schip willen opruimen, maar Elfrink zag mogelijkheden het schip van het strand te trekken. Hij kocht het 120 meter grote schip dat in 1945 in Noorwegen was gebouwd. De vrachtvaarder was pas enkele weken in handen van een reder uit Taiwan. De naam Wan Chun was er nog maar net opgeschilderd. Elfrink bedacht een plan.

(Tekst gaat door onder de video)

Hij groef het zand rond de Wan Chun weg. Bij hoog tij zouden sleepboten het schip door de zandbanken heen naar open zee trekken. Zo gezegd, zo gedaan. Maar Elfrink kreeg te kampen met tal van tegenslagen. Bij een laatste poging kantelde het tot dan toe rechtop staande schip. De Wan Chun vleide zich langzaam op de linkerzijde en zakte steeds dieper in het zand. Het verloop van de bergingspoging is op Bakkers film goed te volgen.

Draglines graven een geweldige kuil rond het schip, alsof een deel van de Deltawerken tot stand wordt gebracht. Als de kuil groot genoeg is, wordt de kunstmatige dijk doorgeprikt en stroomt het zeewater met grote kracht naar binnen. De Wan Chun begint te drijven. De sleepboten trekken. Even lijkt het goed te gaan. Tot het schip vastloopt en omvalt.

(Tekst gaat door onder de video)

Bakker herinnert zich het enorme lawaai waarmee het kapseizen gepaard ging.

“Wat een enorme herrie. Je moet rekenen dat het schip van binnen nog behoorlijk intact was. Nu kraakte alles los. Het interieur, de motoren. Even later lag zo'n beetje de hele inhoud van het schip verspreid over het strand. Stoelen, tafels, alles wat je maar kan bedenken.” De doodstrijd van het vrachtschip was daarmee nog niet ten einde. Begin april 1974, men had zojuist besloten het schip ter plekke te slopen, brak zware brand uit op de Wan Chun. Een brand die gepaard ging met luide knallen. De vuurzee zou maar liefst drie dagen aanhouden. Er was geen redden aan. De brandstoftanks met een restant van vijfduizend liter stookolie explodeerden n voor n. De boot stond in lichterlaaie. Het schip had al twee maal eerder in brand gestaan, weet Thijs Bakker. “De eerste keer heeft de boot wel een week gebrand. Het isolatiemateriaal in het ruim stond in brand. Maar Elfrink hield het geheim. Anders moest hij stoppen van Rijkswaterstaat en dat wilde hij niet.”

(Tekst gaat door onder de video)

Het geblakerde schip werd een prooi voor de Beverwijkse sloper Gerrit Kruk. Het zou nog een half jaar duren voor de laatste klomp staal van het strand was verdwenen. Het was een heidens karwei. Zo had het transport van de circa 2000 ton staal heel wat voeten in de aarde. Het vervoer van het uitgegraven en stuk gesneden schip moest geschieden over een speciaal aangelegde noodweg door de duinen. Het werk duurde een zomer lang. De kolos vond uiteindelijk zijn einde in de smeltovens van Hoogovens.

Thijs Bakker krijgt, kijkend naar de 25 jaar oude beelden, weer medelijden met het schip. Vooral de fragmenten van het deels ontmanteld en verroest schip stemmen hem droevig. “Nu ik het weer zie, vind ik het weer doodzonde. Het was een lief skepie. Niet zo'n drijvend flatgebouw als je nu ziet. Moet je kijken, het is net een dooie walvis. Een triest gezicht.”

(Eerdere aflevering van Bewegend Verleden vind je hier)

(De firma Kruk uit Beverwijk sloopte de Wan Chun. Hier een filmpje dat het bedrijf maakte:)

Meer nieuws uit Alkmaar

Meest gelezen