Premium

Mijn vader is nog altijd kwaad op die ’rotmoffen’ [column]

Mijn vader is nog altijd kwaad op die ’rotmoffen’ [column]
Dirk Hoogenboom, burgemeester van Hoogwoud tussen 1931 en 1945.
© Foto Westfries Archief
Hoogwoud

Ik zie hem nog staan, leunend op zijn fiets, burgemeester Hoogenboom. De straat in Hoogwoud, waar mijn vader zijn hele leven heeft gewoond, is naar deze man vernoemd.

’Hij zei: „Jongens, de oorlog is begonnen.” Dat is mijn eerste herinnering. Onze burgemeester wist op dat moment niet dat hij zou worden afgevoerd naar een concentratiekamp, en het niet zou overleven. Schoften waren het’, zegt hij boos. ’Schoften!’

Hij staart voor zich uit, alsof hij het weer beleeft. ’Ik was pas tien jaar. Wat wist ik van het kwaad dat ging komen. Het lijkt gisteren, maar is 80 jaar geleden.’

Peinzend staart hij voor zich uit.

’Wat ik me nog goed herinner is de doodsangst die ik uitstond. We hadden onderduikers in huis en mijn zus zat in het verzet. Ze had een ’blaffer’ onder de zitting van de stoel. Als kind durfde ik er nauwelijks op te zitten. Mijn moeder had alle 12 kinderen heel streng toegesproken, dat als we ons mond voorbij zouden praten, het hele gezin zou worden opgepakt. Man oh man, wat was ik bang. Kon er niet van slapen. Net als de honger. Met een knorrende maag ging je naar bed. Er was altijd tekort.’

Nog maar een paar jaar, en dan kan niemand het meer navertellen. Dan is iedereen die de oorlog heeft meegemaakt dood. Ik heb mijn vader een poos geleden geïnterviewd en opgenomen op mijn mobiel, zodat zijn verhaal in de familie niet verloren zal gaan.

’Ik zie nog buurman Mens - een week voor de bevrijding - op zijn fiets uit zijn steeg komen, met scheldende Duitsers achter hem aan. Hij was verlinkt, zat ook in het verzet. ’s Avonds ging ik naar zijn huis. Daar lag hij: dood in een kist, de Duitsers hadden hem neergeschoten.’ Hij schudt zijn hoofd. ’Ik zal ze nooit meer vertrouwen, die moffen.’

Er valt een stilte. Vroeger reageerde ik geïrriteerd en zei dan: ’Je moet niet iedereen over één kam scheren. En mensen moeten elkaar ook kunnen vergeven.’

Nu zeg ik niets meer. Dingen liggen niet zo eenvoudig als ik toen dacht. En wie ben ik? Hoe kan ik oordelen als kind uit een pretgeneratie waar weinig frustratie op je pad kwam? Wij konden studeren, reizen en genieten. Kenden geen oorlog.

Ik kijk naar mijn oude vader. Hij is een man die voor iedereen heeft klaargestaan. Doet geen vlieg kwaad.

Ondertussen weet ik dat het hem niet per se om de Duitsers gaat. Het is het intense ’kwaad’ dat hem op zijn oude dag nog steeds ’kwaad’ maakt. Zelfs na 75 jaar bevrijding. Dat miljoenen, onschuldige mensen als beesten zijn afgeslacht, vermoord, vergast. En daar zal hij altijd boos om blijven. Altijd! Tot zijn laatste snik...

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Meer nieuws uit West-Friesland