Premium

Spierdijk herbergt in de oorlog de Hoornse liquidatiekeet

Spierdijk herbergt in de oorlog de Hoornse liquidatiekeet
Leden van de Hoornse KP.
Hoorn

Niemand binnen de Hoornse Knokploeg is ’terdege opgeleid’ voor het vak van verzetsman. Maar de kleine harde kern doet het wel. De memoires van Kees Stuijfbergen uit 1995 bieden ook wat dat aangaat een ontnuchterend inzicht in wat de verzetslieden moeten besluiten en doen.

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Hoornaar Stuijfbergen speelde zijn rol in de Knokploeg (KP) in Hoorn. Aanvankelijk erg bescheiden, als stageloper op het gemeentehuis van Wognum. Daar krijgt hij te maken met de gebroeders Schipper, die later tot de kern van het verzet en de wapendroppings aan de Zomerdijk zouden gaan horen.

Wanneer in ’43 kapelaan Nijs de jonge Stuijfbergen in vertrouwen neemt en hem vraagt een onderduikadres te regelen, rolt hij stukje bij beetje gemotiveerd het verzet in.

Vooral zijn kennis van het bevolkingsregister en later de voedselbonnen plaatsen hem in een positie waarin hij wat kan ’regelen.’ Dat worden later onder meer de ’overvallen op het gemeentehuis van Spanbroek en het distributiekantoor in Hoorn.

Radio’s

In 1944 is de KP al lang een listig georganiseerde groep, die grotendeels uit handen van de bezetter blijft. Op een moment worden Kees Dijkstra en Kees Stuijfbergen op een klus gestuurd: de gevorderde radio’s weghalen uit het raadhuisje van Graft.

De Hoornaars komen met een smoesje binnen en treffen er de enige agent aan. Stuijfbergen haalt zijn pistool tevoorschijn en Dijkstra pakt het wapen van de agent af.

Op slot vraagt de agent plots beleefd of hij zijn wapen terug mag hebben. Dan zou hij niet in moeilijkheden komen en hij zou ze niet verraden. „Omdat we hem ergens wel een geschikte vent vonden, gaven we de man zijn pistool terug en namen we vriendelijk afscheid”, herinnert Stuijfbergen zich.

Enorm risico

Veel andere ’klussen’ hadden een veel grimmiger karakter. Stuijfbergen moet zich ontfermen over een jonge Joodse vrouw, die een nieuw onderduikadres in Hoorn nodig heeft. Al snel wordt duidelijk dat zij gewoon over straat fietst en contacten met de Duitsers heeft. Ze is plotsklaps een enorme risico. Ze moet dus uit de weg worden geruimd.

„Het was te gevaarlijk voor de mensen waar ze verbleef, en ook voor ons”, schrijft Kees. „Dat was een moeilijke beslissing en een bijzonder tragische gebeurtenis. Zo werd je dus, al jong, geconfronteerd met zaken die echt gingen over leven en dood.”

Zo’n eliminatie gebeurde niet zomaar, benadrukt Egbert Ottens in zijn boek ’Hoorn in de Tweede Wereldoorlog’.

Volgens zijn bronnen heeft de KP in Hoorn negen keer gevaarlijke personen gedood. „Nooit handelde een een knokploeg of een persoon op eigen houtje”, schrijft hij. „Ook binnen de knokploeg was er vooraf langdurig over gesproken.”

Weiland

Na de oorlog wordt duidelijk dat de KP Hoorn voor dit doel een afgelegen plek beschikbaar had. Dat was wat de liquidatiekeet werd genoemd in Spierdijk, achter de boerderij van de familie Duin. De lichamen werden hierna ver weg in een weiland begraven.

En dan is er de moord door de KP Hoorn op landverrader George Herlé. Hij wordt door het Hoornse verzet op 30 december 1944 geliquideerd. Ook al was deze actie van hogerhand goedgekeurd („liquidatie is urgent!”) , de Duitse represailles liegen er niet om.

Op 4 januari beveelt Willy Lages van de Sicherheitspolizei dat er vijf arrestanten in een Amsterdamse gevangenis op transport moeten naar Hoorn. Zij worden uit wraak voor de dood van Herlé afgemarcheerd naar de Grote Kerk en daar doodgeschoten. Hoornaars worden verplicht toe te kijken.

De mannen van de Knokploeg Hoorn krijgen na de bevrijding, 5 maanden later, van sommige kanten het verwijt dat zij de vijf doden op hun geweten hebben. Dat komt keihard aan, vooral omdat veel stadsgenoten die tijdens de lange vijf oorlogsjaren niets hadden ondernomen, plots weer het morele gelijk afstoften.

Het is ook de voornaamste reden waarom veel leden van de groep er het zwijgen toe doen. Pas veel later komen de verhalen van de verzetslieden los. Zo ook van Kees Stuijfbergen. De titel van zijn terugblik in 1995? ’We wisten niet wat ons overkwam’.

Meer nieuws uit West-Friesland