Column: Ik zag hoog boven mij een auto door een haarspeldbocht rijden. Daar moest ik heen. En dan nog verder

Er ligt sneeuw op grote hoogte en de burgemeester van de Franse plaats Briançon is bang voor corona. En daarom is helaas, pindakaas de 20e etappe van de Giro d’Italia aangepast. Twee bergen zijn geschrapt: de colle dell Agnello (2744 m) naar de Franse grens, en als toetje de Izoard (2360 m). Door die ingreep hebben de renners de onbetwiste Koninginnerit al in de benen, met de bloedstollende etappe van gisteren over de Stelvio.

Ik baal. Want ik had mijn zaterdagmiddag geblokt, om vanaf de bank te zien hoe het wel kan. En hoe de berg erbij ligt waar ik drie maanden terug mijn sportieve zwanenzang beleefde. Nooit verder gekomen dan het Kopje van Bloemendaal en de Grebbeberg, was het misschien wat overmoedig om mijn bergwandelschoenen een dagje in te ruilen voor de racefiets. Maar ja, ik was er nu toch. En het idee om een dagje in de zon op een terrasje te gaan zitten tijdens je vakantie... Stel je voor zeg, dat kan echt niet.

Mijn eerste serieuze bergrit op de col d’Agnel, zoals de Fransen de colle dell Agnello noemen, eindigde vijf kilometer voor de top. Het was een avontuur. Ik had doodsangsten uitgestaan toen ik in een donker nauw tunneltje voorbij werd gescheurd door een peloton toeterende motorrijders; ik was bij elk dorpsbakkertje afgestapt om de koolhydraten aan te vullen; ik was het eerste serieuze steile stuk op het zwaarste voorblad begonnen (beginnersfoutje); ik was al tien keer afgestapt om even bij te komen. En op 2315 meter hoogte, vijf kilometer van de top, zag ik het dus niet meer zitten. Ik zag hoog boven mij een auto door een haarspeldbocht rijden. Daar moest ik heen. En dan nog verder. De afdaling lonkte. Ik gaf mij gewonnen aan de berg die mij te machtig was.

Dat punt, daar had ik die renners wel voorbij willen zien racen. Respect voor iedereen die de top wel haalt.

Meer nieuws uit Alkmaar

Meest gelezen