Premium

’De mensen vond ik hier net zo kil en koud als het weer’

Huiswaarts. In de kleding die uitgedeeld was aan de repatrianten in het Suezkanaal.
© Collectie Hetty Melgerd
Amsterdam

Dat Anjer Margadant uit Alkmaar in een rolstoel zit, noemt ze een ’souvenir van de Jappen’. Op het troepenschip dat haar moeder en zuster van Java naar Bangkok voer, kroop de vierjarige over het dek, zodat de bemanning van een scheepstros een soort box maakte. Daar zat ze in toen het schip op een mijn voer en er een zuil van zeewater over haar kwam. „Gelukkig konden we verder varen en was ik niet overboord geslagen’.

In Bangkok volgde de hereniging met haar vader, die niet wist dat zijn vrouw tijdens de oorlog in Soerabaja bevallen was. Hij was oorlogsvlieger. Na een tijdje Thailand ging het per boot naar Nederland, door het Suezkanaal. „Hoe dichter we bij Nederland kwamen, hoe kouder het werd. Tijdens de vaart kwamen er mensen van het Rode Kruis, met warme dekens en kleding aan boord. De warme kleding zat niet lekker, ik was gewend om in jurkjes zonder mouwtjes te leven en in de dekens zaten allemaal harde stukjes, we noemden ze dan onze kippendekens.”

Meer nieuws uit Amsterdam

Meest gelezen