Ik was onmatig nieuwsgierig naar wat die vrouw op de kermis kon onder water. Helderse herinnering van schrijfster Dens Vroege [podcast]

Speelgoedkraam op de kermis.© Foto Regionaal Archief Alkmaar

Dens Vroege
Den Helder

Kermis in de stad. Dat was voor mij het hoogtepunt van de zomer. De eerste die ik me herinner stond langs het Julianapark en de Prins Hendriklaan.

Dit is het begin van een nieuwe column van Dens Vroege (1939). Zij woonde twaalf jaar in Den Helder, tot haar achttiende. Zij schreef er vijf boeken over, waarvan ’Jaren van weleer’ pas verscheen.

In een serie niet eerder gepubliceerde columns verhaalt zij over het Den Helder van toen en later Vroege leest ze op een podcast zelf voor.

De uitgeschreven column staat onder de podcast.

Zij vervolgt haar verhaal. Van technisch vernuft was in die tijd geen sprake. Daar ontbrak het geld voor. Je had de rups. Wanneer de kap dicht ging, kon er snel gezoend worden.

Opwaaiende rokken

De schommelschuitjes vlak naast Belle Vue en een attractie met een draaiende houten schijf in het midden. Wie er het langst op bleef zitten wanneer hij steeds sneller draaide, was de winnaar. Nog liever de winnares natuurlijk, want zowel bij de schommelschuitjes als de draaiende schijf waaiden de rokken hoog op. Opwaaiende zomerjurken. Dat was toen al heel wat.

Als kind van acht, negen jaar had je in al die bijbedoelingen geen erg, behalve als je, zoals ik, veel oudere broers had. Die maakten je dat kort en goed duidelijk.

Spannend

Daardoor ontstond er een bepaalde tweedeling in je hoofd. Je wilde graag het spannende, geheimzinnige of romantische beleven en het niet aangetast zien door die andere, zo veel banalere bedoeling.

Er was nog geen televisie, ik mocht niet naar de bioscoop en balletles bij Siebelink was er ook niet bij. De inspiratie om later een showdanseres van betekenis te worden, moet ik op de kermis hebben opgedaan. Daar gaven drie meisjes in voor die tijd minuscule satijnen pakjes een voorproefje van de show op het plankier voor de tent.

Ik wist precies hoe laat dat voor de middagvoorstelling zou gebeuren en was er als de kippen bij. De meisjes deden bij de muziek en de aanvurende woorden van de binnensmoezer hun dansje en gooiden de benen hoog in de lucht. Ademloos van bewondering keerde ik huiswaarts, vastbesloten later ook zo’n meisje te worden.

Broer Peter

Mijn broer Peter, die toen nog dwars door mij heen keek, zei dan langs zijn neus weg: „Zo, heb jij weer staan kijken hoe die meiden hun onderbroeken luchtten?” Waardoor ik ben een klap op aarde terug keerde.

Vlak bij Belle Vue stond in die tijd een tent waar, aan de decorstukken te zien, een dame allerlei trucs onder water deed. Buiten had men het uitzicht op de tribune en het publiek dat de voorstelling volgde.

Vastberaden

Ik was onmatig nieuwsgierig naar wat die vrouw onder water kon. Dat moest ik zien. Wat zou de entree geweest zijn? In ieder geval heel veel voor mij. Ik schooide net zo lang bij iedereen die ervoor in aanmerking kwam tot ik dat geld bij elkaar had en op een middag glipte ik vastberaden tussen de talrijke lachende matrozen en wat ander onsportief volk naar de kassa voor een kindergarten. Dat er zich nauwelijks vrouwen in het publiek bevonden, viel me niet op.

De waternimf bleek een voluptueuze vrouw in een nauw sluitend badpak. Zodra zij verscheen ging er een goedkeurend gejoel en gefluit op. Terwijl haar blanke boezem op het van onderaf belichte water rustte, legde zij uit welke verrichting zij ging doen.

Ademloos

De mannen om mij heen klakten waarderend, maakten smekende geluiden en riepen dingen waar ik niets van begreep. Zodra de vrouw haar kunsten deed, zoals roken onder water middels een lange pijp, was ik geheel geabsorbeerd en keek ademloos toe. Tot ze weer opsteeg en die geweldige blanke boezem op het water rustte.

Het was natuurlijk domme pech dat juist die keer mijn broer Hein voor de tent stond en zijn kleine zusje tussen die brooddronken, van testosteron ronkende Jannen ontdekte.

En het was blind geluk dat hij voor de duur van de voorstelling niet bij me kon.

Lees en luister ook: Dens Vroege schrijft en vertelt over de minipoedel van Caroline Kaart en de ober die op Vlootdagen-receptie uitglijdt [podcast]

Mijn jeugd in Den Helder

Dens Vroege (1939) woonde twaalf jaar in Den Helder, tot haar achttiende. Zij schreef er vijf boeken over, waarvan ’Jaren van weleer’ pas verscheen.

In een serie niet eerder gepubliceerde columns verhaalt zij over het Den Helder van toen en later.

Deze artikelen zijn ook te beluisteren, op onze website. Vroege leest ze zelf voor.

Meer nieuws uit Noordkop

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.