De Grote Kerk vertelt: Kerken stonden al op oudste kaart van Beverwijk

Oudst bekende kaart van Beverwijk door Jacob van Deventer, 1560.
© Bron: StedenatlasJacob van Deventer, Uitgeverij Toth.

De geschiedenis van de Grote Kerk is verbonden met Beverwijk en haar bewoners. Hoe zeer dit het geval is, maakt Jan Kramer duidelijk door wekelijks te vertellen hoe het de Grote Kerk door de eeuwen heen is vergaan.

Tijdens de bouw van de kerk zullen de parochianen van de Sint Agatha zich mogelijk hebben verspreid over de andere kleine kerken die Beverwijk rijk was.

Op de kaart van Jacob van Deventer uit 1560 zijn naast de reguliere bebouwing de kerken als bijzondere gebouwen weergegeven. Er waren twee kloosters, elk met een kloosterkerk.

Het ene klooster, Maria van Sion lag noordelijk tussen de Breestraat en het Wijkermeer. Het was een mannenklooster waarvan de monniken leefden volgens de regels van Sint Augustinus. De Munnikenweg herinnert nog aan dit klooster. Het tweede klooster, bewoond door zusters van de Franciscaner orde, lag ten westen van de Koningstraat, aan de Kloosterstraat die uitkomt op de Begijnenstraat.

Gasthuis

Aan de Breestraat stond een gasthuis voor de zorg aan armen en hulpbehoevende ouderen en op de hoek van de Arendsweg en Grote Houtweg was het leprozenhuis, beide mogelijk met een kapel. Maar misschien gingen de parochianen van St. Agatha tijdens de bouw wel naar Velsen ter kerke?

De katholieke kerk bepaalde in de 14e en 15e eeuw in hoge mate het leven van de samenleving. Op school, de ziekenzorg en de armenzorg was de kerk aanwezig en de kerk was nodig bij de hoogte- en dieptepunten in het leven van de mensen. Ook vond je de kerk terug in de literatuur en de kunst. De filosofie en de theologie vielen in die tijd samen. Tenslotte noem ik de nieuwe technieken, uitvindingen en inzichten op allerlei terrein die in de kloosters ontstonden.

In die zin zie ik een aantal overeenkomsten tussen de katholieke kerk van die tijd en Google en Facebook van onze tijd. De overeenkomst zit in het feit dat ze beide voorop lopen en ons de weg wijzen. Daarnaast zijn ze alomtegenwoordig en verbinden ze ons met een groter geheel.

De vraag is echter: „Hoe komt het dat we onze hele ziel en zaligheid zo gemakkelijk overgeven aan een entiteit buiten onszelf?” Of „hebben wij een entiteit buiten onszelf nodig om meer inzicht te krijgen in wie wij zijn en hoe te handelen?”

De volgende keer het onderwerp: „Hoogmoed komt voor de val.”

Meer nieuws uit IJmond

Meest gelezen