Premium

Net getrouwd en anderhalf jaar niet samen kunnen wonen, mijn ouders sturen elkaar heel veel brieven in de jaren zestig tijdens de woningnood | Longread

Net getrouwd en anderhalf jaar niet samen kunnen wonen, mijn ouders sturen elkaar heel veel brieven in de jaren zestig tijdens de woningnood | Longread
De verloving van Hein Jasper en Ineke Eberlijn.
© Foto Familie Jasper

Net getrouwd en de eerste anderhalf jaar niet bij elkaar kunnen wonen. Het overkwam mijn ouders in de jaren zestig vanwege de woningnood. Mijn vader Hein Jasper zat als kostganger bij zijn grootouders aan de Tuinstraat in Den Helder en mijn moeder Ineke Eberlijn bij haar moeder aan de Beatrixstraat in het Gelderse Dreumel. Ze zagen elkaar in het weekend en stuurden elkaar brieven.

De brieven kwamen tevoorschijn toen mijn vader tien jaar geleden overleed en we het huis leeghaalden. Ze zitten nog steeds in dezelfde schoenendoos als waar ze in zijn gevonden. Ooit zaten er zwart lederen werkschoenen van maat 42 in de doos, gekocht bij Van Haren voor 19,75 gulden. Nu zit er iets kostbaars en onvervangbaars in.

(Tekst gaat verder onder de foto door)

Net getrouwd en anderhalf jaar niet samen kunnen wonen, mijn ouders sturen elkaar heel veel brieven in de jaren zestig tijdens de woningnood | Longread
De doos vol met correspondentiebrieven.
© Foto Lydia Jasper

Mijn ouders komen uit twee totaal verschillende werelden. Als ze elkaar ontmoeten, woont Hein bij zijn grootouders in Den Helder, omdat hij in de stad werkt. Zeven zussen en vier broers heeft hij; hij is de tweede in de rij van het buitenkerkelijke gezin. In het weekend gaat hij naar huis, zijn oudste zuster Roelie ’zwaait de scepter thuis’ op de Korte Quarantaineweg in Westerland. Aan tafel wordt Gronings dialect gesproken. De katholieke Ineke is jaren daarvoor met haar familie uit Indonesië teruggekeerd - waar ze is geboren - en moet nog steeds wennen aan het Hollandse klimaat. Haar moeder strooit net Tante Lien rijkelijk met het stopwoordje adoe. Moeder en dochter wonen in Dreumel, Inekes oudere broer is het huis uit.

Via De Schakel in Rotterdam komen Hein en Ineke met elkaar in contact, beiden zijn op zoek naar leeftijdgenoten om te corresponderen. Ondanks hun verschillen hebben ze veel overeenkomsten. Ze gaan graag uit en houden van dansen, ze ondernemen graag dingen. Bijna meteen is er ook een andere klik.

’Je schreef dat je vader een paar jaren terug is overleden’, schrijft Hein. ’Ja, wat is dat erg, hè, als een van je ouders overlijdt. Want weet je, m’n moeder is in de tijd dat ik in dienst was ook overleden. Dus ik weet precies hoe dat is.’

Reis

’Weet je wat mijn moeder zei’, schrijft Ineke op 14 februari 1965. ’Hein moet maar eens hier komen en kennis maken! Het is geen prettige reis naar Dreumel omdat we niet aan het spoor liggen. Je moet dan met de trein naar Tiel of Den Bosch en vandaar met de bus naar Dreumel. In Tiel moet je eerst met de pont de Waal over.’

Het is een tocht die mijn vader vaker zal ondernemen. Hij reist met de trein en loopt vanaf station Tiel dan ruim vier kilometer naar Dreumel. Later koopt mijn moeder voor hem een auto voor honderd gulden. Maar het ding laat hem vaak in de steek. Als de banden niet lek zijn, is er wel een uitlaat die vervangen moet worden of een klep die lek is. Soms waagt mijn vader het er niet op, bang voor panne (25 april 1966). ,,Stel je voor dat dat ergens zou gebeuren tussen bijvoorbeeld Utrecht en Zaltbommel waar kilometers in de omtrek geen huis staat. Nou dan ben je even in de malaise. Dus je weet het, ik kom dus met de trein vrijdag.’’

Sambal goreng

Mijn ouders willen graag een eigen huis in Den Helder. Ineke vraagt Hein geregeld om wat oosterse ingrediënten te kopen (3 januari 1966): ’We hadden graag wat sambal goreng, mie en twee pakken fijne bami. Wat is het prettig dat dat alles in Den Helder te koop is. Ik vind het ook een prettig idee dat alles er is als we later in Den Helder gaan wonen. Af en toe zit ik daar weleens over te dromen!’ Mijn vader antwoordt op 8 januari: ’Dat ik met je ga trouwen, dat staat zo vast als een huis, ook al moeten we ook nog zo lang op een huis wachten.’

Kostgangers

Opoe Roelfina en opa Bauke Jasper hebben geregeld kostgangers in huis aan de Tuinstraat waar Hein zit. Zoals Heins zwager John de Kruys, die daar in september 1967 intrekt. Hij weet te vertellen dat Ineke heel kort daar ook woonde. John heeft het geluk voor de marine te werken. ,,Geja en ik konden eind ’69 naar een huisje in de Tweede Emmadwarsstraat. De marinehuisvesting op het Ankerpark hielp ons aan een particulier adres. Want je had niet zomaar een huis in Den Helder. De stad was behoorlijk gebombardeerd in de oorlog en was nog volop aan het opbouwen. Hein was metselaar en heeft letterlijk meegeholpen aan die opbouw.’’

Dat was soms geen pretje. Wanneer het stormde en de bouwvakkers het dak op moesten. In 1966 waren er nog echte winters. ’De muren die we vrijdagochtend hadden gemetseld waren vrijdag ’s middags al helemaal kromgetrokken door de vorst’, schrijft Hein op 10 januari 1966.

(Tekst gaat verder onder de foto door)

Net getrouwd en anderhalf jaar niet samen kunnen wonen, mijn ouders sturen elkaar heel veel brieven in de jaren zestig tijdens de woningnood | Longread
Felicitaties voor het verloofde paar.
© Foto Lydia Jasper

Zus Roelie gaat in dat jaar ook trouwen ’Ze hebben nog geen vaste datum, want het huis waar ze in komen is nog niet leeg. Maar zodra dat leeg is, gaan ze in ondertrouw en dan is het dus nog veertien dagen en waarschijnlijk op een vrijdag.’

Voor zijn zus verloopt het wat vlotter. Op 31 januari schrijft Hein zijn zus te hebben bezocht in Kreileroord. ,,Ja, ze wonen daar wel erg afgelegen, maar ze hebben echt een mooie woning. Sientje en Eppie (zijn broer en zus*) waren met me mee en meer konden er ook niet mee, want op de terugweg moest ik mijn grootouders ophalen in Slootdorp, dat ligt niet zo ver van Kreileroord. Want die waren daar namelijk al zaterdagavond heengegaan naar m’n ome Piet, weet je wel die in de blauwe Simca rijdt, voor een verjaardag.’’

Claus en Beatrix

Mijn ouders geven elkaar het jawoord op 11 maart 1966, een dag nadat Claus en Beatrix met elkaar trouwen. De eerste brief van mijn moeder als getrouwde vrouw is ongedateerd. ’Ik vond het fijn dat je mij geschreven hebt nu kan ik tenminste weten dat je goed en wel in Den Helder bent aangekomen. Het was wel stil na je vertrek, want anders gaan we samen de dag doorbrengen en wacht ik ook altijd tot ik je weerzie als je van je werk afkomt.’ Mijn vader antwoordt op 21 maart 1966: ’Het is ook wel weer beetje vreemd dat je er nu niet bent, maar we zullen maar moed houden, tot we een eigen huis hebben.’

(Tekst gaat verder onder de foto door)

Net getrouwd en anderhalf jaar niet samen kunnen wonen, mijn ouders sturen elkaar heel veel brieven in de jaren zestig tijdens de woningnood | Longread
De trouwdag was 11 maart 1966, een dag nadat Beatrix en Claus trouwden.
© Foto Familie Jasper

Op 26 maart hoopt Hein dat toch niet al te lang meer zal duren. ’Maar ik heb er wel een zwaar hoofd in, want ik was deze week nog op het huisvestingsbureau en toen ik vroeg of het wat uitmaakte of wij nu waren getrouwd, zeiden ze dat het helemaal niets uitmaakt, want dan zou iedereen gaan trouwen om vlugger aan een huis te komen. Dus daar ben ik nog niets mee opgeschoten en we moeten wachten tot onze wachttijd om is. Dat duurt dan dus in elk geval nog bijna anderhalf jaar, daar is nu eenmaal niets aan te doen (...) Ik heb deze week bericht gehad van die ene advertentie, die van die zit-slaapkamer met keuken, maar ze vroegen bijna 32 gulden per week en dat vond ik wel een beetje te veel, want dat is zelfs voor een complete woning al aan de hoge kant. Dat heb ik dus afgeschreven.’

Vertragingen

Op 23 mei is er nog geen uitzicht op een huis: ,,Ik had nu een betere reis dan vorige week en zonder vertragingen. Ik vind het alleen niet zo fijn om dan de verkeerde kant op te reizen, want ik heb liever de trein naar jou toe. Ja meisje, ik heb vaak de gedachte, als ik ergens moet overstappen, om dan maar weer de trein terug te nemen om weer bij jou te komen, maar ik doe het nooit, want ik schiet er niets mee op. Ik moet toch weer naar hier toe.’’

(Tekst gaat verder onder de foto door)

Net getrouwd en anderhalf jaar niet samen kunnen wonen, mijn ouders sturen elkaar heel veel brieven in de jaren zestig tijdens de woningnood | Longread
Groeten uit Den Helder. Niet alleen brieven, maar ook ansichtkaarten zijn bewaard.
© Foto Lydia Jasper

Ze huren dat jaar wel een auto om twee weken te kunnen toeren. ’Dat viel eigenlijk wel een beetje tegen, want ze hadden alleen nog voor de tweede week van de vakantie een Ford Cortina over, de rest was allemaal al verzegd.’ (13 juli 1966).

Woningruil

Mijn ouders denken inmiddels aan woningruil, daarbij geholpen door oma Dien Eberlijn. Op 8 augustus 1966 schrijft mijn vader: ’Vanavond ben ik bij deze familie geweest en heb ook het huis van binnen bekeken. Nou, ik moet je zeggen dat het me echt niet tegenviel. Het is een ruim huis, met beneden twee kamers, gescheiden door schuifdeuren. Er is een mooie keuken, een wc met closet, alleen een douche is niet aanwezig, maar dat vind ik niet zo erg, want die kan ik als we dus ooit mochten ruilen nog altijd zelf aanleggen. Verder is er boven nog een kleine slaapkamer en twee grote slaapkamers en een paar vaste kasten. En boven de slaapkamers is dan nog een zolder.’

Uit zijn schetstekening blijkt dat dit het huis aan de Fabrieksgracht is waar ik ben opgegroeid. Mijn oma had daar haar eigen kamer en ze maakte jarenlang deel uit van ons huishouden.

Kippenhok

’Ik heb ook nog even achter het huis gekeken. Daar is nog een leuke achtertuin met een stenen schuurtje en ook nog een houten werkplaatsje plus nog een kippenhok, maar ik weet niet of daar kippen in zaten. Al met al zou ik willen zeggen dat als iedereen accoord gaat met de ruiling dus ook de huiseigenaren en de gemeentebesturen dat als ik je moeder was dan ook zou ruilen. Want dit huis is net zo goed en misschien nog wel beter dan waar jullie nu in wonen.’

Maar er zitten nogal wat haken en ogen aan aan die woningruil, zo blijkt 15 augustus. De woningruil gaat uiteindelijk niet door, maar mijn vader heeft het huis aan de Fabrieksgracht wel kunnen kopen. Toentertijd een enorme stap. De brieven uit die tijd zijn verdwenen. Het eerstvolgende en laatste epistel (27 september 1967) dateert van ruim een jaar later, waarin mijn vader zegt dat hij het weekend niet naar Dreumel kan komen, omdat hij het te druk heeft met klussen. ’Als je op het ogenblik het huis van binnen zou zien zou je het niet meer terugkennen, zo’n ravage is het nu. Maar ik hoop dat alles zo vlug mogelijk weer in orde is en dan kom jij met mij samen in ons huis te wonen.’

Oma

Oma Eberlijn schrijft vanuit Dreumel op 27 november 1967 aan haar dochter dat ze blij is dat het keukentje klaar is. Ze heeft ook net gehoord over de SRV-wagen in Den Helder. ’Fijn he, Ine, dat alles zo aan de deur komt. Je hoeft tenminste niet net als ik steeds op de fiets om iets extra’s te halen.’ En: ’Fijn dat die gracht gedempt is, dan hebben jullie geen last meer van ongedierte en stank.’

Meer nieuws uit Schagen e.o.

Meest gelezen