Premium

’De Canadezen kwamen met de tanks vanaf de Berlagebrug. Ze waren groot, imponerend; alle jonge vrouwen gingen meteen met ze mee’ [video]

’De Canadezen kwamen met de tanks vanaf de Berlagebrug. Ze waren groot, imponerend; alle jonge vrouwen gingen meteen met ze mee’ [video]
Elisabeth Bierens de Haan-Keuls.
© Foto Peter Schat
Amsterdam

De bevrijding maakte op de negenjarige Elisabethje een verpletterende indruk. „Alsof engelen waren neergedaald, zo keek ik naar de Canadezen. Met hun guns en hun chewing gum. En de dozen vol voedsel die ze uit de hemel wierpen.”

Lees hier alle verhalen over 75 jaar bevrijding

Elisabethje groeide op, vloog van eind jaren vijftig tot diep in de jaren zestig als stewardess bij KLM - in wat zij ziet als de gouwe ouwe tijd - en huwde.

Zodat ze Elisabeth Bierens de Haan-Keuls ging heten. Ze werd weduwe en woont nog steeds in de Euterpestraat in Amsterdam-Zuid, al is die na de bevrijding omgedoopt in Gerrit van der Veenstraat, naar de gefusilleerde verzetsheld. De moeder van Gerrit van der Veen was jaren haar buurvrouw in de naar de zoon genoemde straat.

’De Canadezen kwamen met de tanks vanaf de Berlagebrug. Ze waren groot, imponerend; alle jonge vrouwen gingen meteen met ze mee’ [video]
Schoolfoto van Elisabeth Keuls.

In 2005 schreef ze over de bevrijding ’Toen kwamen de Canadezen’. Nu, vijftien jaar later, ligt er een heruitgave. Ze schreef een trits aan boeken, de meeste met spirituele inslag, bijvoorbeeld over haar vakgebied de fonosofie, de wijsheid van de stem.

Elisabeth Bierens de Haan is naast muziekpedagoge stemontleedkundige. Zij leidt uit de stem iemands persoonlijkheid af. Ze trad er mee op en verscheen met haar talent op tv. De psycholoog Juliaan Bierens de Haan werd de man van haar leven op grond van zijn stem.

„Een collega-stewardess zei dat ze een man kende met zo’n mooie stem, dat zou wat zijn voor mij. Om kort te gaan, we belden. Hij nam op en ik wist: Dit is hem! Dat is toch sterk, hè. Hij was 24 jaar ouder dan ik. Maar van geest waren we gelijk en ik dacht eraan dat ik veel van hem kon leren. Hij zette mij ertoe aan te gaan schrijven.”

Haar veertiende boek verscheen onlangs en gaat over de oorlog: ’Grootvaders laatste reis’. „Ik ben 22 jaar en ik ben stewardess”, roept ze met klinkende stem het verleden op in de oude werkkamer van haar man.

Dezelfde stem waarmee ze al een paar jaar haar podcasts ’Hanengekraai’ inspreekt voor Amsterdam FM. „Telkens als ik terugkeer van een reis, vertelt mijn moeder mij een verhaal over haar vader. Ik denk: ik schrijf er een boekje over.”

’De Canadezen kwamen met de tanks vanaf de Berlagebrug. Ze waren groot, imponerend; alle jonge vrouwen gingen meteen met ze mee’ [video]
Grootvader Albert van Gelder in gesprek met zijn schoonvader Herman Schnitzler.

Mitkommen!

Dat laat zestig jaar op zich wachten. „Op mijn 82e dacht ik, dat is dus nu twee jaar geleden, nu moet ik er maar eens aan beginnen. Ik heb er afstand van genomen. Niet met mijn hoofd, maar ik kan er nu over schrijven. Mijn boekje is een eerbetoon aan een man, door en door goed, rustig en lief voor mijn moeder. Zijn lot is dat je naar de Beethovenstraat gaat om vis te halen en op de tramhalte van lijn 16 staat. Er komen twee soldaten en die zeggen: ’Mitkommen!’ En daar ga je dan, naar Auschwitz, een gruwelijk einde tegemoet.”

„Deze oorlogsgebeurtenissen drukken een stempel op de mensen, ook oorlogen die aan de gang zijn. Mijn boek is een oproep aan jongeren en kinderen om een andere koers in te zetten. In vrede te leven met elkaar en elkaar het licht in de ogen gunnen. Scholieren van zeven, acht, negen komen hier in huis, met hun leraar en dan vertel ik over mijn boek. Ze zijn schattig, ze zijn verstandig. Ik heb toch het vertrouwen dat de jeugd het beter gaat doen dan de oude knarren. Kan ik dat zo zeggen?”

Gummetje

„In de oorlog hadden we niks, helemaal niks, zelfs geen gummetje. Toen mijn vader er met eentje thuiskwam, vochten mijn broertje en ik erom. Hij had er zo genoeg van, dat hij het doormidden sneed. Klaar. Jij het blauwe stuk en jij het roze. Vechten om een gummetje! Maar er werd gevochten om eten, om verstelde kleren, om schoenen met gaten. Vanuit dat perspectief denk ik, ik ben er nog goed doorheen gekomen, met een Joodse moeder. Mijn grootouders moesten wel wennen toen zij trouwde met een katholieke man. Als zij was getrouwd met een Joodse man, was mijn leven anders gelopen. Maar ik ben gespaard.”

„Op zondagmorgen lag ik bij mijn ouders in bed, ik was vier toen de oorlog begon. Opeens zei mijn moeder ’Dick, ik hoor lawaai in de straat, wat is dat?’ We gaan naar het raam en ik zie een hele colonne trimmers, de eerste die ik van mijn leven zag. Witte hemdjes aan. Ein zwei, ein zwei, Ik hoorde mijn vader nog zeggen, ’Hanny, het is zover’. De Duitsers waren er. De mensen waren flabbergasted. We kunnen niets, wat moeten we, maar wat we vreesden is waar.”

Haar grootmoeder, die was gestorven, had een zus, Fanny Schnitzler. Zij was Joods en moest onderduiken.

„Mijn vader heeft een heldenrol gespeeld door haar en vriendinnen van haar ook te laten onderduiken. Hij begeleidde ze naar Den Dolder of in de Achterhoek, naar adressen die hij van de ondergrondse kreeg. Als ze in een trein vol Duitsers zaten, had mijn vader een wapen. En dat was de sigaar van Hajenius. Die had hij bemachtigd. Hij sprak vloeiend Duits, omdat hij voor de oorlog zaken deed met Duitsland. Rijnwijn, moezelwijn, dat moest allemaal naar Nederland. Alle grote hotels moesten natuurlijk mooie wijnen hebben.”

,,Als vader dan met een vriendin van Fanny in zo’n volle trein zat vroeg mijn vader ’Rauchen Sie auch?’ En dan was het ’Ja, bitte’, dan kwam er een grote dikke sigaar te voorschijn. Met het knippertje puntje eraf en dan zei mijn vader: ’Ja, mijn zuster is ziek’. Die vrouwen zaten diep in hun jas weggedoken. Zo ging vader met mensen op stap, met mevrouw Kan en mevrouw Fles, allerlei mensen. Die heeft hij gered.”

’De Canadezen kwamen met de tanks vanaf de Berlagebrug. Ze waren groot, imponerend; alle jonge vrouwen gingen meteen met ze mee’ [video]
Haar vijf jaar oudere broer Jan met de kleine Elisabeth op straat in Amsterdam.

75 jaar geleden ging zij als kaboutertje naar het Zandland, zoals men de vlakte noemde waarop later Buitenveldert en de Zuidas verrijzen zouden.

„We zagen vliegtuigen en papiertjes van carbon. En toen zei de oehoe, de leidster: ’De Canadezen komen’. Maar niemand geloofde het. Toen viel er opeens een pakket naar beneden. Het manna viel hupsakee uit de hemel naar beneden. En toen zei de oehoe tegen mij ’Liesbethje, kom jij even hier, neem jij dat pakketje maar mee’. Mijn moeder geloofde het niet maar ’s avonds kwam de kruidenier aan de deur en die bevestigde: ’Ze komen morgen’.”

Doedelzak

„De volgende middag stonden wij aan de Apollolaan. Ik negen jaar, met vlechtjes, hossen en dansen. Met geratel kwamen de tanks vanaf de Berlagebrug. Prachtige Schotten met doedelzakken voorop, één draaide met een stok. Mijn God, ik keek mijn ogen uit en kon alleen maar ’mamma wat mooi’, zeggen. Mijn vijf jaar oudere broer Jan sprong op een tank en kreeg een sigaret. Hij had nog nooit gerookt, het was voor hem het Walhalla. De Canadezen waren groot, imponerend; alle jonge vrouwen gingen meteen met ze mee. En wij riepen ’Hay, hay!’ We verstonden geen Engels maar deden alsof.”

,,We kregen sanovit-pakken, het was het paradijs. We laadden onze zakken vol. De volgende dag gingen we met onze vriendinnen op zo’n tank. We kregen kauwgum en we werden geaaid. ’Sweeties, don’t be afraid, we’re Canadians’. Iedereen wilde naar Canada, mijn broer is gegaan, mijn hele familie. Ik dacht, ik ga er een boek over schrijven. ’Toen kwamen de Canadezen’. Achteraf had ik beter kunnen schrijven ’onze bevrijders’, want de Amerikanen en de Polen hebben ons ook bevrijd.”

Sluipschutter

In 2005 trof een muziekleerling van Bierens de Haan-Keuls een Canadees op een bankje op de Apollolaan. In vol ornaat, blazer met insignes. Zij vertelde hem dat haar pianolerares een boekje schreef over de bevrijding en gaf hem haar nummer.

„Mike Woods heette hij, hij belde mij op vanuit Canada. ’I’m your liberator’. We praatten drie uur aan de telefoon. Ik zei ’You are my hero’. Hij hoefde niet in dienst maar ging toch, met een vriend, omdat ze de plicht voelden. In België werd die vriend doodgeschoten door een sluipschutter toen hij naast hem zat. Ik heb hem mijn boek gestuurd. Vlak voordat ik naar Canada zou gaan om hem te ontmoeten kreeg ik een hele mooie kaart, Mike was overleden. Hij heeft in ieder geval gehad wat ik altijd wilde geven. Een Canadees en een grootvader kregen alle eer die ze verdienden. Grootvader die het onderspit moest delven, hij was vermoord. En Mike die het overleefde en die door mij geëerd werd.”

Maar dan nog is Elisabeth Bierens de Haan-Keuls nog niet klaar met de oorlog. „Ik ben nu bezig met een filmscript, over Esther en Erik. Dat speelt zich af na de oorlog, in Amerika. In een warenhuis hoort Esther een stem, onmiskenbaar die van de kapitein uit het concentratiekamp. Het boek gaat erover hoe je uit een stem kunt afleiden hoe iemand in elkaar zit.”

En zo moeten alle thema’s van eerdere boeken bij elkaar komen. De schrijfster kijkt even peinzend voor zich uit. „Hoe lang zal ik nog hebben? Twintig jaar?”

Meer nieuws uit Achtergrond

Ombudsman

Ombudsmannen Durk Geertsma & Ed Brouwer springen in de bres voor de consument.