Sportkoepel NOC NSF moet ingrijpen bij schutterende gymnastiekunie | commentaar

De niet eerder gedane bekentenis van de gerenommeerde trainer Gerrit Beltman en de getuigenissen van tien (ex-)turnsters over stelselmatig grensoverschrijdend gedrag op zaterdag 25 juli in deze krant bood de Nederlandse gymnastiekunie (KNGU) de uitgelezen kans de sport van wanpraktijken te zuiveren. Tot dusverre blinkt de bond slechts uit in onkunde. Dit brevet van onvermogen vraagt om ingrijpen door sportkoepel NOC NSF of de politiek.

Directeur Marieke van der Plas lichtte dinsdag op een persconferentie op nationaal sportcentrum Papendal, thuisbasis van sportkoepel NOC NSF, de ’drie-sporenaanpak’ toe die de KNGU gaat hanteren. In haar visie wordt er (na)zorg verleend aan slachtoffers, dient de onderste steen boven te komen en moet een olympisch traject 2.0 worden opgetuigd.

Het beeld dat daarentegen beklijft, is dat slechts één pijler prioriteit geniet: de route naar de Spelen, volgend jaar in Tokio. Alles lijkt te moeten wijken om Sanne Wevers, de regerend olympisch kampioene op de balk, en haar selectiegenoten optimaal voorbereid te krijgen. Deze kortzichtigheid doet geen recht aan getraumatiseerde (ex-)turnsters die opnieuw worden geslachtofferd. En helpt bovendien de huidige en toekomstige lichtingen van de regen in de drup, omdat de macht nog altijd bij de trainers berust en de ongezonde afhankelijkheidsrelatie intact blijft.

Het zou de KNGU hebben gesierd als ze de verantwoordelijkheid niet afschuiven naar de onafhankelijke onderzoekers die de aard en omvang van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag en de aanpak van de misdragingen moeten blootleggen of het Instituut Sportrechtspraak (ISR) dat in tuchtrechtelijke zin moet oordelen. Want door niet zelf in de spiegel te kijken en reflectie te tonen, houdt de bond het verrotte systeem in stand. In dat opzicht is niets geleerd van het besmette verleden.

Eerdere onderzoeken, rapportages én meldingen van slachtoffers wezen op het ontbreken van een veilig sportklimaat. Doofpotten, wegkijken en de ernst van de situatie ontkennen zorgden er niettemin voor dat daders nooit rekenschap hoefden af te leggen of tot boetedoening werden gedwongen. Ook nu is dat weer het geval.

De mooie woorden die Van der Plas en technisch directeur Mark Meijer telkens belijden, worden niet gevolgd door daden. De bondsbestuurders handelen reactief en niet proactief, mede door een gebrek aan inschattings- en inlevingsvermogen. Met als gevolg dat trainers vrij spel hebben.

Om verdere beschadiging van turnsters te voorkomen, lijkt het onder curatele stellen van de KNGU nog de enige optie. De vraag is bovendien gerechtvaardigd of het turnen, vanwege het universele karakter van de misstanden, niet van de olympische status moet worden beroofd. Zodat de sport zich kan heruitvinden.

’Mishandeld en vernederd’: Lees hier de verhalen uit ons turndossier

Meer nieuws uit Opinie-Column

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.