Enkhuizer krijgt 3 jaar cel voor poging tot smokkel van cocaïne met vissersbootje: ’Te veel leugens en toevalligheden’

Tanja Koopen
Enkhuizen

Enkhuizer visser C.B. is veroordeeld tot drie jaar cel door de rechtbank in Veurne wegens poging tot cocaïnesmokkel.

Dat meldt de Belgische nieuwssite Het Laatste Nieuws.

De EH 215 met aan boord drie Nederlanders en een Bulgaar voer begin 2016 vanuit Enkhuizen naar de Belgische wateren om te vissen. Toen het schip vastliep vanwege netten in de schroef belandde het in de haven van Nieuwpoort.

De politie rook onraad omdat weinig vistuig aan boord was. Na onderzoek werd aan boord bijna tien mille aan cashgeld gevonden en sporen van cocaïne. En een verborgen ruimte. Het parket in Veurne vermoedde dat hiermee drugs werden vervoerd. Die werden zelf niet aangetroffen.

Schuldig

B. zelf heeft altijd beweerd niets met drugshandel van doen te hebben gehad. Toch vond de strafrechter meer dan genoeg elementen om drie van de vier opvarenden schuldig te bevinden. Opvallend is dat de man die werd vrijgesproken als enige cocaïnesporen had aan de handen.

Onderzoek legde een link bloot met een vissersboot, die eerder in de problemen raakte voor de kust van Knokke en aanspoelde in Cadzand. In dit schip werd een ton aan cocaïne gevonden. Beide boten waren in korte tijd overgekocht.

De vier aanvankelijk aangehouden bemanningsleden kwamen op borgtocht vrij. Hun advocaten pleitten voor vrijspraak. Ondanks het feit dat niemand van de verdachten van het bootje Pieter hun betrokkenheid wilde toegeven en er geen drugs zijn aangetroffen, bevond de Veurnse strafrechter hen echter schuldig aan een poging tot invoer van verdovende middelen.

Toevalligheden

Volgens het vonnis zijn er in het dossier te veel toevalligheden en leugens ontdekt. Zo was de boot niet voldoende uitgerust om te vissen en vertelden de bemanningsleden afwijkende verhalen. Ze bevonden zich ver van huis om een boot te testen in onbekend visgebied en de twee sportvissers die mee gingen wisten amper iets van de zee. Een van hen was de hele tijd zeeziek.

De Bulgaar Sergei A. (60) en de Enkhuizers C. B. (30) en J. M. (64) kregen drie jaar cel.

De vierde beklaagde, een Enkhuizer beroepsvisser, werd vrijgesproken op basis van twijfel. Het kon immers zijn dat hij werd aangetrokken om niet verdacht over te komen. Dat hij cocaïnesporen aan de handen had, kon op gebruik wijzen zoals dat soms in vissersmilieus gebeurt.

De rechter ging ervan uit dat de drugdeal niet heeft plaatsgevonden omdat het bootje averij opliep, maar dat wel de bedoeling was.

Noordzee

Enkhuizer visser C.B. vertelde vorig jaar nog een heel ander verhaal over wat er in België gebeurd was. Hij ontkende niet dat hij met twee andere Enkhuizers en een Bulgaarse man daar destijds was met zijn schippersbootje. Maar de beschuldiging van cocaïnebezit en -handel wierp hij verre van zich.

„Bij Duinkerken was toen juist een schip vol cocaïne gevonden. Eén van de mensen aan boord van dat schip was de vorige eigenaar van mijn vissersbootje EH215. Hij probeert zijn drugshandel in onze schoenen te schuiven”, aldus B.

De vier mannen werden hangende het proces op borgtocht vrijgelaten. De advocaat van de Enkhuizer ging toen nog uit van vrijspraak, omdat er onvoldoende bewijs zou zijn. Het liep echter anders. De rechtbank gelastte onmiddellijke aanhouding van de drie veroordeelde mannen.

Meer nieuws uit West-Friesland

Meest gelezen