Schokkend turnrapport onderstreept dat de pijn dieper zit en een etterende wond is | Analyse

Gent, WK 2001: doorbraak van de ’gouden generatie’, met de van grensoverschrijdend gedrag betichte toenmalige bondscoach Frank Louter. Tien jaar later onthulden vier van hen het schrikbewind in het vrouwenturnen.

Gent, WK 2001: doorbraak van de ’gouden generatie’, met de van grensoverschrijdend gedrag betichte toenmalige bondscoach Frank Louter. Tien jaar later onthulden vier van hen het schrikbewind in het vrouwenturnen.© Foto ANP/Toussaint Kluiters

Marco Knippen
Amsterdam

Kindermishandeling werd decennialang als topsport verkocht. Het blootleggen van de doorgeschoten afrekencultuur heeft niet alleen het turnen op een kruispunt doen aanbelanden: de pijn zit dieper en is een etterende wond.

Sportkoepel NOC NSF liet woensdag in een reactie op het rapport ’Ongelijke leggers’ weten in gesprek te gaan met gymnastiekunie KNGU en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, om te kijken hoe de slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag in het (vrouwen)turnen recht kan worden gedaan.

Naast excuses en nazorg zou dat – in de lijn met de aanbevelingen – kunnen in de vorm van smartengeld, als financiële compensatie voor het aangedane leed. ,,NOC NSF kan helpen de juiste wegen te vinden’’, benadrukte koepelvoorzitter Anneke van Zanen-Nieberg.

Die inspanningsbereidheid mag, of nee móet, gelezen worden als een boetedoening. Net als de KNGU blonk NOC NSF de afgelopen decennia uit in wegkijken en halfslachtige maatregelen die niet de kern van de problematiek aanpakten. Zo ging het voorbij aan de gevaren van een ’vroeg-ontwikkelsport’, waarin het machtsoverwicht van trainers gemakkelijk omsloeg in machtsmisbruik. Domweg omdat het corrigerend vermogen ontbrak.

Het is niet voor niets dat de rapportage geen afrekening met zich misdragende trainers uit het verleden én heden was.

Lees ook: Klachten over misbruik in topturnen in doofpot, prestatiecultuur is doorgeschoten. Onderzoekers misstanden trekken nietsontziende conclusies in rapportage en bevelen schadeloosstelling aan

Ja, het klopt dat zij hun sporters – stelselmatig en decennialang – blootstelden aan uitschelden, vernedering, belediging, intimidatie, isolatie, negeren, uithongering, fysieke geselingen en soms zelfs seksueel misbruik. Zo diep ingesleten gewoonten die volgens hen de benodigde opofferingen waren om de weg naar het succes te plaveien. En, inderdaad, het gebrek aan pedagogische capaciteiten zorgde ervoor dat minderjarige kinderen van hun identiteit werden beroofd en daar als volwassene nog steeds de ingrijpende naweeën van ondervinden: posttraumatische stressstoornissen, depressiviteit, suïcidale gedachten, eetstoornissen en (bindings)angst.

Was de schuld maar alleen bij de trainers te leggen, dan had het straf- en tuchtrecht kunnen zegevieren – al (b)lijkt het Instituut Sportrechtspraak een bureaucratische, tandeloze tijger die door procedurele fouten eerder voor hertraumatisering zorgt en dringend toe is aan een professionaliseringsslag (een van de aanbevelingen van de onderzoekers).

Eerdere schokkende rapportages, vier in totaal in de periode 2003-2015 en in opdracht van de KNGU en/of NOC NSF, werden daarentegen nooit vrijgegeven omdat de prestatiedrang en -dwang voorrang kreeg boven het welbevinden van (vrouwelijke) sporters. Zij waren zodoende niet meer dan een gebruiksvoorwerp.

Die onethische keuze werd tot voor kort zelfs nog ’gerechtvaardigd’, wijzend op de internationale medailleoogst net na de eeuwwisseling en het olympisch goud van Sanne Wevers in 2016. Niet alleen het turnen zal zich dus moeten heroriënteren, maar óók de sportkoepel die bonden de ambitie oplegde om structureel bij de beste tien sportlanden van de wereld te behoren. Dat vergt niet alleen een lange adem, maar bovenal een mentaliteitsverandering.

Lees hier meer artikelen in het dossier turnmisbruik.

Meer nieuws uit Sport

Meest gelezen