Premium

De troost die ’onnozele dingen’ kunnen bieden

Het autootje dat van muntstukken en hout was gemaakt in het kamp voor Jantje Melgerd.
© Peter Schat
Amsterdam

In afwachting van de overplaatsing naar het vrouwenkamp, zat de moeder van Evelien Voogd-Oldeman uit Oegstgeest met haar vier kinderen in een wijk van Bandoeng, waarvan de straten bloemennamen droegen. De wijk was tot Bloemenkamp getransformeerd en in het huis zaten nog drie andere gezinnen. „Mijn moeder vond het goed, dat wij uit dat vreemde huis, dat ooit door anderen bewoond was geweest, een speelgoedje of een voorwerpje dat ons wat leek, meenamen, ’tjoepen’ heette dat in ons Indische taaltje. Ze moet vermoed hebben dat de vorige bewoners hier nooit meer terug zouden komen, anders zou ze dat nooit bedacht hebben.’’

Moeder pakte zelf een sprookjesboek van Hans Christian Andersen mee en de kinderen tjoepten een pop met slaapogen. Evelien koos een album met dierenplaatjes, ingeplakt door de vorige eigenaar en een messing uitklaploepje. ,,Waarom koos ik dat als zesjarige? Was ik toen al geïnteresseerd in de natuur? Dat plaatjesboek heb ik eindeloos bekeken en ken ik nu nog uit mijn hoofd. Ik had er in geen zeventig jaar meer naar omgekeken maar wist nog van kleurige vissen, een Abessijnse kat en een sneeuwkonijn in de sneeuw, toen ik het enige jaren geleden ineens ging opzoeken. Heimwee komt met de jaren. En de amper werkende loep vond ik ook terug.’’

Meer nieuws uit Amsterdam

Meest gelezen