Column: Een flodderdiploma in de tijd van de Mammoetwet

Arie Bergwerff

De Mammoetwet wordt in 1968 door het kabinet-Cals ingevoerd en juist in dat jaar fiets ik op mijn kloeke Gazelle, met een topzware boekentas incl. Bos-atlas, voor het eerst naar de scholengemeenschap in het naburige stadje. Het is allemaal erg experimenteel, veel is onduidelijk en er wordt volop ad hoc beslist.

We hebben geen cijfers maar letters op ons rapport: A, B, C, D en E. A is goed, E bepaald niet. Mijn ouders leg ik uit dat de eerste vier letters nog voldoende zijn. Pas bij E moet je je lichte zorgen gaan maken. Ik zak van niveau Atheneum gestaag naar niveau MAVO en klauter toch weer enigszins op. Mijn ouders staan erbij en kijken ernaar, ook zij snappen er niets van.

In het examenjaar gebeuren er gekke dingen. Zo blijkt opeens dat we geen scriptie voor geschiedenis hoeven te maken. De boekenlijst? Er wordt door de docenten met weinig genoegen genomen. Waar wij overigens niet rouwig om zijn. De boekjes zijn zo dun, dat ze bij de eerste de beste windvlaag van de tuintafel waaien.

Na de schoolexamens worden de cijfers afgerond. Dat gebeurt vervolgens ook met de cijfers van het centraal examen. Met een 5,5 (= 6) voor de schoolexamens en een 6,5 (= 7) voor het centrale werk heb je een 7 op je eindlijst. Voor een calcu-leerling zijn het mooie maar ook best rare tijden.

We zijn ’de generatie van 1968’, lange tijd. We hebben weliswaar een diploma maar eigenlijk is het een flodderpapiertje. Ja, je kunt er journalist mee worden. Dat heb ik dan ook maar gedaan, zoals u wellicht opgemerkt hebt. Er komt nu een nieuwe generatie aan: ’de scholieren van 2020’. Geen eindexamen, toch een diploma. Ze zullen er in de toekomst nog vaak mee om de oren worden geslagen.

Meer nieuws uit Alkmaar

Ombudsteam

Ons Ombudsteam springt in de bres voor de consument.