Opinie: Terechte veeg uit de pan voor Maurits Hendriks. Technisch directeur sportkoepel NOC NSF trok te vroeg de stekker eruit

Technisch directeur Maurits Hendriks van sportkoepel NOC NSF tijdens een persbijeenkomst op sportcentrum Papendal.
© Foto ANP/Robin van Lonkhuijsen

Technisch directeur Maurits Hendriks van sportkoepel NOC NSF heeft aangedrongen op een ’gefaseerde herstart’ voor de Nederlandse topsport. Dat naar buiten gebrachte verzoek aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport – in aanloop naar de persconferentie dinsdag waarin de coronamaatregelen tegen het licht worden gehouden – lijkt vooral een opzichtige poging om het krediet bij zijn morrende achterban te herwinnen.

In de eerste weken nadat, op bevel van NOC NSF, alle topsportaccommodaties waren vergrendeld, werd het ongenoegen over dat verstrekkende besluit nog vooral binnenskamers geuit. Maar ’s ochtends voordat Hendriks afgelopen donderdag naar buiten trad, kwam de kritiek alsnog via de Volkskrant naar buiten en kreeg hij een veeg uit de pan.

’De stekker is er veel te snel uitgetrokken’, wierp Hessel Evertse, de technisch directeur van de roeibond, hem voor de voeten. ’Het slot is er te rigoureus op gegaan’, vond ook zwemcollega André Cats. Charles van Commenée, de hoofcoach binnen de Atletiekunie, voegde eraan toe: ’Ik ben gestopt met proberen de lijn van NOC NSF hierin te begrijpen.’

Met name de opmerking van Van Commenée was illustratief én vernietigend. Van eind 2004 tot en met de Olympische Spelen van 2008 bekleedde hij immers de functie die Hendriks vervolgens van hem overnam. En, nadat hij de Britse atletiek uit het slop had gehaald en bij de ’Thuisspelen’ in 2012 liet floreren, keerde hij bij NOC NSF terug en was hij tot medio 2018 prestatiemanager binnen het door Hendriks aangestuurde TeamNL. Zijn woorden, weet Van Commenée als geen ander, hebben zodoende nog altijd impact.

Geen ratio

De klemmende oproep op zondag 15 maart van NOC NSF, voor vele door de sportkoepel gesubsidieerde bonden een niet te negeren signaal, was ook onverstandig en onbegrijpelijk. De ratio, wat een leidraad voor handelen zou moeten zijn, ontbrak. De Olympische Spelen waren op dat moment nog niet uitgesteld, waardoor verwarring en paniek onder topsporters ontstond. Temeer omdat professioneel trainen in een geïsoleerde omgeving op betrekkelijk eenvoudige wijze had kunnen worden gerealiseerd: nationaal trainingscentrum Papendal, en vele andere locaties, zijn er uitermate geschikt voor.

De zwembond bijvoorbeeld had nota bene al op de door de covid-19-pandemie ontstane ’noodsituatie’ ingespeeld. In Drachten was voor langere tijd een klooster voor de olympische selectie afgehuurd, evenals een nabijgelegen zwembad. Na amper een etmaal, met slechts één afgewerkte trainingssessie, moest de afvaardiging daarentegen alweer huiswaarts keren – een niet te verdedigen uitwas van het NOC NSF-dictaat.

De roeibond en het Watersportverbond verzetten zich als enige tegen de verordening, met succes. Vanwege de vele olympische medaillekanshebbers lieten de technisch directeuren zich niet terugfluiten. De Bosbaan en de Noordzeekust bij Scheveningen bleven, met inachtneming van de coronamaatregelen, toegankelijk.

In gebreke

De topsporters uit andere disciplines werden daarentegen vanaf dat moment tot zelfredzaamheid gedwongen, een ongewilde en ongewenste situatie die nu al een maand voortduurt en hen ten opzichte van de internationale concurrentie op achterstand brengt. Dat, zoals Hendriks afgelopen week nog claimde, NOC NSF ervoor zou hebben gezorgd dat voor sporters ’thuis een goede trainingssituatie werd gecreëerd’, is een verkeerde voorstelling van zaken. Het waren de afzonderlijke bonden, of goedwillende buitenstaanders, die de gedupeerde beroepssporters uit de brand hielpen; de sportkoepel bleef in gebreke.

De aanval op Hendriks, die prat gaat op een ’prestatieklimaat’ en ’rendementscultuur’ maar ditmaal voor de gemakkelijkste weg koos, kan niet worden losgezien van de al langer sluimerende ontevredenheid over zijn functioneren. Tijdens de Spelen in Rio de Janeiro in 2016 kwam hij zwaar onder vuur te liggen, nadat hij de tot olympische finale doorgedrongen turner Yuri van Gelder na een avondje stappen zonder mededogen naar huis stuurde en hij voor sporters zonder medaille een tot ’losersvlucht’ bestempelde eerdere terugreis had laten boeken. Het getuigde niet alleen van een gebrek aan empathie, maar vergrootte ook de kloof tussen hem en de ’werkvloer’.

Consequenties hadden zijn misrekeningen destijds niet. Hoewel Hendriks na ’Rio 2016’ in een evaluatierapport er niet ongeschonden afkwam, won hij de strijd om de hoogste post binnen NOC NSF van de als uiterst capabel beoordeelde Jeroen Bijl, het meer op de achtergrond opererende hoofd van de afdeling topsport en de mede-architect van de Nederlandse sportsuccessen. Die overwinning zorgde ervoor dat Bijl, nog wel chef de mission tijdens de Winterspelen van 2018 in Pyeongchang, zijn conclusies trok en de sportkoepel verliet. En in zijn kielzog stapte ook Van Commenée, een geestverwant, op. Een dubbele aderlating die door menigeen werd betreurd, ook op de burelen van NOC NSF.

Gedekt

Of de positie van Hendriks, die inmiddels niet meer de pet van zowel technisch directeur als chef de misson mag dragen, na de huidige inschattingsfout nu (verder) is verzwakt, valt overigens te bezien. Ondanks het nieuwe bewijs dat hij te weinig voor de belangen van sporters op komt, wordt hij andermaal gedekt door zijn superieur Gerard Dielessen, de algemeen directeur die al liet weten dat Hendriks in ieder geval tot en met de Winterspelen van 2022 aanblijft.

Meer nieuws uit Sport

Meest gelezen