Premium

Steeds meer mannen aan de slag in ’vrouwenbolwerk’, maar niet in de opvang van kleinere kinderen

Steeds meer mannen aan de slag in ’vrouwenbolwerk’, maar niet in de opvang van kleinere kinderen
Lekker buiten spelen met de kinderen op de locatie bij sportvereniging Zwaluwen ’30 in Hoorn.
© Foto’s Jaap van der Pijll
Hoorn

Kinderopvang is een ’vrouwending’. Mannelijke begeleiders moet je met een lampje zoeken. Maar er zijn uitzonderingen: bij alle locaties van Zowiezo in Hoorn, Wognum, Heerhugowaard en Zuid-Scharwoude zijn in de buitenschoolse opvang bijna evenveel mannen als vrouwen aan het werk.

Het is voor menigeen even wennen om een man bezig te zien met een groepje kinderen. Maar in het clubgebouw van sportvereniging Zwaluwen ’30 aan de Berkhouterweg in Hoorn zijn ouders én hun kroost er al helemaal aan gewend. Of er nou een man of vrouw aanwezig is voor de begeleiding lijkt niemand ook maar iets uit te maken.

Vanwege de coronacrisis is het nu erg rustig op de locaties. ’Wognum’ is tijdelijk helemaal gesloten. Kinderen voor wie recht is op opvang, zijn aangewezen op ’Hoorn’. In Hoorn zijn de kinderen op de vingers van één hand te tellen. Alleen kinderen van ouders met een vitaal beroep zijn welkom.

„We zijn ontzettend blij met onze stoere mannen”, verzekert kwaliteitsmanager Monique Otsen. Die onderstreept dat het voor opvoeding en ontwikkeling van een jong kind belangrijk is dat ze omgaan met zowel vrouwelijke als mannelijke rolmodellen.

Ze verduidelijkt: „Van vrouwen leren ze zaken als structuur, orde en regelmaat. Die zijn vaak strakker in de regels. Mannen pakken dingen wat losser aan, hebben vaak meer natuurlijk overwicht. Het is mooi dat kinderen elementen van beide seksen oppikken.”

Gezonde dynamiek

Maar ook voor een juiste dynamiek tussen de medewerkers van Zowiezo is het in haar ogen gezond dat het gezelschap niet uitsluitend bestaat uit vrouwen. „We merken dat bij vergaderingen en cursussen. De mix tussen mannen en vrouwen zorgt voor een goede groepsdynamiek en dat komt de sfeer ten goede. Daarom zijn we als leiding heel zuinig op onze mannen”, aldus Otsen.

Zowiezo (vier locaties, gastouders, 600 kinderen) verkeert in de luxe positie dat van de vijftien begeleiders in de buitenschoolse opvang er maar liefst zeven behoren tot het mannelijke geslacht. „Dat is niet het resultaat van een gericht beleid”, erkent Monique Otsen. Omdat de organisatie al een aantal mannen binnen de poorten heeft, trekt dat waarschijnlijk ook anderen mogelijk aan.

De mannen zijn overigens vrijwel alleen te vinden in de buitenschoolse opvang voor kinderen in de basisschoolleeftijd. Heel af en toe vallen ze in bij de kinderopvang, die is bedoeld voor baby’s en peuters van nul tot vier jaar. „En we hebben daar ook soms een mannelijke stagiair aan het werk. In de kinderopvang komt er ook verzorging aan te pas. Dat trekt jongens en mannen minder, zo merken we”, verklaart Otsen het verschil tussen buitenschoolse opvang en kinderdagverblijf.

’Stoere mannen’

Steeds meer mannen aan de slag in ’vrouwenbolwerk’, maar niet in de opvang van kleinere kinderen
Begeleiders Sjors van Diepen (links) en Mark van der Gracht.
© Foto Jaap van der Pijll

Mark van der Gracht (30) uit Wognum en Sjors van Diepen (34) uit Spanbroek behoren tot de groep ’stoere mannen’ bij Zowiezo. Mark combineerde de kinderopvang aanvankelijk met zijn baan als gymleerkracht bij de school voor speciaal basisonderwijs De Piramide in Hoorn. Maar sinds vorig jaar zomer is hij volledig gericht op Zowiezo, waar hij een leidinggevende functie vervult en regelmatig als invalkracht actief is in de buitenschoolse opvang.

Ook Sjors geeft gymles, op basisschool De Koet in Midwoud. Daarnaast is hij ook nog zwemleraar. Die banen combineert de Spanbroeker met voor- en naschoolse opvang bij Zowiezo.

Stevige band

Hoe kwamen beiden op het idee om de kinderopvang in te gaan, voor de buitenwacht toch niet het stoerste beroep voor een man? Ze werken beiden graag met kinderen. Sjors: „Op de BSO leer je kinderen op een andere manier kennen. Ze zijn in een vrijere omgeving dan op school. Ik heb ze zes, zeven jaar bij me. Zo bouw je een stevige band op, meer dan in het onderwijs. Je groeit met ze mee. Ik ben bij ze van zeven tot half negen ’s morgens en van twee tot half zeven ’s middags. In vakanties de hele dag. Dat vind ik erg fijn.”

Wat beiden ook aanspreekt is dat op de locatie Hoorn volop geprofiteerd kan worden van de aanwezige sportvoorzieningen als sporthal en voetbalvelden. Deze vestiging wordt aangeduid als de sport-BSO.

Seksueel misbruik

Hij en Mark moesten aanvankelijk wel tegen bepaalde vooroordelen opboksen, vooral van ouders. Sjors: „Juist toen die zaak rond het seksueel misbruik op een kinderdagverblijf in Amsterdam in het nieuws was. Toen voelde ik sterk dat ouders op een bepaalde manier naar me keken. Daar heb ik nu gelukkig geen last meer van.”

Ook Mark had er mee te maken: „Ik durfde even geen kind op schoot te nemen. Nu heb ik daar gelukkig geen moeite meer mee.”

Ook Monique betreurt het dat door het optreden van een ’zieke geest’ alle mannen in de kinderopvang in een kwaad daglicht werden gesteld: „Heel jammer dat onze mannen toen grenzen aan zichzelf moesten stellen. Ik durf mijn handen voor ze in het vuur te steken.”

Camera

In de kinderopvang geldt het vier-ogen-principe. Kort gezegd: op een groep zijn altijd twee begeleiders. En mocht het zich eens voordoen dat er slechts één met een groep werkt, op het centrale kantoor van Zowiezo in Wognum kan altijd worden meegekeken. Monique: „Gelukkig hebben geen klachten ontvangen van ouders.”

Sjors heeft ervaren dat jongens die stage lopen dat liever doen bij een mannelijke dan een vrouwelijke medewerker.

En hoe kijkt hun omgeving aan tegen hun vak, dat toch een flink vrouwelijk imago heeft? Sjors: „Eerst werd er lacherig over gedaan. Maar dat is over, ik word nu voor vol aangezien.”

Mark heeft dezelfde ervaringen: „Vrienden hebben eigenlijk geen flauw idee wat het werk precies inhoudt. Maar als ik dat uitleg vinden ze het erg tof. En bij vrouwen kun je als man helemaal niet stuk als je vertelt dat je in de kinderopvang werkt. Ik krijg dan te horen dat ik een waarschijnlijk een heel zorgzaam type ben.”

Niet te vinden

De grote kinderopvangcentra in West-Friesland hebben nauwelijks mannelijke begeleiding in huis. Simpel omdat ze bijna niet te vinden zijn. Bij Stichting Kinderopvang Hoorn (locaties in Hoorn, Medemblik en Koggenland en gastouders, 2000 kinderen) zijn dat er maar negen op in totaal driehonderd. Berend Botje (50 locaties in West-Friesland, Waterland en Zaanstreek en gastouders, 3150 kinderen) telt er niet meer dan vier op driehonderd.

,,We willen ze graag hebben. Maar mannen zijn heel lastig te vinden. Voor één man is het best moeilijk om mee te draaien in een team van uitsluitend vrouwen”, zegt directeur Marjan Terpstra van SKH.

,,Mannen zijn van meerwaarde in de opvoeding. Maar kinderopvang is blijkbaar niet stoer. Het spreekt mannen niet aan.”

,,Wij merken ook dat ouders er soms negatief tegenover staan. Maar dat houdt ons niet tegen. We nodigen jongens en mannen van harte uit een keer te komen kijken”, aldus directeur Gaby Alberts van Berend Botje.

Meer nieuws uit West-Friesland

Meest gelezen