Premium

Ziekenhuis of toch liever naar huis ? (column Blikopener)

Ziekenhuis of toch liever naar huis ? (column Blikopener)
Monnickendam

Het is een prachtige, zonnige dag. Het is Hemelvaartsdag. We fietsen naar het Kralingse Bos. Ik ben veertien of vijftien, zeker geen zestien want dan was ik op de brommer gegaan. We zijn er bijna. De zon speelt met de rimpelingen op de Kralingse Plas links en rechts rijden de dagjesmensen over de Kralingse Plaslaan.

Ik geniet van het mooie weer en kijk achterom naar de anderen. Het volgende moment lig ik al op het asfalt. Ik kom bij uit een witte wolk van stilte. Een vrouw buigt zich over mij heen. Ik ken haar. Wat vreemd dat zij hier nu is. Even later hoor ik een ambulance naderbij komen. Er is zeker een ongeluk gebeurd, denk ik.

Even later lig ik achterin de ambulance. Ik hoor opnieuw de sirene, terwijl de broeder naast mij mijn armen en benen beweegt, vragend wat pijn doet. Er is geen pijn.

In het ziekenhuis vertel ik alles aan de dokter. Hij vraagt of ik een plasje wil doen in een bekertje. Het lukt niet. Hij praat eroverheen en zet de kraan aan. Daar is het klaterende goud. Even later komen mijn ouders binnen. Ze zijn gewaarschuwd door de politie. Mijn vader maakt gemoedelijk een praatje met de arts en mijn moeder omhelst mij met verschrikte ogen.

De dokter vertelt wat er aan de hand is. Ik heb een lichte hersenprikkeling. Niet eens een fatsoenlijke hersenschudding, bedenk ik, maar een lichte hersenprikkeling, ik proef het woord als een meisjesdrank. Ik mag een nachtje in het ziekenhuis blijven, maar ik mag ook mee naar huis, als ik rustig aan doe. Ik mag het zelf beslissen, zegt de dokter. Ik hoef er niet over na te denken en wil naar huis. Ik moet wel een paar weken rust houden, zegt de dokter nog, anders blijf ik hoofdpijn houden. Op weg naar huis heb ik al direct spijt, maar ik kan nu niet meer terug, net zomin als een spiegelei terug in de dop kan.

Meer nieuws uit Waterland

Meest gelezen